Wereldmuseum wil Azië-Museum worden

Pessimistisch? Nee, het Wereldmuseum in Rotterdam, dat zijn 125-jarig jubileum viert, ziet de komende bezuinigingen met vertrouwen tegemoet. Het museum, dat vijf miljoen gemeentelijke subsidie ontvangt, zag de bezoekersaantallen verdubbelen sinds de heropening in 2009. Niettemin overweegt museumdirecteur Stanley Bremer een gedaantewisseling. Hij wil de Afrikaanse collectie afstoten en doorgaan als Aziatisch Kunstmuseum.

Bremer: „De verkoop zou een vermogen genereren waarvan alleen al het rendement jaarlijks de helft van onze gemeentesubsidie zou opbrengen. Dat geld kan Rotterdam besteden aan cultuurinstellingen die níet zo’n vangnet hebben.”

Het veilen van collectiestukken zonder deze eerst aan andere musea aan te bieden, is in strijd met de museumcode, zo merkte MuseumgoudA vorige week toen het aankondigde een schilderij van Marlene Dumas te gaan veilen. Deze code, de LAMO, biedt musea een internationale ethische richtlijn, maar is niet bindend. Bremer: „De LAMO redeneert vanuit een ethisch perspectief dat niet meer houdbaar is. Wél is het belangrijk dat je zorgvuldig blijft, en per stuk en per beslissing afweegt en beargumenteert waarom je iets afstoot of behoudt. We moeten bedrijfsmatiger denken.”

Dat gebeurt al. In de hal van het museum plaatste de vriendenvereniging vorige week een tweehonderd jaar oude Japanse Amida-Boeddha, bekostigd met de opbrengst van twee eerder door de vereniging aangekochte en weer verkochte schilderijen van Gunuwan Hendra. Die brachten onverwacht 1,1 miljoen euro op. „Zo ruilden we dus twee depotstukken om voor een rijke vriendenvereniging én een beeld dat iedereen ziet”, aldus Bremer.

Op dit moment bestaat tachtig procent van de collectie van het Wereldmuseum uit Aziatica. Bremer denkt dat een toekomst als Azië-Museum ook om andere redenen verstandig kan zijn. „Er zijn in Nederland al een paar in Afrika gespecialiseerde musea, voor een Aziatisch museum moet je naar het buitenland.”

Een toekomst als Azië-Museum is niet meer dan een „nieuwe sprong voorwaarts”, denkt Bremer. Met als doel om „nog onafhankelijker te worden.”