Kosmopolitica, overlever en altijd buitenstaander

Diplomatiek begaafd, strategisch denker, overlever in een rauwe mannenwereld: Christine Lagarde, 55, in de race als directeur van het IMF. Kritiek? Die glijdt van haar af als water van een eend. „Daar kom je ver mee.”

Begin 2009 zei de Franse president Nicolas Sarkozy dat hij Franse autofabrieken staatssteun zou geven op voorwaarde dat er in Frankrijk geen ontslagen vielen. Dat betekende dat die fabrikanten in andere Europese landen, zoals Slowakije, wel mensen konden ontslaan. Heel Europa viel meteen over Sarkozy heen. Protectionisme!

Vlak daarna moest zijn minister van Financiën, Christine Lagarde, het hol van de leeuw in: er was een vergadering van de ministers van Financiën in Brussel. De manier waarop Lagarde die doorstond, spreekt boekdelen. Een collega die anoniem wil blijven vertelt: „Velen van ons wilden haar de oren wassen. Wat dachten die Fransen wel! We stelden scherpe vragen. En zij gaf steeds antwoorden als: ‘Interessant dat je dat zegt. Eerlijk gezegd is mij dit ook niet helemaal duidelijk. Ik beloof je, ik leg het de president voor en kom bij je terug. Goed?’ Ongelooflijk hoe zij zich hier doorheen werkte. Correct, vriendelijk, zonder zweem van irritatie. Zonder haar baas af te vallen, distantieerde ze zich toch van dit besluit en kalmeerde ze ons allen. Terwijl ze nergens antwoord op gaf – toen niet en later ook niet, natuurlijk.”

Christine Lagarde (55), twee weken geleden door Europese landen voorgedragen om de opgestapte Dominique Strauss-Kahn op te volgen als directeur van het IMF, lijkt gemaakt voor de internationale politiek. Ze spreekt na een jarenlang verblijf in Amerika uitstekend Engels, de lingua franca van dit wereldje. Ze is diplomatiek en kan naar anderen luisteren. Niet altijd om van ze te leren – de Fransen hebben een eigen wereldbeeld – maar om hun in elk geval te tonen dat er naar hen geluisterd wordt. Als strategie. Daarbij blijft Lagarde zelf, niet onbelangrijk, geheel buiten schot. „Kritiek”, zegt de collega-minister bewonderend, „glijdt van haar af als water van een eend. Daar kom je ver mee.”

Maanden heeft Christine Lagarde stilletjes gelobbyd voor de IMF-baan – voordat Strauss-Kahn werd beschuldigd van verkrachting van een New Yorks kamermeisje, toen iedereen ervan uitging dat de volgende IMF-directeur voor het eerst geen Europeaan zou zijn. Lagarde had al vroeg door dat de conservatieve meerderheid in het Amerikaanse Congres toch de Wereldbank in Amerikaanse handen wilde houden, en daarvoor Europese steun zocht. In ruil wilden de VS een Europeaan voor het IMF steunen. Lagarde wist dat Europa, middenin de ergste financiële crisis in honderd jaar, die kans meteen zou grijpen. „Ik zei al maanden geleden tegen mijn minister: Lagarde wordt IMF-directeur”, zegt een Europese diplomaat. „Ik had geen bewijs. Hij lachte me vierkant uit.” Eén dag na Strauss-Kahns arrestatie, op een ministersvergadering in Brussel, polste Lagarde collega’s. De meesten steunden haar meteen – Oost-Europeanen en Ieren waren minder enthousiast, maar er was zo snel geen andere Europeaan.

Sarkozy was totaal verrast. En hij liet eerst juristen uitzoeken of de affaire-Tapie haar kon vellen. Op 10 juni, de dag dat de aanmeldingstermijn voor de directeurspost van het IMF sluit, oordeelt een rechter of Lagarde in 2007 de slopende rechtszaak van zakenman Bernard Tapie tegen de staat terecht liet schikken voor 285 miljoen euro. Zij zetten het licht op groen. De dag erna was Lagarde IMF-kandidaat. „Zo’n kans liet de president niet voorbijgaan”, zegt een hooggeplaatste Fransman.

