Het kind en zijn beeldscherm

Patti Valkenburg (1958) onderzoekt de effecten van media en reclame op kinderen. Ze is hoogleraar Jeugd en Media aan de Universiteit van Amsterdam.

Vorige maand hoorde Valkenburg al dat ze de Dr. Hendrik Muller Prijs van de KNAW ontvangt (25.000 euro) én dat ze KNAW-lid is geworden. Nu komt daar de Spinozapremie nog bij. Ze doet onderzoek naar de effecten van reclame, seks in de media en sociale media op kinderen. Haar onderzoeksgroep toonde bijvoorbeeld als eerste aan dat contact via internet niet per se tot verschraling van vriendschappen leidt, wat lang is gedacht, maar dat vriendschappen er ook intiemer door kunnen worden. In een overzichtsartikel zette ze begin dit jaar de risico’s én de positieve mogelijkheden van internetcontact tussen jongeren op een rij. Aan de ene kant kunnen jongeren via online communicatie hun zelfvertrouwen vergroten, vriendschappen verdiepen en hun seksualiteit onderzoeken; aan de andere kant kunnen ze slachtoffer worden van cyberbullying en seksuele aandacht van vreemden.

Valkenburg onderzoekt ook wat ze de ‘entertainisering van de kindertijd’ noemt: het verschijnsel dat kinderen op steeds jongere leeftijd al media gebruiken als al dan niet educatieve vorm van amusement – bijvoorbeeld baby-tv.

Eerder dit jaar publiceerde ze onderzoek waaruit bleek dat eenzame pubers meer risico lopen om verslaafd te raken aan computerspelletjes en dat hen dat nog eenzamer maakt.

Wat gaat u met het geld doen?

„Dat weet ik nog niet heel precies, daarvoor weet ik het pas te kort. Maar vorig jaar heb ik ook al 2,5 miljoen euro van de Europese Unie gekregen en dat geld is eigenlijk al op, althans er is een bestemming voor gevonden. We gaan vanaf januari 900 Nederlandse gezinnen met twee kinderen volgen, dus 3.600 mensen. We weten dat kinderen steeds meer entertainment en media gebruiken, ook educatieve media – want de makers daarvan gaan ervan uit: als iets leuk is, blijft het vast beter hangen. We weten ook dat kinderen in de loop der tijd slimmer zijn geworden – het Flynn-effect – en dat ze drukker zijn geworden, meer aandachtsproblemen hebben en meer zelfvertrouwen. Wij willen precies uitpluizen in hoeverre dat allemaal komt door het toegenomen mediagebruik, en zo ja, hoe en bij wie vooral.

„Met het geld van de Spinozapremie kan ik dat project verder aanvullen met psychofysiologisch onderzoek: hartslagmetingen, fMRI-scans. Dat is interessant omdat we er tegenwoordig van uitgaan dat beïnvloeding door de media grotendeels onbewust verloopt, en met die psychofysiologische maten kun je dat juist onderzoeken. En ik wil ook graag het verband tussen media en obesitas onderzoeken – de media bieden natuurlijk allerlei verleidingen. Dit wordt echt mijn levenswerk. Geld maakt een onderzoeker dus wél gelukkig!”

Wat vindt u van het huidige wetenschappelijke klimaat in Nederland?

„Bewolkt met buien.”

Ellen de Bruin