De rechter is steeds vaker een vrouw. 'En die zijn drammeriger'

Een vrouwelijke rechter wil van de verdachte vaak horen: ja, ik ben fout geweest, zegt rechter Shirin Milani. „Maar ik probeer daar echt te zitten als Vrouwe Justitia met mijn blinddoekje.”

Nog nooit was de verhouding man/vrouw onder jonge rechters zo in het voordeel van de vrouw. Van de 228 rechters tussen 35 en 39 jaar zijn er 54 man en 174 vrouw, blijkt uit het jaarverslag van de Raad voor de Rechtspraak dat morgen verschijnt.

Gaan deze jonge vrouwelijke rechters het gezicht van de rechtspraak bepalen? Kunnen zij het vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak herstellen? Mr. Shirin Milani (37) is één van die jonge vrouwelijke rechters, een van de weinigen die openlijk met de pers willen spreken.

Als dochter van een Nederlandse moeder en een van oorsprong Iraanse vader ging zij net als veel van haar idealistische leeftijdsgenoten rechten studeren om „iets voor de VN te kunnen gaan doen”. Maar tijdens haar studie ontdekte ze dat je juist als strafrechtadvocaat in Nederland veel kan betekenen voor zwakkeren die niet voor zichzelf kunnen opkomen.

Samen met haar zusje had ze een eigen advocatenkantoor, tot de president van de rechtbank in Zwolle, Robert Croll, haar vroeg of ze ambities had. Natuurlijk had zij ambities, zo vertelde ze hem, maar óók heel jonge kinderen. Croll heeft haar uiteindelijk over de streep getrokken om aan de landelijke selectieprocedure voor rechters mee te doen en te solliciteren als strafrechter bij de rechtbank Zwolle-Lelystad. In februari werd ze aangesteld.

Bij diezelfde rechtbank speelt nu de kwestie van de rechter die zijn functie moest neerleggen omdat hij zijn ambtsgeheim zou hebben geschonden. Hij zou vertrouwelijke informatie hebben doorgespeeld aan iemand.

Heeft u zelf weleens een fout gemaakt?

„Tot nu toe niet. Als ik werk mee naar huis neem – en dat zijn dan al kopieën – dan zal ik dat nog geen seconde in de auto laten liggen. Als ik bij de crèche sta te wachten, dan gaat dat allemaal mee. Een kleine misstap is tegenwoordig hot nieuws. ”

U was eerst advocaat. Hoe is het om nu rechter te zijn?

„Ik moest erg wennen aan mijn rol als rechter. Dat je de regie wilt houden, dat je niet gewraakt wilt worden, zoals in deze tijd eerder speelt. Ik vind het belangrijk dat de verdachte zich gehoord voelt. Als advocaat was ik vooral bezig voor mijn cliënt, nu heb ik de verantwoordelijkheid voor veel meer belangen. Als rechter vertegenwoordig je iets dat groter is dan jijzelf.”

Hoe bedoelt u dat?

„Je wilt als rechter een norm stellen voor de maatschappij: dit is de grens in dit land. Het klinkt romantisch maar ik probeer daar echt te zitten als Vrouwe Justitia met mijn blinddoekje, mijn weegschaal en mijn zwaard. Ik zit daar niet om de persoon van de verdachte te veroordelen of te berechten om wie hij of zij is. Het gaat mij puur om de feiten en de gedragingen en niet over de mens en zijn moraliteit.”

U vindt het wel belangrijk om te weten wie er achter de verdachte schuilgaat.

„Ja, om bepaalde gedragingen beter te begrijpen, want het zijn vaak beschadigde mensen die veel hebben meegemaakt. Maar nogmaals het gaat niet om de ethische kant: hoe heb je dat in godsnaam kunnen doen. Dat komt later wel, als het feit eenmaal bewezen is.”

U bent rechter geworden door in te stromen via de rio-opleiding, de opleiding voor juristen met ruime werkervaring. Is die ervaring een pre?

„Ja, ik denk het wel. Dat je echt in de maatschappij hebt gestaan en contact hebt gehad met de groep waar je als rechter ook mee te maken krijgt. Ik zeg niet dat je een betere rechter bent als je al werkervaring hebt, maar ik vind die diepgaande maatschappelijke interactie met burgers essentieel. Ik denk wel dat je een betere rechter kunt zijn als je ook aan de andere kant hebt gestaan.”

