Smashes tussen winkelpubliek, wietwalmen en trams

Beachvolleybal trekt als stadssport meer beoefenaars, publiek en sponsors. De volleybalbond hoopt met de stoere variant van de zaalsport de uitstroom van jongens te voorkomen.

Een groepje Amerikaanse toeristen kijkt verbaasd naar een wedstrijd beachvolleybal op de Dam in Amsterdam. Het viertal uit Chicago schiet direct wat foto’s van de aparte setting: een beach arena met op de achtergrond het Paleis op de Dam en Madame Tussauds. Terwijl strandvolleyballers in het mulle zand vechten om een overwinning in de eredivisie, komt het winkelend publiek met tassen vol nieuwe kleding nieuwsgierig kijken.

Beachvolleybal in het hart van een stad: het is even wennen. Geen strand en geen verfrissende zeewind; in plaats daarvan rijden auto’s, trams en fietsers langs de twee beachvolleybalvelden op de Dam. Zwervers zoeken naar eten. Je ruikt soms de wietwalmen. En tijdens een voorstelling van een straatartiest op het plein hoor je op de achtergrond het geluid van harde smashes en services. De organisatie schat dat zo’n 5.000 mensen het evenement de afgelopen drie dagen hebben bezocht.

Beachvolleybal veroverde de afgelopen twintig jaar de Nederlandse kust en rukt nu op in de rest van het land. Vier van de in totaal negen speelrondes in de eredivisie worden dit jaar in een stad gespeeld die niet aan de kust ligt. „Van een strandsport is het naar een stadssport gegaan”, zegt Rik Eisma, coördinator beachvolleybal bij de volleybalbond (Nevobo). Steden willen zich volgens hem graag verbinden aan de jonge en dynamische sport, omdat die interessant is als citymarketing.

Veel volleybalclubs legden de afgelopen jaren beachvolleybalvelden aan, met een drainagesysteem en hekken eromheen. In totaal zijn er nu zo’n honderd accommodaties, tegenover drie in 2004. Veel spelers verlengen het reguliere zaalseizoen en gaan in de zomer door op het zand. „Ik word iedere week verrast met accommodaties die worden aangelegd of net aangelegd zijn. Dat gaat heel hard”, zegt Eisma.

Internationaal is het ook een trend dat steeds meer beachvolleybalevenementen in een stad plaatsvinden. In de prestigieuze World Tour worden bijna geen wedstrijden meer aan het strand georganiseerd. De wereldkampioenschappen worden later deze maand in Rome gehouden, naast het Olympisch Stadion. En bij de Olympische Spelen volgend jaar in Londen liggen de beachvolleybalvelden vlakbij Downing Street 10, de ambtswoning van de Britse premier.

Maar hoort beachvolleybal wel thuis in een stad? Moet er niet in IJmuiden worden gespeeld, in plaats van in Amsterdam (waar 400 kuub zand werd neergelegd)? Bijna iedereen in de beachvolleybalwereld vindt het juist mooi dat de wedstrijden in de stad plaatsvinden. Op druilerige dagen zoals gisteren zouden er weinig mensen naar het strand komen, zegt speelster Rebekka Kadijk, die samen met Merel Mooren de finale bij de vrouwen in Amsterdam won. „Hier in de stad komen mensen automatisch even kijken. Als je de sport wilt laten groeien, moet je op verschillende locaties spelen.”

En door het organiseren van toernooien kunnen inwoners ’s zomers in de stad blijven, zegt Frank van Overeem, directeur van sportmarketingbureau Free Time Promotion, dat de eredivisie mede organiseert. Bovendien is een beachvolleybalevenement redelijk eenvoudig te organiseren. „Je legt zand neer, zet er een tribune omheen en bouwt een vipdorp. Dan heb je een evenement.” De kosten voor de aanleg van de velden in Amsterdam bedroeg tussen de 15.000 en 20.000 euro.

De verstedelijking van het beachvolleybal – sinds 1996 een olympische sport – past binnen de razendsnelle ontwikkeling die de sport de afgelopen tien jaar doormaakte in Nederland. Waren er eind jaren negentig nog zo’n 10.000 beoefenaars, nu zijn dit er tussen de 40.000 en 70.000, zegt de volleybalbond (125.000 leden). Joop Alberda, voormalig technisch directeur van de Nevobo, zei eens dat beachvolleybal de indoorvariant ooit voorbij gaat.

Het indoorvolleybal kan de successen van het strandvolleybal goed gebruiken. Het zaalvolleybal kampt met het imago van meisjessport: slechts 22 procent van de jeugdleden is mannelijk. Dit terwijl beachvolleybal juist een stoerdere naam heeft, met zon, zee, strand, vrijheid en spectaculaire duikacties. „Verenigingen die beachvolleybal omarmen, kunnen zo de uitstroom van jongens voorkomen”, zegt coördinator Eisma van de Nevobo. Wel is het landelijke beachvolleybalcircuit een aantal stappen verwijderd van profsport: het totale prijzengeld in Amsterdam bedroeg slechts 5.000 euro.