Palestijnen laten zien dat ze nog bestaan

Opnieuw betoogden Palestijnse betogers gisteren aan de grenzen van bezet gebied. Op de Golan vielen doden toen het Israëlische leger het vuur opende.

Net als een paar weken geleden kwamen ze weer. Honderden Palestijnen en Syrische betogers trokken gisteren op vanuit Syrië naar de bestandslijn van 1967 met Israël. Ze probeerden de Hoogvlakte van Golan te bereiken, die in dat jaar door Israël bezet werd. Vele honderden deden hetzelfde bij Qalandia, de beruchte controlepost bij de Palestijnse stad Ramallah, op de bezette Westelijke Jordaanoever.

Het Israëlische leger opende op de Golan het vuur op de betogers, die probeerden het met mijnen en prikkeldraad afgegrendelde gebied te doorkruisen. Volgens Syrische bronnen vielen hierbij zeker 23 doden, onder wie een jongen van twaalf. Het Israëlische leger noemt dat aantal „overdreven”, maar heeft zelf geen mededelingen gedaan over aantallen slachtoffers. Nog geen maand geleden vielen op dezelfde plek zeker vier doden, toen een grote groep betogers erin slaagde de bestandslijn over te steken. Het leger was met duizenden gemobiliseerd en wist deze keer te voorkomen dat de bestandslijn overgestoken werd.

Voor de Syrische president Bashar al-Assad, die een opstand in eigen land met grof geweld onderdrukt, was de demonstratie een welkome afleiding. Het Israëlische leger, dat het vuur opende op betogers, was een perfecte bliksemafleider. Normaal bewaart Assad de rust langs de bestandslijn.

Maar het gaat te ver de Palestijnse demonstratie op de Golan aan Assad toe te schrijven. De Palestijnse onrust neemt ook sterk toe op de bezette Westelijke Jordaanoever, in de Gazastrook, en onder vluchtelingen in Libanon. In al deze gebieden waren demonstraties aangekondigd, maar uitgerekend Israëls vijanden Hamas in Gaza en de door Hezbollah gesteunde regering in Libanon hadden marsen op de grens verboden.

Israël heeft te maken met een nieuwe vorm van Palestijns verzet: betogingen van grote groepen mensen langs de grenzen en bij controleposten in bezet gebied. Honderden jongeren kwamen gisteren samen bij Qalandia, tussen Ramallah en Jeruzalem. De demonstranten probeerden zich voor de post te verzamelen, om naar Jeruzalem te gaan. Het leger schoot de betogers uiteen met traangas, rubberen kogels en waterkanonnen. Er vielen tientallen gewonden. Enkele jongeren gooiden stenen naar Israëlische soldaten, die vanaf de daken van huizen traangasgranaten in de menigte schoten.

Officieel ging het gisteren om de herdenking van de Zesdaagse Oorlog van 1967, toen Israël de Gazastrook, de Golan en de Westelijke Jordaanoever veroverde. Maar de ‘Naksa’ (terugslag) wordt in tegenstelling tot de ‘Nakba’ (catastrofe), die naar de oorlog van 1948 verwijst, door Palestijnen nooit groots herdacht. „Het gaat ons”, zegt activistenleider Hazeim Abu Helal (28), „niet eens zozeer om de aanleiding. We kunnen iedere dag aangrijpen om de wereld eraan te herinneren dat we ons land terug willen”.

Abu Helal, aan zijn linkerbeen geraakt door een traangasgranaat en weggestrompeld van de voorste linie bij Qalandia, zegt dat de acties langs de grenzen en in bezet gebied goed gecoördineerd zijn. Op sociale media als Facebook wisselen de Palestijnen plannen uit. De onrust in de Arabische wereld heeft een nieuwe golf van Palestijns nationalisme veroorzaakt, zegt Abu Helal, jongerenwerker in bezet Oost-Jeruzalem. „Wij zien de filmpjes op YouTube van generatiegenoten die niet wijken voor het geweld van dictators. Dat is heel inspirerend. Het feit dat wij hier staan, niet aan politieke bewegingen gebonden, betekent dat de oude Palestijnse leiders gefaald hebben.”

De meeste demonstranten zijn jonger dan achttien jaar. Ze hebben weinig of geen herinneringen aan de gewelddadige periode van de tweede Palestijnse opstand (2000-2005), een voor oudere Palestijnen traumatische gebeurtenis. Onder jongeren is veel meer bereidheid om actie te voeren. „De geweldloze demonstraties moeten de wereld eraan herinneren dat de Palestijnen nog bestaan”, zegt Hilmi Arraj, onderzoeker aan de Birzeit Universiteit.

In september wil de Palestijnse premier Salam Fayyad de Palestijnse onafhankelijkheid uitroepen. Onderhandelen over een Palestijnse staat heeft na jaren niets opgeleverd. Om de (overigens geringe) kansen daarop te vergroten, is steun van de wereldgemeenschap vereist. „Deze acties zorgen ervoor dat de wereld weer kijkt naar de strijd om onafhankelijkheid van de Palestijnen. Tot september verwacht ik veel meer van deze demonstraties.”

Israël weet zich weinig raad met deze vorm van actievoeren. Premier Benjamin Netanyahu zei gisteren dat „extremistische krachten onze grenzen proberen te doorbreken en onze gemeenschappen en burgers bedreigen. Dat laten we niet toe.” Netanyahu heeft zware kritiek gekregen van de Arbeidspartij en Kadima, omdat de betogingen een uiting zijn van het mislukte vredesproces tussen Israël en de Palestijnen.