Geen zeewind en strand, maar trams en auto's

Beachvolleybal is hard gegroeid in Nederland, met nu tienduizenden spelers.

De sport wordt vaker gespeeld in de stad. Dat trekt meer kijkers.

Een groepje Amerikaanse toeristen kijkt verbaasd naar een wedstrijd beachvolleybal op de Dam. Het viertal schiet foto’s van de aparte setting: een beach-arena met op de achtergrond het Paleis op de Dam en Madame Tussauds. Terwijl de volleyballers in het mulle zand strijden om een zege in de eredivisie, komt het winkelend publiek met tassen vol kleding nieuwsgierig kijken.

Beachvolleybal in het hart van een stad: het is even wennen. Geen strand en geen verfrissende zeewind; in plaats daarvan rijden auto’s, trams en fietsers langs de twee beachvolleybalvelden. Zwervers zoeken naar eten. Je ruikt soms wietwalmen. En tijdens een voorstelling van een straatartiest op het plein hoor je op de achtergrond het geluid van harde smashes en services. De organisatie schat dat zo’n 5.000 mensen het evenement de afgelopen drie dagen bezochten.

Beachvolleybal veroverde de afgelopen twintig jaar de Nederlandse kust en rukt nu op in de rest van het land. Vier van de negen speelrondes in de eredivisie beachvolleybal worden dit jaar in een stad gespeeld die niet aan de kust ligt: Amsterdam, Assen, Emmen en het Noord-Brabantse dorp Sint Anthonis. „Van een strandsport is het naar een stadssport gegaan”, zegt Rik Eisma, coördinator beachvolleybal bij de Volleybalbond. Steden willen zich volgens hem graag verbinden aan de sport, omdat die interessant is als citymarketing.

Veel volleybalclubs legden de afgelopen jaren beachvolleybalvelden aan, met een drainagesysteem en hekken eromheen. Iin Nederland zijn er nu zo’n honderd beachvolleybal-|accommodaties, tegenover drie in 2004. Veel spelers gaan na het reguliere zaalseizoen door op het zand.

Internationaal is het ook een trend: steeds meer beachvolleybalevenementen in steden. In de prestigieuze World Tour worden bijna geen wedstrijden meer aan het strand georganiseerd. De wereldkampioenschappen worden deze maand in Rome gehouden. En bij de Olympische Spelen in Londen liggen de beachvolleybalvelden vlak bij 10 Downing Street, de ambtswoning van de Britse premier.

Hoort beachvolleybal wel thuis in een stad? Bijna iedereen in de beachvolleybalwereld vindt het juist mooi dat de wedstrijden in de stad worden gespeeld. Op druilerige dagen zoals gisteren zouden er weinig mensen naar het strand komen, zegt speelster Rebekka Kadijk, die samen met Merel Mooren de finale in Amsterdam won. „Hier in de stad komen mensen automatisch even kijken. Als je de sport wilt laten groeien, moet je op verschillende locaties spelen.”

Volgens Frank van Overeem, directeur van sportmarketingbureau Free Time Promotion dat de eredivisie mede-organiseert, is een beachvolleybalevenement eenvoudig te houden. „Je legt zand neer, zet er een tribune omheen en bouwt een vipdorp.” De aanleg van de velden in Amsterdam kostte circa 15.000 tot 20.000 euro.

De ‘verstedelijking’ van het beachvolleybal – sinds 1996 een olympische sport – past binnen de ontwikkeling van de sport de afgelopen tien jaar in Nederland. Waren er eind jaren negentig nog zo’n 10.000 beoefenaars, nu zijn dat er volgens de Volleybalbond tussen de 40.000 en 70.000. Voormalig technisch directeur Joop Alberda voorspelde al dat beachvolley de indoorvariant ooit voorbij gaat.

Het zaalvolleybal kan profiteren van het succes van het strandvolleybal. Zaalvolleybal heeft het imago van een meisjessport – 22 procent van de jeugdleden is jongen – terwijl beachvolley een stoerdere naam heeft. „Verenigingen die beachvolleybal omarmen kunnen de uitstroom van jongens voorkomen”, zegt Eisma. Wel moet het beachvolleybalcircuit nog stappen maken wil het tot een professionele sport uitgroeien: het totale prijzengeld in Amsterdam bedroeg dit weekend slechts 5.000 euro.