Het gemoed van de Britse vicepremier

In tijden van bezuiniging – en er wordt in het Verenigd Koninkrijk 350 miljoen pond bezuinigd door het ministerie van Cultuur – is er altijd iemand die vindt dat de Rijkskunstcollectie deels kan worden verkocht. Labour-parlementslid Tom Watson, die eerder vroeg om de verkoop van de wijncollectie van de regering, verkreeg via de Wet Openbaarheid Bestuur al een lijst met de waarde van de schilderijen die bij ministers aan de muur hangen.

Het zijn werken die door de Britse burger zijn betaald, maar waartoe deze geen toegang heeft. Tot nu toe dan, want 26 werken uit de Rijkskunstcollectie zijn sinds vrijdag voor het eerst in 113 jaar te zien in Whitechapel Gallery in Londen en reizen vervolgens naar Belfast en Birmingham. Daarna volgen nog vier tentoonstellingen met andere werken. Het is een preventieve aanval van het Britse ministerie van Cultuur, dat hiermee de toegang tot publiek eigendom wil vergroten.

De totale collectie bestaat uit meer dan 13.500 schilderijen, beelden en foto’s die sinds 1898 zijn aangekocht door de Britse regering. Tweederde hangt in regeringsgebouwen, de rest wordt bewaard in een Londens pakhuis. Daar mogen nieuwe ministers en ambassadeurs iets komen uitzoeken bij aanvaarding van hun post.

Het intrigerende aan de tentoonstelling is de selectie van de curatoren. Whitechapel Gallery vroeg zeven politiek geëngageerde Britten, onder wie Samantha Cameron, de echtgenote van de premier, en Peter Mandelson, oud-minister, een keuze te maken.

Wat zegt het over vicepremier Nick Clegg dat hij koos voor Tea van David Tindle (1970) en ook voor Zarina Bhimji’s Howling like dogs, I swallowed solid air (1998-2003)? Het eerste is een schilderij van een sereen en oer-Brits tafereel van een picknick op Hampstead Heath, het tweede werk is een fotografische lichtinstallatie van een verlaten fabriek die een gevoel van ontheemding oproept. „Zou het zijn gemoedstoestand weergeven?”, vroeg een bezoeker zich hardop af over de veelgeplaagde vicepremier, wiens Liberaal-Democraten een maand geleden bij de lokale verkiezingen fors verloren.

De keuzes van het hoofd van de Britse buitenlandse inlichtingendienst MI6, John Sawers, zijn makkelijker te verklaren. Hij koos onder meer voor het olieverfschilderij An Arabian Night, Cairo (1876) van Albert Goodwin (1876) en de op-art van Bridget Riley met Reflection (1982). Beide kunstenaars werden geïnspireerd door Egypte, waar Sawers ambassadeur was.

Tussen de Britse kunstenaars hangt ook een Nederlander: Gerard Hermansz. van Honthorst (1592-1656). Zijn portretten van Frederik V van Bohemen en diens Engelse echtgenote Elizabeth Stuart hangen normaal in de Britse ambassade in Praag.

Titia Ketelaar