Ziet u een andere houding bij rechters die van de raio [rechterlijk ambtenaar in opleiding] komen, de rechtersopleiding voor net afgestudeerde juristen?

„Een raio komt kort na zijn rechtenstudie binnen en werkt eerst als griffier op een zitting. Ik denk dat zo iemand misschien minder invoelt uit welk lijden een verdachte spreekt. Dat ze denken: je bent er toch zelf bij als je iets doet. Ik heb begrepen dat de raad werkt aan een nieuw opleidingsstelsel voor rechters. Er moet een opleiding te bedenken zijn waarbij je meer ervaring opdoet.”

Het imago van rechters staat onder druk. Het vertrouwen in de rechtspraak is gedaald naar 51 procent, blijkt uit Europees onderzoek.

„Dat vind ik schokkend. Ik geloof dat een goede rechtspraak de basis is van rechtvaardigheid in de samenleving. Ik vraag me af waar de invullers van zo’n enquête tegenaan zijn gelopen. Misschien heeft een deel van hen verwachtingen gehad van de rechtspraak die bij voorbaat al niet waargemaakt konden worden, omdat de rechter een beperkte positie heeft ten opzichte van de wetgever, het Openbaar Ministerie en de politiek. Natuurlijk zijn er incidenten geweest die vervelend afstralen op de hele rechtspraak, maar dit is echt bezijden de waarheid.”

Want?

„Omdat ik zie dat er heel ethisch wordt gewerkt. En dat alle partijen gehoord worden. We leven in een land waar iedereen de vrijheid heeft de kansen die hij krijgt te benutten. Kijk naar mij: mijn vaders vader was gewoon een eenvoudige kleermaker in Perzië. Maar ik kan hier wel gewoon opgroeien en rechter worden. Dat is toch een ongekende vrijheid? Het maakt niet uit waar je vandaan komt of welke positie je ouders hebben. De scholen zijn er voor iedereen. Dat wat je in je hebt, kan worden ontplooid. Als ik dan naar de rechtspraak kijk: de wetten zijn er en het zijn over het algemeen eerlijke wetten.”

Over het algemeen?

„Ja, als advocaat vond ik bijvoorbeeld bij het alimentatierecht dat het wat onrechtvaardig was voor de man. Je hebt dan de rechtspraak om daaraan op zo’n manier invulling te geven dat het wel rechtvaardig is. De rechtspraak is er echt voor de burger en voor de maatschappij.”

Is er een verschil tussen oudere en jonge rechters?

„Ik denk dat de generatie rechters van in de vijftig of zestig misschien meer in rangen en standen denkt. Ik heb dit vak waarschijnlijk om een heel andere reden gekozen dan de meeste mannen in die tijd. Voor mij heeft het niets met status te maken. De oudere generatie handelt en praat meer vanuit een autoriteitspositie. Sommigen van hen kunnen de vertaalslag niet maken naar de jongere generatie die het op dit moment voor het zeggen heeft in de politiek en in maatschappelijke functies. Mijn generatie is zich meer bewust van het feit dat je eerst maar eens moet bewijzen dat je een goede rechter bent. Ik vind wel dat er een autoriteit moet zijn en eerbied voor de rechterlijke macht. Daarom vind ik het bijvoorbeeld belangrijk dat mensen in de rechtszaal opstaan als de rechter binnenkomt. Maar ik probeer te blijven zien dat ik die macht heb, omdat ik nu eenmaal rechter ben vanwege dat labeltje rechter. Dat heeft niets te maken met dat ik als mens superieur ben.”

Spreekt u liever over macht of over gezag?

„Gezag. Je bent wel in de positie om heel impopulaire beslissingen te nemen en in de rechtszaal weten mensen dat ook: zij kan straks bepalen of ik naar huis mag of niet. Macht klinkt zo wellustig. Wij zijn niet geïnteresseerd in macht, maar wel in het goede dat je met gezag kunt bereiken.”

Is de mens achter de rechter van belang?

