Ahold groeit vooralsnog op eigen kracht

Ahold is „meer klaar dan ooit” voor een acquisitie, zei bestuursvoorzitter Dick Boer vanmorgen. Het wachten is op een geschikte kandidaat.

Weer niet. Beleggers die van tempo houden, zakenbankiers die hunkeren naar bemiddelingsvergoedingen, fusie- en overnameadviseurs die zoveel ideeën hebben, ze moeten allemaal nog even geduld hebben.

Supermarktconcern Ahold presenteerde vanochtend de resultaten over het eerste kwartaal, zónder daarbij een grote overname aan te kondigen. Terwijl dat het nieuws is waar veel Ahold-volgers al zo lang naar uitkijken. De kas van het bedrijf puilt met 2,9 miljard euro uit, de schuldpositie daalde verder naar een kleine 3,4 miljard. En met een bruto winst over 2010 van ruim 2 miljard euro en almaar groeiende kasstroom (plus 14 procent in het eerste kwartaal) kan Ahold gemakkelijk bij banken aankloppen om een paar miljard extra te lenen.

„We zijn er meer klaar voor dan ooit”, zei topman Dick Boer vanochtend in een telefonische persconferentie. En er zijn volgens hem heus voldoende mogelijkheden in de markt.

Maar: „We blijven heel zorgvuldig wachten op het juiste ogenblik: we doen een acquisitie alleen als de prijs goed is, en als die past binnen onze eigen strategie.”

Dat roept hij al ruim twee jaar, hield een wakkere journalist hem voor. „Dat was m’n voorganger”, pareerde Boer, „ik zit er pas drie maanden.” Maar ook de begin april aangetreden bestuursvoorzitter zal zich realiseren dat aandeelhouders steeds ongeduldiger worden: wanneer gaat Ahold eindelijk eens wat doen met al die beschikbare middelen in kas?

Intussen bewijst Boer dat het zonder grote overname ook goed mogelijk is om te groeien. Zelfs in de „lastige economische omstandigheden” van dit moment, waarin de supermarktklant heel prijsbewust op zoek gaat naar voordelige boodschappen. De omzet van Ahold groeide in de eerste drie maanden van dit jaar met een kleine 6 procent tot bijna 9,3 miljard euro. Die groei werd zowel in de Verenigde Staten (7,4 procent) als in thuismarkt Nederland ( 3,9 procent) behaald. Ook de nettowinst nam toe, met 6,2 procent tot 291 miljoen euro.

„Een solide prestatie”, zei Boer er zelf over, die boven de verwachtingen ligt van de meeste analisten die Ahold volgen.

Toch zijn er zorgen voor het grootste supermarktconcern in Nederland. Belangrijke kwestie voor elke winkelketen is: hoe houden we in tijden van inflatie onze klanten binnen boord?

Ook Ahold kampt met almaar stijgende prijzen van grondstoffen en moet voortdurend afwegen hoe en wanneer deze door te berekenen aan de klant. In principe niet doorberekenen, vindt Boer. Albert Heijn is als marktleider gewend de prijzen te dicteren, en rookt met voortdurende aanbiedingen graag de concurrentie uit. Liever zoekt Ahold compensatie voor de hogere inkoopprijzen in het verlagen van kosten binnen de eigen organisatie.

Toch laten de jongste kwartaalcijfers zien dat Ahold worstelt met het vinden van de juiste balans tussen in- en verkoopprijzen. De winstmarge staat vooral in Nederland onder druk. Voor het gehele concern ligt die nog een acceptabele 5 procent (0,1 procentpunt hoger dan in het eerste kwartaal van vorig jaar), maar dat lag voornamelijk aan de winkels in de VS en de rest van Europa. In Nederland daalde de winstmarge van 6,9 tot 6,2 procent.