Mystiek Arabisch

Als ik mensen vertel dat ik voor mijn achttiende de Koran zo’n twintig keer in het Arabisch had uitgelezen, reageren ze verrast. Nog verraster zijn ze als ik vertel dat ik al die keren niet heb geweten wat ik las: daar ik het klassieke Arabisch van de Koran weliswaar kon lezen, maar niet kon begrijpen. Het is zoiets als het technisch kunnen lezen van het Hebreeuws, maar niet weten wat er staat.

Vanaf mijn derde leerde ik Arabisch lezen. Eerst van mijn ouders. Daarna bezocht ik tussen mijn vijfde en tiende jaar elke dag de Koranschool na mijn reguliere school in Slough, Engeland.

De Koranschool was een privé-initiatief van een Pakistaans migrantengezin, dat een kamer van hun huis had ingericht tot sober klaslokaal. Daar namen we op tapijten op de grond plaats en droegen dagelijks een of meerdere pagina’s uit de Koran aan de leraressen voor. Nooit legden de leraressen uit wat er stond. Evenmin vroegen we ernaar.

Na mijn tiende nam mijn vader het over: elke zondagmiddag kregen mijn zussen, mijn broers en ik thuis Koranlessen. Ook dat hield in dat wij pagina na pagina aan vader voorlazen. Ik had de Koran op mijn twaalfde uit. Deze gewichtige gebeurtenis werd gevierd. Daarna begon ik de Koran weer helemaal van vooraf aan opnieuw te lezen, nog steeds zonder hem te begrijpen.

Intussen wist ik van vader dat de Koran geopenbaard was door God, in het Arabisch, via de aartsengel Gabriël aan de Profeet Mohammed. Het lezen van de Koran in de heilige taal van God was een van de heiligste vormen van aanbidding van God. Vanaf toen groeide mijn mystiek gevoel bij het lezen van het voor mij onbegrijpelijke doch melodieuze Arabisch.

In Pakistan, waar ik als puber woonde, gebeurde iets soortgelijks. Op onze school aldaar kregen we Arabische les van een geestelijke. Hij leerde me brieven schrijven in het modern Arabisch. Ik leerde teksten te vertalen van officiële documenten. We droegen ook uit de Koran voor. Maar nooit heb ik destijds de Koran vertaald, of een vertaling van de Koran gelezen. Het hoorde eenvoudigweg niet. Het klassiek Arabisch van de Koran was de taal van God zelf. Die mocht je en kon je niet vertalen. Mocht je onverhoopt een vertaling willen lezen, dan moest je eerst het Arabisch voordragen want anders eerde je de vertaling meer dan de heilige taal van God.

Maar belangrijker was, waarom zou je de vertaling lezen of het Arabisch willen begrijpen of ontcijferen? Het lezen van het Arabisch bracht je al nader tot God. En wat kon je, in godsnaam als gelovige meer wensen dan dat?

naema tahir