Velen gaan ervan uit dat het een gelopen race is: opkomende economieën hebben te weinig zetels om Lagarde te blokkeren. Evenmin steunen zij eendrachtig de enige serieuze andere kandidaat, de Mexicaanse centralebankpresident Agustín Carstens. Om hen niet te schofferen, reist Lagarde ook naar China en India en belooft zij niet-westerse landen meer politieke invloed.

Lagarde, een gescheiden moeder van twee zoons van begin twintig en vriendin van een zakenman uit Marseille), staat bekend als intelligent, een keihard werker ook. Ze kan met weinig slaap toe, zegt ze, dankzij een vegetarisch dieet en ’s ochtends 20 minuten yoga – ze oogt immer patent, terwijl meereizende medewerkers stress verraden met zweetlucht en roodomrande ogen. Lagarde kan scherp zijn, maar gelooft in decorum en blijft vrijwel altijd correct. Ze vraagt mensen hoe het met de kinderen gaat, om ze vervolgens het vel over de oren te trekken over het Europese noodfonds. Een Europees functionaris zegt geamuseerd: „De Britten blokkeren regulering in Europa om hun eigen financiële sector te beschermen. Lagarde wil juist alles reguleren om de Franse financiële sector te beschermen. Maar zij komt er altijd uit als de Grote Europeaan en de Brit als de Grote Saboteur.”

Dit vermogen om te overleven in een rauwe mannenwereld en om op cruciale momenten beheerst en diplomatiek te zijn, komen deels voort uit het feit dat ze een buitenstaander is die nooit ergens bij heeft gehoord. Als kind van onderwijzers groeide ze op in Le Havre, aan de Normandische kust, waar ze nog altijd een huis heeft. Haar vader overleed toen ze 17 was. Ze studeerde rechten en ging op een beurs naar Amerika, waar ze in een gastgezin woonde. Twee keer werd ze afgewezen op de ENA, dé opleiding voor de Franse haute bourgeoisie. Tegen Le Monde zei ze dat dit achteraf bezien „uitstekend was. Ik moest alles op eigen kracht doen.” Ze ging de advocatuur in, bij het Amerikaanse kantoor Baker & McKenzie, waar je „door keihard werken en uren factureren hogerop komt”. Ze woonde jaren in Chicago en schopte het tot baas van het kantoor.

In 2005 werd ze onderminister van Handel. Ze gaf er een flink salaris voor op, maar „de staat dienen is een eer”. In mei 2007 werd ze minister van Landbouw onder premier François Fillon. Een maand later belandde ze op Financiën, Economie en Industrie, een post die al decennia als vluchtheuvel fungeert maar waar Lagarde nu wel de langstzittende minister sinds de oorlog is.

Het liep bijna anders. In het begin maakte ze scherpe opmerkingen over de verstarde Franse arbeidsmarkt, die ze drastisch wilde hervormen, en kreeg meteen twee bijnamen: de ‘Amerikaan’ en ‘Christine Lagaffe’ - gaffe betekent ‘uitglijder’. Toen de bankencrisis uitbrak, passeerde iedereen haar links en rechts. Dieptepunt was de dag, najaar 2008, waarop haar hoogste ambtenaar, Xavier Musca, journalisten briefte over wat hij net met de president in het Elysée had besproken. Frankrijk was voorzitter van de EU. Sarkozy trok alle Europese initiatief naar zich toe en kreeg regeringsleiders zo ver dat zij synchroon de banken overeind hielden. Alles ging via Parijs. Maar Lagarde wist soms van niets: Sarkozy werkte via zijn eigen ‘mannetjes’, onder wie Musca. Tijdens Musca´s briefing belde Lagarde hem om te vragen wat hij met Sarkozy besproken had. Iedereen hoorde het. Dit was zo pijnlijk dat zij een gesprek met de president aanvroeg. Maar Sarkozy wilde haar houden. Lagarde was een troef, met haar talen en internationale ervaring. Bovendien: tijdens een crisis en een EU-voorzitterschap vervang je geen minister van Financiën.

