Doormodderen of schuld afboeken

Als oplossing voor de Griekse crisis moet er worden afgeboekt op de schuld in combinatie met een sanering. Dat bepleiten drie economen. Bankpresident Nout Wellink wil geen herstructurering.

De oorzaak van de Griekse schuldencrisis? De Europese Centrale Bank (ECB) bestuurt landen die op begrotingsgebied „bananenrepublieken” zijn. „Daar is ECB voor verantwoordelijk en dat resulteert in doormodderoplossingen.” Dat betoogde Willem Buiter, hoofdeconoom van de Amerikaanse bank Citigroup tijdens een debat aan de economiefaculteit van de Universiteit van Amsterdam met president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank en de economen Arnout Boot en Sweder van Wijnbergen.

Buiter, Boot en Van Wijnbergen zijn unaniem in de de oplossing voor de Griekse schuldencrisis: afboeken op de schuld van 340 miljard euro in combinatie met een sanering van de economie. „Je kunt de Grieken niet door de molen halen met zo’n blok aan het been”, zegt Van Wijnbergen. Het is niet uit oogpunt van solidariteit dat er een herstructurering moet plaatsvinden, zegt hij. „Het is ook in het belang van de crediteuren. Van een kale kip kun je niet plukken.”

Daarbij is volgens Boot privatisering van Griekse staatseigendommen alleen een middel om de overheid efficiënter te maken, geen middel om de tekorten te financieren. „Wie pleit voor het verkopen van Griekse eilanden zit op het verkeerde spoor”, zei Boot. „Daarmee creëer je een populaire leider in Griekenland die uiteindelijk de euro eruit zal gooien.” Griekenland is „failliet en de enige mogelijke oplossing voor het Griekse schuldenprobleem is een afboeking op het staatspapier”, aldus Buiter.

De Europese Centrale Bank wil geen herstructurering. Dat lost de problemen niet op, reageert Wellink. „Afschrijving van de Griekse schuld hoort eigenlijk op het bord van de Europese belastingbetaler”, meent Wellink, „maar die is er niet toe bereid. Dat is het grote probleem waarmee we nu kampen: er is geen politieke eenheid.”

Willem Buiter schudt mismoedig zijn hoofd en lacht. „Het klopt volstrekt niet”, zegt Buiter. „Ik zit in de raad van de ECB”, zegt Wellink. „Ik weet hoe we erop gaan reageren.” Buiter gaat rechtop zitten en kijkt Wellink vorsend aan. „U moet heel goed luisteren. Dan kan ik uitleggen hoe het echt zit.”

De ECB is, volgens Buiter, bang voor besmettingsgevaar, zoals in 2008 na het omvallen van Lehman Brothers is gebeurd. Het faillissement van deze Amerikaanse bank was het begin van de internationale financiële crisis. „Ik noem dat paniekzaaierij. Griekenland is zo klein, de markten kunnen dat verlies makkelijk opvangen.” Hij noemt het gedrag van de ECB „onverantwoord”. De ECB heeft, volgens hem, een conflicterend belang omdat de bank veel Grieks staatspapier bezit, dat als onderpand diende voor kredieten aan banken. Een herstructurering levert direct een verlies op voor de bank.

Een herstructurering, erkent Wellink, levert grote problemen op voor de ECB. Die kan dan zijn reguliere monetaire liquiditeitsoperaties niet doorzetten. Dat betekent geen geld voor de banken voor leningen. Volgens Wellink „overdrijven” Buiter, Boot en Van Wijnbergen „zoals wel vaker”. Griekenland krijgt gewoon de tijd om orde op zaken te stellen. Wellink is lid van de raad van bestuur van de ECB, en deze bank blijft op het standpunt dat Griekenland in staat is zijn schulden af te betalen zolang het doorgaat met hervormen.

De Griekse schuldencrisis is volgens Wellink nu nog „te managen”. Daarbij verwees hij naar het relatieve belang binnen de Europese Unie. Griekenland is – samen met de andere twee probleemlanden Portugal en Ierland – goed voor slechts 6 procent van het bruto nationaal product van de Europese Unie. Niets doen stelt andere landen bloot aan besmettingsgevaar en dan zijn de rapen pas echt gaar. Probleem is dat de belastingbetaler een Griekse redding niet ziet zitten. De EU is geen „solidariteitsgemeenschap”, aldus Wellink.

Boot en Wellink zien de oplossing vooral in een nauwere economische en politieke samenwerking in Europa. Buiter en Van Wijnbergen denken dat de banken, de schuldeisers van Griekenland, moeten bloeden. Buiter citeert de Engelse versie van het spreekwoord ‘wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten’: if you break it, you own it. Banken, pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen hebben met de investering in Griekse staatsobligaties een „slechte investering” gedaan, meent Buiter. De financiële instellingen gingen ervan uit dat alle landen van de Europese Unie dezelfde kredietwaardigheid hebben. „Dat is de grote fout geweest”, meent Buiter. Tot 2008 lag de rente op Griekse obligaties 0,2 procentpunt boven die van Duitsland. „Waanzin”, zegt Buiter. Alle objectieve determinanten wezen op grote verschillen.”