Ik moet gewoon naar de minister, dacht ik

Hoe komen mensen in politiek en bestuurlijk Den Haag terecht? Vandaag: de petitie-aanbieder.

Annemiek de Jong, alleenstaand moeder, wil allesbehalve profiteren van het Nederlandse sociale vangnet.

„Ze gaven me een uitkering, maar daar zit ik toch niet op te wachten.”

„Het zou toch van de gekke zijn als ik nu al een uitkering zou hebben. Ik ben 32. Ik wil een betere toekomst voor mijn kinderen.”

„Ik ben ambitieus. Ik heb mijn kinderen meer te bieden dan een moeder die uitkeringstrekker is.”

„Ja dág, ik heb toch wel wat meer in mijn mars.”

Dus ging ze studeren. Eerst de hbo-opleiding maatschappelijk werk en dienstverlening – „ik heb zelf ook geen al te makkelijke jeugd gehad” – daarna culturele maatschappelijke vorming. Die tweede studie maakte ze wel af. Maar het ging niet makkelijk. Volgens Annemiek de Jong, moeder van Janey (10) en Joëlly (5), is het Nederlandse onderwijssysteem helemaal niet ingericht op alleenstaande moeders. Collegeroosters worden elk semester aangepast, terwijl kinderopvang juist om telkens dezelfde uren vraagt. De financiële tegemoetkoming is te klein, en juist deze groep heeft naast studie en kinderen geen tijd voor bijbaantjes. En er zijn misschien wel kolfruimtes op scholen, maar daar krijgen alleen werknemers de sleutel van. „Studentes moeten maar in de wc kolven – dat kán toch niet.”

Daarom gaat De Jong, als oprichtster van het Steunpunt Studerende Moeders, naar Den Haag om een petitie aan te bieden aan Tweede Kamerleden. Zelf noemt ze het een ‘zwartboek’ en het staat vol met voorbeelden van praktische problemen. Zo vraagt ze om aandacht. Om betere regelgeving. Maar allereerst om onderzoek. Want niemand die er veel van weet, van deze groep. Het aantal studerende alleenstaande moeders? De gok is negenduizend. Maar het kan ook het dubbele zijn. Hoeveel van hen tijdens hun studie uitvallen? Een register bestaat niet.

Op het station koopt Annemiek de Jong een blikje Red Bull, onmisbaar volgens haar voor studerende moeders – een van haar collega’s die meegaat naar Den Haag „dronk het een tijdje als melk”. De Jong praat plat Rotterdams, maakt zich snel boos en is verre van diplomatiek. „Ik hoor Nederlanders zoveel zeiken over wat het beste moment is om een kind te krijgen”, zegt ze bijvoorbeeld. Of: „Kamerleden weten niet wat er speelt, ze doen zelf niet eens hun eigen boodschappen bij de Lidl of de Albert Heijn. Daar hebben ze hun chauffeur voor.”

Toch heeft ze politiek Den Haag nodig, zegt ze. „Ik moet gewoon naar de minister, dacht ik.” En dus belde ze drie jaar geleden het ministerie. „Weet ik veel wie ik heb gesproken, ik werd drie keer doorverbonden.” Mooi wel dat ze een paar weken later bij Ronald Plasterk op zijn kamer zat, toen nog op Onderwijs.

Een andere keer leidden haar contacten in Den Haag zelfs tot een wetswijziging, hoe klein dan ook. Hogescholen en universiteiten mogen studenten financieel compenseren in het geval van bijzondere familieomstandigheden. Zoals een zwangerschap. „Maar een bevalling stond nog niet in deze wet. Terwijl dat toch meestal wel volgt op een zwangerschap, en ook wel bijzonder vertragend werkt.” Aan de wet werden twee woorden toegevoegd: ‘en bevalling’. Ook werd ze eens uitgenodigd te spreken tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer en organiseerde ze een race met kinderwagens voor Kamerleden.

Twee jaar geleden kreeg de belangengroep van De Jong een startsubsidie van een ministerie, 100.000 euro, maar die zijn bijna op. „In september is het afgelopen. Dan moet ik de tent sluiten.” Dus daar staat ze dan, in een hal van het Kamergebouw, terwijl de parlementariërs die dit onderwerp in hun portefeuille hebben komen aandruppelen. Iedereen kan een petitie aanbieden aan Kamerleden, als daarvoor toestemming is gegeven door de Kamer zelf. Gemiddeld zijn dat er iets meer dan honderd per jaar.

Dan zijn er toch weer zenuwen bij De Jong. „Ik praat te snel hè?” Nee hoor, zegt een van de Kamerleden. „Het gaat heel goed.” Een ander: „Doe het rustig aan.” Nummer drie: „Het ging prima hoor.”

Op weg hierheen wekte ze nog de indruk niet veel op te hebben met politici. Denk je dat ze er iets mee gaan doen? „Duh!”, zei ze, wat zoveel betekent als ‘wat denk je zelf?’ Heeft het aanbieden van dit document dan wel nut? „Ach. Ik kan ze niet dwingen het te lezen. Het zal wel op een stapel belanden of in een la verdwijnen.”