Hoe verloopt zo'n zoektocht naar een bacterie?

Het epidemiologisch onderzoek in Duitsland richt zich, zoals altijd, op opvallende groepen zieken – zoals de zeventien mensen die ziek waren geworden nadat ze tussen 12 en 14 mei in de Kartoffelkeller in Lübeck gegeten hadden.

Het Robert Koch Institut (RKI) in Berlijn onderzocht de afgelopen week allerlei van dat soort uitbraken. Zo werden veel mensen ziek die in een bepaalde kantine hadden gegeten – epidemiologen ploegden de bonnetjes door om te zien wat die patiënten gekocht hadden. Er waren meerdere uitbraken in restaurants. In ziekenhuizen werd het dieet van de EHEC-slachtoffers vergeleken met dat van gezonde mensen.

Dat soort onderzoeken wijst echter alleen brede groepen producten aan. Vorige week vrijdag meldde het RKI bijvoorbeeld dat 84 procent van de patiënten salade had gegeten, tegen 47 procent van vergelijkbare, gezonde mensen in de regio. Levensmiddelenmicrobioloog Wilma Hazeleger van de Wageningen Universiteit zegt dat het ondervragen van patiënten over hun dieet heel lastig is, „zeker met deze bacterie”. De tijd tussen besmetting en de eerste symptomen is één tot twee weken. „Probeer je maar eens te herinneren wat je twee weken geleden gegeten hebt.”

Daarna volgt het ‘traceringsonderzoek’, voegt een woordvoerder van de Voedsel- en Warenautoriteit toe. „Van verdachte producten ga je de handelsstromen na: wie waren de tussenhandelaren, waar heeft het gelegen?” In Europa is geregeld dat de herkomst van etenswaren altijd geregistreerd moet zijn. „En het is de ervaring dat het inderdaad lukt om het terug te vinden.”

Het bewijs voor de bacterie via labtests vinden, dat lukt lang niet altijd, zegt microbioloog Hazeleger. „Deze EHEC-bacterie is zó ziekteverwekkend, dat mensen ziek kunnen worden van concentraties bacteriën die zich niet meer laten opsporen.” Het landbouwministerie in Nedersaksen maakte dan ook al een voorbehoud in de zoektocht naar de bacterie. „Het is niet uitgesloten dat alle besmette waren al verwerkt en verkocht zijn.”