Nederland - Vlaanderen

Is er een verschil tussen Nederlandse en Vlaamse literatuur?

Dat is een vraag die alleen een Vlaming kan stellen. Geen Nederlander die zich daar druk over maakt. Wij hebben er geen enkel probleem mee om schrijvers als Tom Lanoye, Erwin Mortier, Dimitri Verhulst en Herman Brusselmans gedachteloos te adopteren als de onzen. Hun Vlaamse achtergrond is voor ons geen thema. En als ze precies daarover schrijven, vinden wij dat exotisch. Ze worden sowieso allemaal uitgegeven in Amsterdam. Er bestaan geen Vlaamse uitgeverijen. Afgezien van de Vlaamse uitgeverijen die wel bestaan, maar daar publiceren alleen huisvrouwen en gepensioneerde priesters. Maar zoals het kleine broertje altijd in competitie is met zijn grote broer, zonder dat de grote broer daar weet van heeft, zo hebben Vlaamse schrijvers het instinct om hun positie te bepalen ten opzichte van hun Nederlandse collega’s. Ik heb wel eens verhitte discussies bijgewoond met Vlaamse schrijvers over de vraag of het al dan niet een goede zaak is dat hun boeken door Amsterdamse redacteuren worden ‘vernederlandst.’ Het was een vraag die politieke dimensies bleek te hebben. Want wie te veel hechtte aan zijn Vlaamse stijl, laadde de verdenking op zich een sympathisant te zijn van de rechtse Vlaamse nationalist.en.

Het Vlaamse literaire wereldje is een slangennest waar je maar beter buiten kunt blijven. Terwijl wij bijna in staat zijn te vergeten dat Vlaamse schrijvers niet Nederlands zijn, zitten zij in Antwerpen, Gent en Brussel de bloedigste machtsstrijden uit te vechten. En altijd gaat het om conflicten die ik als Nederlander nauwelijks begrijp.

Ze hebben in Vlaanderen geen betere of slechtere schrijvers dan wij. Ze hebben wel betere lezers. Want anders dan in Nederland, is in België het onderwijs nog niet afgeschaft. Recensies in Vlaamse kranten zijn, of ze nu positief of negatief zijn, altijd kwalitatief beter dan wat onze zogenaamde kwaliteitskranten afdrukken. De beste, meest serieuze en meest diepgaande interviews heb ik altijd gehad met Vlaamse journalisten. Het meest frappante voorbeeld daarvan was toen ik te gast was op de boekenbeurs in Antwerpen. Ik zou live worden geïnterviewd voor de commerciële stadsradio over Het ware leven, een roman, een complex en veel-lagig boek. De interviewster was een huppelkutje van vroeg in de twintig. Ik verheugde mij erop gezellig met haar een kwartiertje knipogend over mijn hobby’s te babbelen. Bij haar eerste vraag viel ik bijkans van mijn stoel van verbazing. Haar vraagstelling getuigde van een scherpte, intelligentie, begrip en deskundigheid die ik bij Nederlandse journalisten nog nooit had aangetroffen.

Ilja Leonard Pfeijffer