De grenzen van zwarte gaten

Heino Falcke (1966) is beroemd door zijn onderzoek aan zwarte gaten. Hij is hoogleraar radioastronomie en astrodeeltjesfysica aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Falcke maakte naam met onder meer een methode om de omvang vast te stellen van het (mogelijke) zwarte gat in het centrum van ons melkwegstelsel. Met die methode én de tien gekoppelde radiotelescopen van de Very Long Baseline Array in de Verenigde Staten stelden astronomen (onder wie Falcke) in 2004 ook werkelijk de grootte vast van dat geheimzinnige object, tot dan toe versluierd door dikke stofwolken. Inderdaad, een zwart gat: tot vier miljoen keer zwaarder dan de zon, en toch klein genoeg om binnen de baan van Mercurius passen.

Daarna richtte Falcke zich vooral op LOFAR (LOw Frequency ARray). Die ambitieuze radiotelescoop in aanbouw is eigenlijk een netwerk van 7.000 antennes, via snelle glasvezelskabels met elkaar en met de supercomputer in Groningen verbonden. In het hart ervan, bij Exloo, staan al duizenden van die antennes in de weilanden. Daarbuiten waaieren er steeds meer steeds verder over Europa uit – over Duitsland, Frankrijk, Engeland en Zweden. Samen moeten ze nieuwe vergezichten openen: op verre zwarte gaten, op het oudste waterstof in de kosmos en op nog onbekende objecten. Drie jaar geleden kreeg Falcke daar al 3,5 miljoen euro voor van de Europese Unie.

Wat gaat u nu met het geld doen?

„Ik wil er allereerst promovendi en post-docs mee aanstellen om zo kennis over te dragen. Een klein deel wil ik verder besteden aan het opknappen van een telescoop bij Berkeley in de VS. Door die daarna op te nemen in een groot netwerk van telescopen kunnen we het zwarte gat in ons melkwegstelsel zelfs bestuderen tot aan de waarnemingshorizon, waarachter ook het licht verdwijnt. Ik hoop dit project zo het laatste duwtje te geven.

„En ik ga natuurlijk metingen uitvoeren met LOFAR. Verre zwarte gaten trekken me, maar tegelijk is dat, hoe gek het misschien klinkt, toch een beetje conventioneel onderzoek. Over zwarte gaten is aardig wat bekend. Daarom wil ik daarnaast gaan zoeken naar onbekende objecten. Daarvoor wil ik de hemel aftasten op zoek naar ultrakorte radiopulsen.”

Wat vindt u van het onderzoeksklimaat in Nederland?

„ Nederland heeft uitstekende onderzoekers, prachtige universiteiten en de overheid trekt geld uit voor toponderzoek – zoals met deze Spinozapremies. Maar tegelijk zie ik dat Nederlandse studenten zo worden voortgejaagd dat ze amper tijd kunnen nemen om rustig te denken. En ook onderzoekers moeten via bureaucratische procedures steeds preciezer vastleggen wat zij gaan doen en binnen hoeveel tijd. Maar om creatief te zijn en te kunnen presteren is een zekere vrijheid nodig.

„Nog iets: Nederlanders zijn trots als hún onderzoekers in het buitenland mogen werken. Omgekeerd moeten ze buitenlandse onderzoekers dan ook in Nederland verwelkomen. Niet alleen onderzoekers uit de EU, maar ook uit bijvoorbeeld India. Voor die mensen is het hier de laatste jaren een stuk onaantrekkelijker geworden. Dat vind ik jammer, want de kracht van Nederland zat in zijn internationale opstelling. Als klein land aan de internationale top meedraaien lukt niet als je alles alleen denkt te kunnen – als Nederlanders onder elkaar.”

Margriet van der Heijden