't Lijkt vanzelf te gaan

Het Nederlandse elftal speelde zaterdag met 0-0 gelijk in en tegen Brazilië.

Debutant Tim Krul deed het „fantastisch” en keepte „een geweldige wedstrijd”.

Na het laatste fluitsignaal van de vriendschappelijke wedstrijd Brazilië-Nederland klonk zaterdag een afkeurend boegeroep door het Serra Dourada Stadion in het Braziliaanse Goiânia. Het 0-0 gelijkspel – de vijftigste remise voor Nederland – was een teleurstelling voor de massaal toegestroomde Braziliaanse supporters, die gehoopt hadden op revanche nadat Nederland vorig jaar Brazilië uit het WK had gestoten.

Ondanks de weinig inspirerende uitslag toonde de Nederlandse bondscoach Bert van Marwijk zich na afloop tevreden met het resultaat tegen een land „dat toch vijf keer wereldkampioen is geweest”.

In de eerste helft had Van Marwijk daarbij een Oranje gezien – zonder vaste krachten als Mark van Bommel, Wesley Sneijder en Maarten Stekelenburg – dat domineerde. „Het lijkt soms wel vanzelf te gaan”, zo zei Van Marwijk in de catacomben van het stadion. „Wie er ook speelt, hij past zich meteen aan ons systeem aan. Maar laten we nu niet denken dat het vanzelf gaat, want dan verliezen we woensdag van Uruguay.”

Tegelijkertijd moest de bondscoach ook toegeven dat het spelbeeld na rust er minder gunstig uitzag voor Oranje. Brazilië zocht nadrukkelijker het doel van zijn tegenstander, waarbij debuterend keeper Tim Krul verschillende keren in actie moest komen. Oranje had daarbij geluk dat de Braziliaanse schutters niet scherp waren. Kruls collega Julio Cesar had daarentegen in de tweede helft vrijwel niets te doen.

Het was volgens Van Marwijk jammer dat in de tweede helft de energie vrijwel weg was bij Oranje. „Dat kwam doordat veel spelers toch nog last hebben van een jetlag. Het veld was ook slecht en daarbij was het erg warm. Het zegt voldoende dat zelfs Kuijt niet meer kon. Die heeft altijd wel lucht. In de tweede helft hadden we ook zomaar kunnen verliezen.”

Zijn Braziliaanse collega Mano Menezes had een andere visie op de tweede helft. Brazilië had zich in zijn ogen herpakt na een zwakke eerste helft, en talrijke kansen gecreëerd. De rondzwervende Neymar, publiekslieveling en speler van Santos, was daarbij een voortdurende plaag voor de Nederlandse verdedigers.

Ondertussen kwam Oranje er eigenlijk niet meer aan te pas, zo constateerde Menezes tijdens de gezamenlijke persconferentie. „Alleen scoren we niet”, zei hij. „Maar we moeten op deze weg doorgaan.”

In de eerste 45 minuten had Brazilië moeite met het positiespel van de Nederlanders. De gastheer werd een paar keer in verlegenheid gebracht door snelle uitvallen van Oranje. Daarbij stuitte de goed spelende Ibrahim Afellay, die op de plek van Sneijder stond, twee keer op doelman Cesar. Zijn eerste kans kwam na een prachtige aanval waarbij het volledige aanvalstrio Arjen Robben, Dirk Kuijt en Robin van Persie betrokken was.

Opvallend was het optreden van de 21-jarige Kevin Strootman (van FC Utrecht), die naast Nigel de Jong acteerde op het middenveld. Ogenschijnlijk eenvoudig bleef de linkspoot overeind, onder meer in duels met de gelouterde Lucas Leiva, clubgenoot van Dirk Kuijt (Liverpool). Onder toeziend oog van zo’n 36.000 Brazilianen speelde Strootman tijdens zijn vierde duel voor Oranje alsof hij nooit anders had gedaan.

Al was hij in het begin wel „een beetje nerveus”, erkende Strootman na afloop, hij bleef „gewoon rustig spelen”. „Wanneer je zo’n kans krijgt om te spelen dan moet je ook laten zien wat je kunt. Je weet dat je tegenover een goede tegenstander staat, dan ga je ook geen andere dingen doen die je normaal ook niet doet”, zei hij.

Van Marwijk was behalve over Strootman, ook positief over Tim Krul. De 23-jarige doelman van Newcastle United lanceerde weliswaar op zijn Engels te veel lange ballen naar voren, maar „groeide” in de wedstrijd. „Tim heeft het fantastisch gedaan en heeft een geweldige wedstrijd gekeept”, vond de bondscoach.