Muziek Xenakis klinkt soms angstaanjagend

Holland Festival. Xenakis 1234, met o.a. Residentie Orkest, Slagwerk Den Haag en ASKO|Schönberg. Gehoord: 4/6 en 5/6 Muziekgebouw aan ‘t IJ, Amsterdam.

Tentoonstelling Xenakis: Composer, Architect, Visionary, nog t/m 26/6 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam.

Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Jaap van Zweden. Werken van Pärt, Henderickx en Rihm. Gehoord: 4/6 Concertgebouw, Amsterdam. ****

In grote schalen lagen de oordorpjes klaar in het Muziekgebouw aan ’t IJ, om de indrukwekkende geluidsconstructies van de Grieks/Franse componist en architect Iannis Xenakis te dempen. Aan zijn werken was een lang weekeinde gewijd.

Toch waren de oordopjes ietwat overdreven. In werken als Terretektorh (1975), waar de musici van het Residentie Orkest tussen het publiek verspreid door de zaal zaten, liep het volume soms hoog op, maar zelden tot ondraaglijk niveau. Juist met wijd open oren kon je horen hoe het dynamische bereik van fluisterzacht tot knallend hard ruimtelijker werd gemaakt met nuances als dichtbij, veraf en rondom.

Wie wilde weten hoe deze muziek tot stand kwam, kon terecht op een kleine maar interessante tentoonstelling met foto’s, partituurpagina’s en ontwerpschetsen uit het muzikale en architectonische oeuvre van Xenakis. Of het nu gaat om geluid, glas of gewapend beton, steeds keren dezelfde karakteristieke curves, vlakken en verdelingen terug.

Toch is Xenakis’ muziek ondanks het wiskundige fundament vaak heel direct en fysiek. Het is alsof alle theorie hem vooral hielp om ongekende hoeveelheden energie gekanaliseerd los te laten. Dat geldt zeker voor Peaux en Meteaux uit Pléiades (1975), perfect uitgevoerd door Slagwerk Den Haag: een adembenemende symbiose van swing én intellect, van chaos én orde.

Een ander hoogtepunt was Kraanerg (1969), uitgevoerd door Asko|Schönberg. Het is Xenakis op zijn onbarmhartigst; met gruizige, glazige en soms ronduit angstaanjagende klanken. De musici speelden vijf kwartier aaneen met verbluffende concentratie en intensiteit, waarbij de lichtshow op de achterwand slechts soms aansloot. Het luide elektronische pandemonium aan het slot was het enige moment waarop oordopjes wél noodzakelijk waren.

In het Concertgebouw klonk tijdens een Holland Festival-editie van de ZaterdagMatinee, één van de laatste onder leiding van scheidend dirigent Jaap van Zweden, onder meer de Nederlandse première van Wim Henderickx’ TEJAS (2008). Officieel hoorde dit niet bij het Xenakisweekend, maar toch waren er verbanden. Zoals Xenakis zich door wis- en natuurkundige principes als toeval of het gedrag van gasmoleculen liet inspireren, keek Henderickx naar objecten en gebeurtenissen in het heelal: supernova’s, pulsars, quasars. Het leverde een spectaculair symfonisch werk op, met grote contrasten tussen kosmisch dreigende passages, soms Messiaen-achtig aandoende koralen en kleinschaliger, maar van een permanente onrust doordrongen momenten.

Een spirituele ondertoon deelde Tejas met Quid est Deus? (2007) van de Duitse componist Wolfgang Rihm, dat ook voor het eerst in Nederland klonk. In deze toonzetting van 24 antwoorden op de vraag ‘Wat is God?’ bleek hij opnieuw een meesterlijke componist. Wat zijn uitgebreide muzikale uitweidingen te maken hebben met kernachtige aforismen als ‘God, dat is de enige zelfkennis die geen predikaat toelaat’ blijft een raadsel, maar wel een van grote schoonheid.

Zulke paradoxen ontbreken bij de ‘exacte’ Xenakis vaak. Wat zou hij als wiskundige hebben gemaakt hebben van ‘God als bol waarvan het middelpunt overal, en de omtrek nergens is’?