Lage dunk

Er zal altijd behoefte blijven aan kwaliteit’, ‘mensen willen toch iets moois?’, ‘op een dag ontdekken ze vanzelf dat ze iets missen. Toch?’ En zo spreken wij in de culturele sector elkaar met trillende stem een beetje moed in. Het devies ‘geconcentreerd door blijven werken’ is noodzakelijk en effectief, maar wie niet raakt afgeleid door de politieke grillen van de visielozen aan de macht heeft óf het gat in de markt al lang gevonden óf het geluk te leven met een stabiele tweeverdiener.

Het vergaat de film- en televisiewereld inmiddels een beetje als de krantenwereld een decennium geleden. Ook die dreigde in het slop te geraken. Ik herinner mij de discussies over het bewaken van kwaliteit op de redactie nog goed. Er waren diegenen die niet uitgepraat raakten over de noodzaak van vernieuwing, en er waren anderen die grommend hamerden op het blijven leveren van gedegen journalistiek. Een werkbare combinatie van die twee werd maar door enkele visionaire geesten echt geloofd. De krant die je nu leest is een dun, maar overtuigend bewijs van die koortsachtige zoektocht tegen de klippen op. Dat geeft de burger moed.

Maar, kun je roepen, er is een groot verschil tussen krantenland en de Nederlandse film- en televisiewereld: de een bedruipt zichzelf, de ander houdt vooral haar hand op. Dat klopt. Maar hoe het ook wordt betaald: zonder publiek geen product. De boodschap van dit vergelijk is dan ook dat je het met vernieuwen (lees: inkrimpen) alléén niet redt. Sterker, als je in je nerveuze drang naar efficiënt ondernemen vergeet kwaliteit te leveren prijs je jezelf sowieso uit de markt. Krantenland is daar inmiddels wel achter.

De beleidsmakers van deze tijd hebben een lage dunk van de mensen die zij vertegenwoordigen. Zij denken te weten dat het publiek weinig behoefte heeft aan de waarachtige uitdagingen die de culturele sector verzint. Efficiëntie gaat voor alles – ten koste van de kwaliteit. Totdat iedere kunstuiting ophoudt te bestaan. Het zou me niet verbazen als blijkt dat dat gewoon de bedoeling was.

Floris-Jan van Luyn