Israël verdient niet langer onze steun voor zijn antivredesbeleid

Nederland moet zich niet langer verschuilen achter de VS, betogen Dries van Agt, Frans Andriessen, Laurens Jan Brinkhorst en Hans van den Broek.

Wil de impasse in het Israëlisch-Palestijnse conflict worden doorbroken, dan zal Europa het voortouw moeten nemen. De twee recente Midden-Oosten-toespraken van president Obama hebben duidelijk gemaakt dat de Verenigde Staten geen leiderschap zullen tonen om het vredesproces vlot te trekken, in elk geval niet tot de presidentsverkiezingen van 2012.

Kenmerkend is dat Obama het hoofdprobleem, dat van de nederzettingen, slechts één keer aanstipte in zijn toespraken. Geen veroordeling van de nederzettingen, zelfs geen oproep tot bevriezing ervan kwam over zijn lippen. Israël bedankte hem voor die fluwelen benadering. Het keurde terstond vijftienhonderd nieuwe nederzettingenhuizen goed.

Hoezeer een doorbraak in het Israëlisch-Palestijnse conflict van internationale druk afhangt, toonde de rede die premier Netanyahu op 24 mei hield voor het Amerikaanse congres. Netanyahu’s imposante retoriek en de 29 staande ovaties die hem ten deel vielen, konden niet verhullen dat de Israëlische premier een antivredesboodschap bracht. Die kwam erop neer dat Israël vitale delen van de Westelijke Jordaanoever wil annexeren, dat het Israëlische leger present blijft op het grondgebied van een Palestijnse staat, dat Israël geen Palestijnse hoofdstad zal toestaan in Oost-Jeruzalem en dat alle Palestijnse vluchtelingen hun recht op terugkeer moeten opgeven.

Tel daarbij de voortdurende uitbreiding van de nederzettingen op en het is zonneklaar dat Netanyahu’s posities non-starters zijn. Ze maken een hervatting van het vredesproces onmogelijk. Dat is geen toeval. Netanyahu wil helemaal niet onderhandelen. In wezen is hij nog steeds tegen een Palestijnse staat. Dat valt internationaal niet meer te verkopen. Hij zegt dus niets. Hij maakt die staat gewoon feitelijk onmogelijk.

Gelukkig hebben we aanwijzingen dat Europa niet langer van plan is om de impasse met lede ogen aan te zien. In februari stemde de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over een resolutie tegen het Israëlische nederzettingenbeleid. De VS vetoden de resolutie. De andere Veiligheidsraadsleden, waaronder Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, stemden vóór. Na de stemming brachten deze drie landen een gezamenlijke verklaring uit. Daarin eisten zij een onmiddellijke stopzetting van alle nederzettingenactiviteit en presenteerden ze de parameters waarop een vredesregeling zou moeten zijn gebaseerd. Dit was een gênant demasqué van het diplomatieke falen en het groeiende isolement van de VS.

De komende maanden spelen twee grote kwesties waarin Europa het verschil zal moeten maken. Ten eerste is daar de kwestie van de Palestijnse eenheid. Terwijl president Obama het Palestijnse akkoord van nationale verzoening een „enorm obstakel voor vrede” noemde, verklaarde de Europese Unie dat Palestijnse verzoening een voorwaarde is voor de tweestatenoplossing.

Het is van groot belang dat de EU deze constructieve lijn blijft volgen. Mocht de EU, net als de VS en Israël, het kwetsbare proces van Palestijnse verzoening ondermijnen, dan kan dat proces alleen maar mislukken. Dat zal desastreuze gevolgen hebben, ook voor Israël – een verdere radicalisering van Hamas en een verheviging van het geweld.

De tweede kwestie betreft de totstandkoming van een Palestijnse staat. De Palestijnen is in het vooruitzicht gesteld dat die staat in 2011 zou worden opgericht, via onderhandelingen die uiterlijk in september hadden moeten uitmonden in een akkoord. Dat de onderhandelingen niet konden plaatsvinden, komt door Netanyahu. Hij koos in 2010 voor meer nederzettingen en dus tegen het vredesproces.

De Palestijnen staan met de rug tegen de muur. De instituties die een onafhankelijke Palestijnse staat nodig heeft, zijn opgebouwd, maar het Westen laat na om de druk op Israël uit te oefenen die een doorbraak mogelijk zou maken. De Palestijnen zien de VN als de laatste uitweg om hun onafhankelijkheid te krijgen.

Nu al erkennen 112 landen de staat Palestina bilateraal. In september hopen de Palestijnen dat dit aantal zal zijn gestegen tot boven de 130. Dan kan Palestina het VN-lidmaatschap verwerven. Die weg loopt alleen via de VN-Veiligheidsraad. Obama heeft al verklaard dat de VS ook dit initiatief zullen blokkeren.

Daarmee is de route naar een formeel VN-lidmaatschap van Palestina vooralsnog afgesneden. Dat bezegelt nog niet het lot van het Palestijnse onafhankelijkheidsstreven. De opstelling van de Europese democratieën zal bepalen of dit streven wint aan kracht, of verzandt in weer een desillusie. Die zal het einde inluiden van het pragmatische Palestijnse leiderschap onder aanvoering van president Abbas en premier Fayyad, zo valt te vrezen.

Ook de Nederlands regering staat voor een fundamentele keuze. Zij kan de Europese krachten bijvallen die een doorbraak willen, of zich blijven verschuilen achter de brede rug van Amerika. Dit laatste komt neer op steun voor Netanyahu’s antivredesbeleid. Deze steun schaadt het langetermijnbelang van Israël juist. Het beleid ondermijnt Israëls legitimiteit, drijft Israël in een groeiend isolement en vormt de grootste bedreiging voor zijn veiligheid.

Dries van Agt was minister-president. Frans Andriessen was vicevoorzitter van de Europese Commissie. Laurens Jan Brinkhorst was minister van Economische Zaken. Hans van den Broek was eurocommissaris voor Externe Betrekkingen.