China gaat het Westen wel/niet inhalen

De val van het Westen is nabij, zegt vooraanstaand historicus Niall Ferguson.

Maar volgens zijn collega Ian Morris heeft de VS wel vaker een comeback gemaakt.

Als orakel van het westerse verval heeft Niall Ferguson, hoogleraar geschiedenis, een klinkende reputatie opgebouwd. In Colossus (2004) kondigde hij aan dat de VS na de invasies in Afghanistan en Irak overbelast raakten. In The Ascent of Money (2008) waarschuwde hij dat het Westen na de financiële crisis van 2007/08 aan de vooravond stond van een langdurig onheil. Inmiddels, zo is in Civilization te lezen, weet hij het zeker: het tijdperk van vijfhonderd jaar westerse dominantie loopt af. Hoe kon het dat de westerse beschaving rond 1500 begon aan een opmars? En waarom eindigt dat nu?

Ferguson zoekt het antwoord op de eerste vraag in een combinatie van drie factoren: een economische productie die werd aangejaagd door marktwerking en technologisch- wetenschappelijke vernieuwing, een arbeidsethos dat wortelde in het christelijke geloof en politieke instituties die veranderingen in stabiele banen hielden. Twee van deze drie raken volgens hem in het gedrang, de derde doet er minder toe.

De auteur stelt vast dat het Westen economisch snel wordt ingehaald door China, iets waar weinig tegen in te brengen is. Minder overtuigend is dat hij voor de aantasting van het westerse arbeidsethos verwijst naar een Europa dat in het westerse machtsblok niet meer dan een junior partner is van de VS waar nog wel heel hard wordt gewerkt en niet minder hevig in God wordt geloofd.

Nog vreemder wordt het als Ferguson schrijft dat China weliswaar achterblijft bij de vestiging van de rechtsstaat, maar dat deze opkomende mogendheid de politieke instituties kan missen die voor het westerse succes essentieel waren. Zolang de economische voorspoed doorgaat, aldus Ferguson, behoudt het regime bij de bevolking voldoende steun. Als dat zo is, waarom reageerde het Chinese regime dan zo nerveus op de democratische opstand die sinds begin dit jaar de Arabische wereld overspoelt?

Ian Morris, eveneens hoogleraar geschiedenis, pakt het in De val van het Westen voorzichtiger aan. Hij is minder stellig in het trekken van historische lijnen; zijn toekomstprognose is behoedzaam. Dat China binnen twintig jaar de VS in economische productie zal inhalen, is volgens hem slechts een waarschijnlijkheid. De 20e eeuw heeft een aantal momenten gekend waarop Amerika leek weg te zakken. In de jaren ’30 na de economische crisis, in de jaren ’70 als gevolg van de stagflatie en de nederlaag in Vietnam en in de jaren ’80 toen Japan Amerika economisch leek in te halen.

In Morris’ langetermijngeschiedenis speelt het brede begrip ‘sociale ontwikkeling’ een essentiële rol: in hoeverre zijn samenlevingen in staat vooruitgang te boeken? In de 20ste en 21ste eeuw is vooral de technologische revolutie bepalend. De voorsprong van Amerika op dit gebied is nog altijd indrukwekkend, ook als het gaat om militair overwicht. Welk ander land was in staat geweest tot de operatie die een einde maakte aan het bestaan van Bin Laden?

Ook de politieke instituties die al meer dan tweehonderd jaar de interne stabiliteit garanderen dragen bij aan de nog altijd unieke Amerikaanse machtspositie. En de enorme overheidsschuld? Die overbelasting was inderdaad een reden voor Obama om de leiding in de Libische interventie door te schuiven naar bondgenoten Frankrijk en Groot-Brittannië. Maar een tekort van negen procent op de overheidsbegroting is op termijn te repareren. Het is te vroeg om Amerika te verwijzen naar het tweede plan.

