De hockeysters van Den Bosch flikken het opnieuw

De sleutels tot het succes van Den Bosch zijn clubgevoel en doorstroming.

En ervaring in het spelen van finales. „Wij hebben er al zoveel gespeeld.”

Uitzinnig stortten de hockeysters van Den Bosch zich zaterdag boven op Maartje Paumen. Met een rake strafcorner in de verlenging bezorgde zij haar club de dertiende landstitel in veertien jaar. Net als een week eerder werd de tweede wedstrijd in de best-of-threeserie met 2-1 gewonnen van Laren. In de play-offs kwam strafcornerspecialist en topscorer Paumen maar één keer eerder tot scoren. „Dat is voor mij geen normaal gemiddelde, maar ik heb het beste voor het laatst bewaard”, lachte ze.

Het liep in het begin van dit seizoen allemaal wat moeizaam bij Den Bosch, dat het met slechts drie internationals moest doen. Er werd stroef gespeeld en de resultaten waren matig vergeleken met de jaren daarvoor. In de loop van het seizoen krabbelde de ploeg echter op en eindigde uiteindelijk ‘gewoon’ weer als eerste in de competitie, met zes punten voorsprong op de nummer twee SCHC. Toch had Den Bosch het tegen Laren in de finale van de play-offs erg zwaar. Pas twee minuten voor het einde van de wedstrijd kwam Den Bosch op gelijke hoogte en dwong een verlenging af. Ervaring gaf volgens Paumen, die voor de zesde keer landskampioen werd, de doorslag. „Finales moet je leren spelen en wij hebben er al zoveel gespeeld.”

Aanvoerder Maartje Goderie, die de titel al tien keer behaalde met Den Bosch, meent dat de kracht van het team in het clubgevoel zit. „Wij stralen het geel en zwart uit”, roept ze enthousiast terwijl ze trots aan haar zwarte shirt trekt. „We staan er altijd voor onze club, of het nou met lelijk of met mooi hockey is.”

Trainer Raoul Ehren is nog enigszins verbaasd dat het weer gelukt is kampioen te worden. Hij zag zijn team dit jaar niet als topfavoriet, onder meer omdat Amsterdam en Laren met het dubbele aantal internationals speelden. „De topvier lag dit jaar dichter bij elkaar dan ooit, toch flikken wij het weer”, zegt Ehren. Doorstroming is volgens hem het sleutelwoord van het succes van de club. „Elke keer staat er een nieuwe leider op en elk jaar laten we weer drie of vier jeugdspeelsters instromen”, zegt de coach, terwijl hij door Vera Vorstenbosch onder de champagne wordt gespoten. Na Mijntje Donners werd Minke Booij de leider van de groep, Janneke Schopman was haar opvolgster. „Nu begeleiden Maartje Goderie en Maartje Paumen het team en nemen zij de jonkies aan hun hand. Over een aantal jaar stoppen zij en dan zullen de jonkies van nu opstaan. Dat is de filosofie van Den Bosch.”

Oud-hockeyster Minke Booij (34), die de eerste elf titels met de club won, slaat het feest langs het veld tevreden gade. „Het succesverhaal van Den Bosch gaat inderdaad om ervaring, gevoel en doorstroming”, beaamt ze. „Maar het begon ooit met onze droom.”

Die droom had Booij halverwege de jaren negentig – toen Den Bosch nog een middenmoter was – samen met onder anderen Donners, Dillianne van de Boogaard, Margje Teeuwen, Ageeth Boomgaardt en Hansje Janssen. Den Bosch werd in het seizoen ’89/’90 kampioen in de overgangsklasse en promoveerde naar het hoogste niveau. Booij: „Na een aantal jaar middenmoot wilden we kampioen worden. Niet één keer maar elk jaar. Vooral de continuïteit van kwaliteit was voor ons erg belangrijk.”

In 1998 lukte het voor het eerst de landstitel te behalen. Volgens Booij was het een kwestie van de juiste mensen verzamelen. Steeds meer hockeysters sloten zich bij de droom van Den Bosch aan. „Over al die jaren gaat het inmiddels om ruim zeventig speelsters.” De hockeysters maakten een aantal afspraken. Eén daarvan was dat nooit iedereen ineens zou stoppen. „Daardoor is het mogelijk dat er steeds een nieuwe leider opstaat, ontstaat er nooit een te groot gat en kunnen jeugdspeelsters gefaseerd instromen.”

Een andere afspraak was dat vooral goedopgeleide speelsters uit de eigen jeugd moesten doorstromen en dat alleen uitzonderlijke talenten van buitenaf gehaald mochten worden. „Soms moeten er wel speelsters van buiten de club komen”, zegt Booij. Zo gaf Boomgaardt aan in 2004 te stoppen en moest er een nieuwe sleepcornerspecialist komen. „Bij Oranje Zwart zagen we in Paumen toen een meisje dat wel eens een sleepwonder zou kunnen worden en dat gebeurde. Mede dankzij haar is Den Bosch nu weer kampioen.”