Op de wc ondergedoken tijdens Mexicaanse herfst

Roberto Bolaño: Amulet Vert. Arie van der Wal. Meulenhoff, 157 blz. € 15, ***-

In september 1968 bezette het Mexicaanse leger de campus van de Nationale Autonome Universiteit van México (UNAM), de belangrijkste universiteit van de Latijns- Amerikaanse wereld. Eén vrouw bleef achter: de van oorsprong Uruguayaanse Auxilio Lacouture, bijgenaamd ‘de moeder van de Mexicaanse poëzie’. Zij was een dakloze vrouw, gefascineerd door de jonge dichters voor wie zij hand- en spandiensten verrichtte: een generatie jonger dan zijzelf, maar even marginaal.

Het eerste feit is geschiedenis, het tweede stamt uit de verbeelding van de Chileens-Mexicaans-Spaanse schrijver Roberto Bolaño, die Auxilio tot de hoofdpersoon van zijn roman Amulet maakte. Bijna twee weken laat hij haar tijdens de bezetting van de universiteit onderduiken op het damestoilet van de letterenfaculteit, waar ze na het beleg door een secretaresse wordt ontdekt. In het hele boek is zij alleen met haar gedachten en herinneringen, afgewisseld met hallucinaties en fantasieën die het boek een droom- of beter nachtmerrieachtig karakter geven.

Bolaño schreef Amulet een jaar na zijn omvangrijke roman De wilde detectives, die in 1998 in literaire kringen zijn internationale doorbraak betekende. De jonge dichters die in dat laatste boek op zoek gaan naar een verdwenen vriendin, zijn in Amulet nóg een stuk jonger, maar de zelfkant waarin ze zich ophouden wordt bevolkt door al even bizarre figuren. De stuurloze woordenstroom waarin Auxilio haar verhaal mag doen ligt niet ver van de associatieve stijl vol willekeur en toeval waarin De wilde detectives geschreven is.

Hoewel in Amulet nauwelijks één dichtregel voorkomt, is poëzie het enige wat telt in het leven van Auxilio en haar dichters. Het wonderlijke gevolg is dat de werkelijkheid van de Mexicaanse herfst van 1968 nauwelijks tot het boek doordringt. Alleen de slachting op het Tlatelolcoplein op 2 oktober, waarbij de politie tientallen mensen doodschoot, mag terloops ter sprake komen.

Kondigt zich in Amulet al een ‘generatie Nix’ aan die haar heil slechts zoekt op het persoonlijke vlak van dichtkunst en geestverruiming? Dat is een te haastige conclusie. De jonge dichter Arturo Belano, in wie een alter ego van Bolaño zelf te herkennen valt, zal na de verkiezing van Allende terugkeren naar zijn vaderland Chili om zich in te zetten voor de omwenteling die zich aankondigt – zo voorziet Auxilio. En net als Bolaño zal hij gevangen worden gezet en daarna terugkeren naar Mexico als een dichterlijke drop-out. Maar hoe onderhoudend Amulet ook is, het is niet genoeg om te beklijven.

Ger Groot