Theatergroepen in Limburg dromen van fusie

Onder druk van de naderende bezuinigingen spreken de Limburgse toneelinstituties over samenwerking. „Ik baal dat het alleen nog over geld lijkt te gaan.”

Paul van der Steen

Natuurlijk treffen de komende bezuinigingen ook de toneelinstituten in Limburg. Dat weten ze heus wel. Maar in hoeverre worden ze getroffen?

Onzekerheid beïnvloedt het werken bij de drie toneelgezelschappen in Limburg. „Het spookt in de hoofden”, zegt artistiek leider Arie de Mol van Toneelgroep Maastricht. „Mensen willen groeien. Maar er is geen horizon meer. En is de aarde plat, dan heeft het weinig zin om te gaan varen”, meent zijn collega Piet Menu van theaterwerkplaats Het Huis van Bourgondië.

Inèz Derksen, leider van het in Sittard gevestigde jeugdtheater Het Laagland, zegt het zo: „Dit zijn niet de eerste bezuinigingen. We zijn al zo vaak bereid geweest het voor minder te doen. Op een zeker moment raak je het zelfbewustzijn, dan komt het punt: voor minder kan het niet meer. Daarna springen hooguit wat beunhazen in het ontstane gat.”

Staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD, Cultuur) presenteert naar verwachting komende vrijdag zijn definitieve cultuurplan.

Dat betekent waarschijnlijk het einde van het grootste deel van de rijksbijdrage voor Toneelgroep Maastricht (twee miljoen euro subsidie, 26.000 toeschouwers en 20 vaste en circa 35 los-vaste krachten); het Huis van Bourgondië (750.000 euro subsidie, 12.000 bezoekers en 11 vaste en circa 35 los-vaste medewerkers) en Het Laagland (850.000 euro subsidie, 23.000 bezoekers, elf vaste krachten en zo’n 25 freelancers).

Dat zou een lelijke streep door de rekening van Maastricht en omliggende regio zijn, die in 2018 culturele hoofdstad van Europa hopen te worden. Maar vooralsnog dreigt alleen kaalslag. Zo’n 75 procent van het cultuurbudget dreigt weg te vallen.

Tot nu toe gaat de meeste aandacht in Limburg naar de mogelijke verdwijning van het Limburgs Symfonie Orkest (LSO). Provinciale Staten namen onlangs een motie aan waarin Gedeputeerde Staten werden opgeroepen zich tot het uiterste in te spannen voor behoud van het orkest. De PVV en de VVD (op een na) stemden tegen.

„Logisch dat het LSO zo aanspreekt”, vindt De Mol van Toneelgroep Maastricht. „Het is een diep gewortelde instelling. Verreweg de oudste van allemaal.” Menu van Huis van Bourgondië zegt: „Ze hebben bovendien een wereldster als ambassadeur. André Rieu speelde in het orkest en zijn vader dirigeerde het zo’n dertig jaar lang.”

Toneelgroep Maastricht, het Huis van Bourgondië en het Laagland Theater kunnen niet terugvallen op zo’n prominente naam. Hun beste ambassadeur is misschien wel de Maastrichtse Toneelacademie – kraamkamer voor acteurs als Monique van de Ven, Jeroen Willems, Gijs Scholten van Aschat en Pierre Bokma.

„De beste school van Nederland”, zegt De Mol resoluut. „Acteurs krijgen er een heel sterke, ambachtelijke basis mee.”

De drie Limburgse gezelschappen dromen van een toekomst waarin ze, meer nog dan nu, een opstap zijn voor jonge makers van deze Toneelacademie. Ze zeggen die taak nog beter te kunnen uitvoeren als, zoals ook de Raad voor Cultuur in haar advies aan de staatssecretaris voorstelde, één theatervoorziening wordt gevormd. Die voorziening zou theater voor volwassenen, jeugdtheater en talentontwikkeling moeten omvatten.

Al vier jaar geleden speelden de drie instellingen daarop in met het actieplan Route du Soleil, dat samen met de Toneelacademie werd ontwikkeld. De dreigende bezuinigingen hebben het overleg in een stroomversnelling gebracht. Over de exacte vorm moeten ze het nog eens worden.

De Limburgse instellingen zijn strijdbaar – al is de tegenstander soms wat ongrijpbaar. De Mol van Toneelgroep Maastricht baalt ervan dat het alleen nog over geld gaat. „Werkelijke argumenten doen er niet meer toe. Praten over verrijking en verdieping leidt tot niets.”

Het meest navrante vindt Derksen van jeugdtheater Het Laagland dat juist in Limburg de culturele sector het publiek als uitgangspunt neemt. „In Amsterdam draaide ik steeds in hetzelfde kringetje rond. Daar had ik als freelancer een naam opgebouwd. Hier zat niemand op me te wachten. Dat heeft ook zijn voordelen: hier woon en werk ik midden in de samenleving. Theater maken over de hoofden van de mensen heen.

En Menu van het Huis van Bourgondië: „Ik heb zes jaar in Amsterdam geprogrammeerd. Liep iemand daar weg uit een voorstelling, dan was dat een goed teken. Dat betekende polemiek. In Limburg ga je in gesprek met zo iemand.”

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Theatergroepen in Limburg dromen van fusie (6 juni, pagina 21) is een deel van een zin weggevallen. Inèz Derksen zei: „Theater maken over de hoofden heen van de mensen die nog geen diehardkunstliefhebber zijn, is er niet bij.”