In de Franse politiek staat Lagarde vaak boven het partijpolitieke gekrakeel. Een intrigante is ze niet. In Europa ontpopte ze zich, zodra Sarkozy EU-voorzitter-af was, tot sleutelfiguur. „We missen haar al,” zei een diplomaat in Brussel vorige week, toen Lagarde in Brazilië zat om campagne te voeren. In een Europa dat door de crisis splijt in noord en zuid, staat zij onmiskenbaar aan de kant van de zuiderlingen. Zij pleitte al in het begin van de Griekse schuldencrisis voor solidariteit, ofwel een noodfonds. Noorderlingen hebben dat maanden vertraagd en koppelden er zware eisen aan. Maar het fonds kwám er, evenals de ‘gouvernement économique’, waarvoor Frankrijk al jaren pleit. Typerend is dat Lagarde in heftige discussies hierover respect kreeg van de Duitsers, al begrijpen die nog niet wat de Fransen hiermee bedoelen. Ze noemt bondskanselier Merkel ‘Angela’. Als eerste Franse minister woonde ze een Duitse ministerraad bij. De Duitsers vinden Lagarde een typische exponent van Frans ‘colbertisme’, haast blind geloof in een sterke staat, maar tegelijkertijd is zij een van hun belangrijkste ingangen in Parijs. Hoewel er in Frankrijk geen publieke discussie is over leningen aan eurolanden (Duitsers vermoeden dat Frankrijk zelf ooit het noodfonds wil aanspreken), begrijpt zij dat de Bundestag kan exploderen als vertrouwelijke besprekingen uitlekken. Als het moet, zwijgt zij als een oester. In de chaotische Europese crisisbestrijding, waar nationale politici elkaar steeds kopje-onder proberen te duwen, is dat een zeldzame kwaliteit.

Tijdens het fameuze weekend vorig jaar waarop het noodfonds werd opgericht, was het Lagarde die ’s nachts de Amerikaanse minister van Financiën Geithner en andere G7-ministers telefonisch op de hoogte hield. Toen het eindelijk geregeld was, riep ze volgens Le Monde: „Halleluja, inshallah!” WTO-topman Pascal Lamy zei eens dat Lagarde „de taal van al haar gesprekspartners spreekt. Vinden ze geweldig. Zo verdedigt ze de Franse posities des te beter.”

Dat Duitsland Lagarde ongeveer als eerste Europese land steunde voor de IMF-post, bewijst dat zij de vrouw die ooit zei dat er „te veel testosteron in bestuurskamers is” hun beste kans vinden om de organisatie in Europese handen te houden. Nationaliteit is ondergeschikt. „Strauss-Kahn verkondigde ook altijd het Franse standpunt”, relativeert een diplomaat, „Daar hou je rekening mee.”

Het enige minpunt dat velen kunnen bedenken, is dat zij jurist is, geen econoom. In een milieu dat door de crisis sterk gepolitiseerd is – en verder zal politiseren, vanwege de verslechterende toestand van sommige eurolanden – kan dat in Lagardes nadeel werken. Strauss-Kahn redeneerde menig regeringsleider technisch de hoek in. Dat gaf hem en het IMF, vooral in Berlijn, een sterk aura. In noordelijke landen worden de analyses van de Europese Commissie en de ECB over eurolanden maar half vertrouwd, omdat die als Europese instanties betrokken zijn. Commissie-voorzitter Barroso verdedigde lang de Portugese weigering om leningen te vragen, terwijl Portugal dat volgens anderen zo snel mogelijk moest doen om de schade te beperken.

De druk op noordelijke landen om in te stemmen met nieuwe leningen aan de zuidelijke, zal komende tijd stijgen. Als het IMF aan geloofwaardigheid verliest, kan dat fataal zijn voor de euro. Velen raden Lagarde aan zich te omringen met de meest bekwame technici die het IMF in huis heeft, niet met ja-knikkers uit Parijs. Cruciaal zal zijn dat zij in de confrontatie tussen markten en politici, tussen noord en zuid, tussen emotie en rede dezelfde professionele kosmopolitica blijft die het zo ver heeft gebracht in de politiek.

Caroline de Gruyter