Portugese winnaar krijgt zware taak

Centrum-rechts in Portugal won gisteren onverwacht ruim de verkiezingen. Maar het land wordt feitelijk geregeerd door EU en IMF. De ontevredenheid is groot.

Pedro Passos Coelho, die gisteren overtuigend de parlementsverkiezingen in Portugal won, komt aan de macht op een weinig benijdenswaardig moment. De centrum-rechtse Passos versloeg gisteren weliswaar de socialisten van demissionair premier José Sócrates, die gisteravond meteen terugtrad als leider van de PS – het verschil tussen beide partijen was met ruim 10 procentpunt onverwacht groot. Maar Portugal wordt feitelijk bestuurd door de zogenoemde trojka van de Europese Unie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds. In het nauw gedreven door de Europese schuldencrisis moest het wankelende euroland begin april financiële noodhulp aanvragen. In ruil voor 78 miljard euro aan leningen verplichtte Lissabon zich tot een grootscheeps programma van bezuinigingen, hervormingen en privatiseringen.

De nu te vormen rechtse meerderheidscoalitie, van de PSD en de kleine conservatieve CSD, zal weinig speelruimte hebben om van het pact met de trojka af te wijken. In mei gaf de PSD haar zegen aan het akkoord. Het niet strikt naleven ervan zou leiden tot rumoer op de financiële markten en ruzie met Europa.

In zijn overwinningstoespraak wendde Passos zich expliciet tot de buitenwereld. „Zij die ons vanuit het buitenland gadeslaan, wil ik de verzekering geven dat wij geen last willen zijn voor de toekomst van de andere landen die ons de middelen leenden die we nodig hebben om onze verplichtingen na te komen.”

De Portugezen bereidde hij voor op „een zeer moeilijke periode van twee, drie jaar”. Portugal verkeert al in een recessie en de verdere noodzakelijke bezuinigingen zullen de economie verder doen krimpen. Dit terwijl de werkloosheid nu al 12,3 procent bedraagt, huishoudens en bedrijven diep in de schulden zitten en de vorige regering ook al forse bezuinigingen doorvoerde.

Regeren is kortom geen dankbare taak. In Griekenland, dat Portugal een jaar geleden voorging in het aanvragen van noodhulp, zwelt het protest tegen de politiek dagelijks aan. Ook in Portugal is de onvrede groot. Dit bleek gisteren uit de ongekend lage opkomst (59 procent, een record) en het grote aantal ongeldige en blanco uitgebrachte stemmen (samen 4 procent). Maar het werd ook duidelijk in maart, toen honderdduizenden Portugezen de straat opgingen om te protesteren tegen de precaire situatie van vooral jongeren op de arbeidsmarkt.

De PSD behaalde met 40 procent van de stemmen geen meerderheid. Passos zal daarom moeten regeren met de rechtse CDS, die 14 procent van de stemmen haalde. Mocht de sociale onrust toenemen, dan zal dit de coalitie onder druk zetten – zeker als na twee, drie jaar krimp het economisch herstel uitblijft. Het zou voor de coalitie daarom aantrekkelijk kunnen zijn de PS medeplichtig te maken aan de impopulaire ingrepen. Als zij het regeringsbeleid steunt, gedoogt of er in ieder geval niet tegen demonstreert zou dit het maatschappelijke draagvlak voor alle ingrepen kunnen verbreden.

Vooral voor Passos’ veel kleinere coalitiepartner CDS lijkt het electorale risico van regeringsdeelname groot. Ze zal wél geassocieerd worden met het beleid, maar dit amper kunnen bijsturen. Haar leider stelde gisteravond dan ook nadrukkelijk dat met de verslagen socialisten het compromis moet worden gezocht.

Bovendien trekken economische adviseurs van Passos juist een andere conclusie uit de fouten die Griekenland maakte. De nieuwe regering zou de financiële markten en de Europese Unie positief moeten verrassen en „nog strenger zijn dan de trojka”. Portugal is eigenlijk alleen te veranderen, stelde een van hen, als de regering bereid is de volgende verkiezingen te verliezen.