„Ik worstel zelf met het idee dat rechters ook maar gewone mensen zouden zijn. We zijn wel gewone mensen maar we moeten toch iets bovenmenselijks hebben als het gaat om integriteit en geheimhouding. Tijdens de rechtszaak doet de persoonlijke mening van de rechter er niet toe. Je past vaste bewijsregels toe. Maar ik denk wel dat het vertrouwen in de rechtspraak kan toenemen als mensen zien dat er verschillende soorten rechters zijn. Ik vraag me dan ook af wat voor foto mensen bij dit interview willen zien: een rechter in toga in de rechtbank of juist iemand in een joggingpak bij het schoolplein?”

Wat voor soort rechter bent u?

„Ik voldoe niet aan het oude standaardplaatje van de rechter. Maar dat is juist het plaatje dat het nu moeilijk heeft. Wat wil de burger voor rechter? Het oude grijze bolletje of die jonge professional? Een verdachte is ook niet altijd blank, zestig en man. Je communiceert toch het beste met iemand die dichter bij jouw belevingswereld staat.”

Rechter Willem van Bennekom zei onlangs in De Groene Amsterdammer dat de jongere generatie, veelal vrouwen, precies weet wat wel en wat niet kan. Dat gaat over u.

„Ja, maar ik ben meer voor een gemengde rechtbank. Een overschot aan vrouwen lijkt me niet goed. Ik kan me zo voorstellen dat een man die terechtstaat voor een zedenzaak en van griffier tot officier van justitie jonge vrouwen voor zich ziet, denkt: ik sta nu al 1-0 achter.”

Gedragen mannelijke en vrouwelijke rechters zich verschillend?

„Persoonlijke verschillen in stijl springen meer in het oog dan die als gevolg van geslacht. Maar, en dat klinkt misschien niet aardig, ik zie vrouwen op zitting eerder oordelend en drammerig praten over de persoonlijke keuzes van iemand. Mannen zullen het vooral hebben over de feiten en de gebeurtenissen. Vrouwen willen horen: ja, ik ben fout geweest. Ze zijn moralistischer.”

Heeft u zelf ook die neiging?

„Nee, maar misschien bewust niet, omdat ik als advocaat heb ervaren dat dat heel onbillijk is. Ik vind het belangrijk dat je compassie hebt.”

Op een zitting die u laatst voorzat, barstte een vrouw in tranen uit.

„Ik vond haar ellende heel invoelbaar. Vrouwelijke rechters geven daar vaak iets meer ruimte aan. Maar het heeft geen invloed op de straf. Die tranen bepalen niet of de straf milder wordt. Met mijn blinddoek om zie ik geen tranen.”

Hier spreekt een rechter.

„Men vindt dat ik het goed doe. Op enig moment zal ik uit het strafrecht moeten, naar een andere sector. Over dat rouleren heb ik mijn twijfels. Ik vind dat deze tijd vraagt om specialisten.”

Waarom vraagt deze tijd dat?

„Een rechter moet altijd meer hebben dan elk van de aanwezige partijen. Ook, of misschien wel vooral, op kennisgebied. Ik zou willen dat we allemaal de beste zijn. Want je ziet dat het imago bepaald kan worden door een aantal mensen dat negatief over het voetlicht komt. Dat straalt ook op mij af.”

Wat moet er gebeuren?

„Ik denk dat de rechtspraak dichter bij de burger komt als wij meer tijd hebben om een uitgebreid vonnis te schrijven. Burgers begrijpen dan beter waarom je linksom of rechtsom bent gegaan. Die tijd is er nu niet, omdat de budgetten vanuit Den Haag daarvoor niet toereikend zijn. Zelf hou ik goed in het oog waarom ik het doe zoals ik het doe. Dat leg ik zo vaak mogelijk uit. Dus als ik gevraagd word voor een interview, dan zeg ik ja.”

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Bijna twee miljoen rechtszaken in 2010 (6 juni, pagina 9) staat dat het Openbaar Ministerie vreemdelingen- en bestuurszaken aanbrengt bij de rechtbanken. Dit is onjuist. Het Openbaar Ministerie brengt alleen strafzaken aan bij de rechtbanken.