Morris wijkt niet alleen van Ferguson af in zijn oordeel over het te verwachten verloop van de Chinees-Amerikaanse wedijver. Anders dan zijn collega wijst hij ook op nieuwe problemen die voor de nabije toekomst wellicht een grotere betekenis hebben dan de vraag wie de sterkste wordt: klimaatverandering, voedselcrisis, milieurampen, falende staten, migratie, nucleaire proliferatie. Deze moeilijkheden zijn zo groot dat de toekomstige mondiale verhoudingen volgens Morris afhangen van politieke leiders die over de slagvaardige kwaliteiten beschikken om grootschalige rampen af te wenden.

Hoewel Morris minder stellig is dan Ferguson, verdedigt ook hij het standpunt dat het verleden patronen kent die ons in staat stellen de toekomst tot op zekere hoogte te voorzien. Deze vorm van geschiedschrijving roept de vraag op: wat doen mensen er nog toe? Morris meent dat menselijke handelingen de grote bewegingen van de geschiedenis slechts kunnen bespoedigen of vertragen. Maar als hij denkt dat op dit moment de toekomst in beslissende mate afhankelijk is van de besluiten van politieke leiders, waarom zou dat dan in het verleden anders zijn geweest? En wat blijft er dan over van de patronen die, ongeacht wat mensen doen en laten, de loop van de geschiedenis bepalen?

Mark Malloch-Brown biedt in zijn The Unfinished Global Revolution een mooie aanvulling. Hij is hij niet gespecialiseerd in verleden en toekomst, maar in het heden. Hij is een man van de internationaal-politieke praktijk, na dienstverbanden bij de VN, de Wereldbank en een aantal ngo’s. Zijn boek is speels om niet te zeggen rommelig van opzet, maar biedt verhelderende inzichten in de grote kwesties van deze tijd.

De dringendste problemen hebben ook volgens Malloch-Brown een grensoverschrijdend karakter, maar de taaie natiestaat is onmisbaar bij het bieden van oplossingen. In zijn beschrijving van de mondiale instituties, vooral de VN, schetst hij een beeld van logheid en machteloosheid. Zijn ervaringen met vluchtelingenhulp en armoedebestrijding leiden tot de conclusie dat internationale instellingen in het beste geval de ergste nood kunnen indammen.

De verworpenen der aarde worden pas echt geholpen met de opbouw van een democratie die economische groei verschaft. Politiek leiderschap is onmisbaar om instituties te vestigen en te laten functioneren: hij noemt als voorbeelden Corazon Aquino in de Filippijnen en Ernesto Zedillo in Mexico. De opstanden in de Arabische wereld worden gehinderd doordat in Egypte, Libië en andere naties een leider van vergelijkbaar formaat nog niet opgestaan.

Ook mondiale problemen als klimaatverandering en nucleaire proliferatie kunnen volgens Malloch-Brown alleen beheerst worden als politieke leiders slagvaardigheid tonen. De auteur behoort niet tot de school-Ferguson, die Amerika als toonaangevende natie heeft afgeschreven. De Verenigde Staten blijven volgens Malloch-Brown ook in het tijdperk van de ‘global revolution’ de onmisbare natie. Noodzakelijke afspraken met andere staten, in de eerste plaats met de opkomende mogendheid China, zijn alleen mogelijk als de Amerikaanse president initiatieven neemt en de belangrijkste partners meekrijgt. Zo schudt deze praktijkman de hand die de historicus Morris aan het eind van zijn boek onverwacht uitsteekt. Het zijn uiteindelijk personen die het verschil maken.

Niall Ferguson: Civilization. The West and the Rest. Allen Lane, 402 blz. €19,95

Ian Morris: De val van het Westen. Vertaald door Conny Sykora. Spectrum, 879 blz. € 39,95

Mark Malloch-Brown: The Unfinished Global Revolution. Allen Lane, 260 blz. €18,95