Een verkrachter is geen billenknijper

Europa doet veel te laconiek over verkrachting. We kunnen een voorbeeld nemen aan de Verenigde Staten.

Daar is een verkrachter nog gewoon een verkrachter.

Voor de Amerikaanse rechtbank is deze week voormalig directeur-generaal Dominique Strauss-Kahn (DSK) van het Internationaal Monetair Fonds voorgeleid. Onlangs vroegen twee vrouwen, Lucette ter Borg en Renée Steenbergen, zich in NRC Handelsblad af waarom „de feministen” in Nederland zo stil waren over deze zaak. Dat verwijt is een beetje merkwaardig. Beschouwden zij zichzelf dan niet als feministen? Toch hebben ze gelijk. Een krachtig geluid mag klinken. Vanuit een feministisch perspectief valt het toe te juichen dat DSK vandaag niet wordt berecht in Frankrijk, maar in de Verenigde Staten. Daar is de term ‘verkrachting’ minder onderhevig aan devaluatie.

In een opiniestuk in The Guardian van 20 mei kwam de Britse historica Joanna Bourke met schokkende cijfers over het Verenigd Koninkrijk. Bourke wees erop dat slechts 6 procent van de aangiftes van verkrachting resulteert in de straf die ervoor staat. ‘Verkrachting’ wordt in de Europese cultuur stelselmatig gebagatelliseerd. De beschuldiging van ‘verkrachting’ is een van de meest complexe in onze samenleving – om te bewijzen en om juridisch een strafmaat eraan toe te kennen.

De Nederlandse en Franse wet spreken van het met geweld binnendringen – penetratie – van het lichaam. De Verenigde Staten bezigen een bredere definitie, van „geforceerde seksuele handelingen”. Het hete hangijzer in rechtszaken is veelal of die handelingen without consent waren. Dit element wordt zelden genoemd in de wet. In Nederland en Frankrijk staat het bijvoorbeeld niet in de wet. Daar wordt volstaan met varianten van ‘dwang’. In de rechtspraak is de redenering ontstaan dat van dwang geen sprake kan zijn als er ‘consent’ is. De discussie spitst zich vaak dus toe op de vraag of de seksuele activiteit plaats had met wederzijdse instemming.

Advocaten van aangeklaagden – nu dus DSK – zullen proberen aan te tonen dat de avance of seksuele toestand weliswaar wat heftig was, maar met wederzijdse instemming. Een kamermeisje in de kamer van een klant lijkt misschien op iets onvrijwilligs, maar wat als het kamermeisje DSK heeft verleid – tekenen vertoonde van consent? Het is haar op zeker moment hoogstens te veel geworden. Voor die tijd stemde ze wel degelijk in met de avance. Van verkrachting is dus geen sprake. Om dit verhaal kracht bij te zetten, wordt ook de persoon van het slachtoffer erbij gehaald – haar promiscue gedrag in het verleden et cetera. De aanklagers zullen daarentegen proberen aan te tonen dat van consent geen sprake was – dat DSK het kamermeisje heeft gedwongen. Ook zij zullen contextfactoren erbij halen, om het gebrek aan instemming aannemelijk te maken – videobeelden van het wegrennende kamermeisje, haar kuise levensstijl, DSK’s reputatie op dit vlak et cetera.

In haar boek Rape. A Cultural History toont Bourke dat wie of wat een ‘verkrachter’ is, nog altijd onderwerp is van discussie in de westerse samenleving. De term ‘verkrachter’ bestaat pas sinds 1883. Vervolgens werd de verkrachter een personage en een onderwerp in vooral medische en psychiatrische literatuur. Sinds de negentiende eeuw hebben we juridische, psychiatrische, darwinistische en feministische vertogen die elkaar aanvullen en tegenspreken over de oorzaken, de verantwoordelijkheid en de definitie van verkrachting.

Volgens darwinisten gaat verkrachting over voortplanting; volgens psychologen over een defect in de opvoeding of seksuele frustratie; volgens sociologen over macht; en volgens veel feministen niet over seks, maar over geweld. Bourke toont dat deze veranderende vertogen narratieve structuren genereren. Deze beïnvloeden de populaire cultuur, de rechtspraak, medische behandelingen – praten, hormonaal behandelen of castreren – en de politiek, nog altijd. In de zaak-DSK zie je de vertogen zonder uitzondering een voor een terugkeren.

Ook in de Nederlandse berichtgeving over de zaak-DSK wordt de term ‘verkrachting’ gebagatelliseerd. Onder de noemer ‘seks en macht’ wordt deze term gelijkgesteld aan het gedrag van allerlei ‘foute’ topmannen. Het vermeende billenknijpen van Ruud Lubbers, de affaire van Bill Clinton met een stagiaire en het rokkenjagen van prins Bernhard leveren een interessante discussie op over machtsongelijkheid, maar zijn niet te vergelijken met het vergrijp waarvan Strauss Kahn wordt verdacht. In De Wereld Draait Door en in Knevel & Van den Brink wordt opgewekt gedebatteerd over – Franse – mannelijkheid en flirten. In onze schandaalzucht wordt een soepel lijntje gelegd van ‘flirten’ naar ‘seks’ en ‘macht’. In hetzelfde gesprek wordt Sartre ineens vergeleken met DSK. De ‘flirterige Franse natuur’ of de ‘Franse natuur’ wordt geplaatst tegenover de ‘Amerikaanse puriteinse cultuur’.

Dit soort spraakverwarring leidt tot een devaluatie van de term ‘verkrachting’ in deze zaak. Ook – ik spreek vanuit het door Bourke als feministisch getypeerde vocabulaire inzake verkrachtingen – gaat te veel aandacht uit naar de dader en te weinig naar het slachtoffer. Nafissatou Diallo treedt steeds erotiserend op in de berichtgeving, als ‘het kamermeisje’. HP/De Tijd kwam zelfs met een getekende cover van een sexy kamermeisje met uitgetrokken kledingstukken en een stoffer en blik in haar handen. Als elke Ghanese vrouw die werd verkracht net zo veel aandacht zou krijgen als ‘het kamermeisje’ in de zaak-DSK, zou de krant elke dag bestaan uit meer dan honderd bladzijden.

Met Amerika is veel mis, maar we kunnen een voorbeeld nemen aan de vastberadenheid waarmee daar de zaak-DSK is aangepakt. In alle toonaarden wordt uitgedragen dat niemand in Amerika een aparte positie heeft. Dat maakt duidelijk dat het publieke belang van deze zaak niet bestaat uit het bestrijden van zedencriminaliteit, maar uit het beschermen van de meest fundamentele vorm van gelijkheid – dat iedereen gelijk is voor de wet en dat figuren in machtsposities geen uitzondering daarop mogen vormen. Amerikanen maken geen onderscheid des persoons. Doofpotstrategieën hebben ze niet – zoals in Frankrijk, waar het intimidatie-cv van Strauss-Kahn jarenlang werd genegeerd – en ook geen behoedzaam gedoe om een diplomatieke rel te voorkomen. DSK wordt op precies dezelfde manier voorgeleid als ieder ander in dezelfde situatie.

Dat is een overwinning voor een mentaliteit die feministen kunnen toejuichen.

Stine Jensen is feminist en filosoof. Ze is verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.