Alleen in Azië nog stoelentekort

De luchtvaartindustrie heeft het zwaar. In plaats van eensgezind op te trekken, woedt er een vete tussen Europa en de VS tegenover Azië en het Midden-Oosten.

De internationale luchtvaart lijkt hersteld van de economische crisis van 2008-2009, maar staat er nog steeds niet erg florissant voor. De overkoepelende organisatie van luchtvaartmaatschappijen IATA gaat ervan uit dat de sector dit jaar veel minder winst zal maken dan de 18 miljard dollar (12,3 miljard euro) in 2010.

IATA verwacht dat alle maatschappijen samen goed zullen zijn voor een nettowinst van 4 miljard dollar. Dat is ook veel minder dan de 8,6 miljard dollar waar eerder nog op werd gerekend voor 2010.

Directeur-generaal Giovanni Bisignani somde vandaag op de jaarvergadering van IATA in Singapore de redenen op voor de teruglopende winstgevendheid: de natuurramp in Japan, de politieke onrust in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, en de stijgende olieprijzen. „Japan is goed voor 10 procent van de omzet in de luchtvaart. De aardbeving en de nasleep daarvan hebben tot een schok geleid in onze industrie’’, zei Bisignani. Hij rekende voor dat de 4 miljard dollar winst neerkomt op een marge van 0,7 procent – bij een omzet van bijna 600 miljard dollar. „Met zo’n lage marge blijft er weinig boter over.’’

IATA ziet op lagere termijn vooral de olieprijs als ‘ boosdoener’. De gemiddelde olieprijs zal in 2011 naar schatting stijgen met 15 procent en op 110 dollar per vat uitkomen. De brandstofrekening voor de luchtvaart loopt daarmee op tot 176 miljard dollar, dat is 30 procent van alle kosten. Tien jaar geleden vormde de brandstof 13 procent van de kosten.

IATA hoopt dat de aanhoudende groei van de mondiale economie de stijging van de olieprijs kan compenseren. Het aantal passagiers zal dit jaar toenemen met een geschatte 4,4 procent en de vervoerde vracht met 5,5 procent. „Het internationale bedrijfsleven heeft veel cash, het zakelijk vertrouwen is groot en de wereldhandel blijft toenemen’’, zei Bisignani.

Bisignani, die deze maand na tien jaar aan de top van IATA, met pensioen gaat, deed vandaag een oproep aan de leden van zijn organisatie – vrijwel alle luchtvaartmaatschappijen ter wereld, met uitzondering van de prijsvechters – om de rijen te sluiten en zo het tij te keren. De vervoerders moeten gezamenlijk optreden tegen regeringen die als „bloedzuigers’’ te werk gaan met het opleggen van hogere belastingen en heffingen, stelde Bisignani.

Maar de luchtvaartwereld is verre van een eenheid. Er woedt een vete tussen de grote maatschappijen uit Europa en Noord-Amerika aan de ene kant en hun concurrenten uit het Midden-Oosten en delen van Azië aan de andere kant.

De Europeanen en Amerikanen hebben vooral kritiek op de drie maatschappijen uit de Golfstaten: Emirates, Etihad en Qatar Airways, die in hun ogen met staatssteun bezig zijn de wereld te veroveren. De regeringen van de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar zijn niet alleen de enige aandeelhouders van de nationale luchtvaartmaatschappijen, ze verlenen ook financiële steun door zachte leningen, goedkope brandstof en vrijstelling van belastingen.

„Het is waar dat veel grote maatschappijen ooit zijn begonnen als staatsbedrijven’’, zei Robert Milton, topman van het Canadese ACE Aviation (het moederbedrijf van Air Canada), „maar die tijd is voorbij, laat ons uitgaan van dezelfde spelregels nu.’’

Emirates-bestuursvoorzitter Tim Clark, een Brit geboren op Aruba, meende jaloezie te zien bij de gevestigde maatschappijen. „Wij vliegen niet alleen naar grote bestemmingen, maar ook naar regio’s waar andere maatschappijen niet komen. Elke ondernemer die de kans zou krijgen, zou hetzelfde doen als wij’’, fulmineerde Clark.

Emirates is de afgelopen jaren opgeklommen tot wereldwijde marktleider in het vervoer op lange afstand. Het bedrijf uit Dubai breidt zijn vloot van grote vliegtuigen, zoals de Airbus A380 en de Boeing 777, nog steeds uit.

Mogen buitenlandse maatschappijen een dochterbedrijf opzetten in de Golfstaten, vroeg een Europese bestuurder aan Akbar Al Baker, de topman van Qatar Airways. „Ja hoor’’, antwoordde hij, „als wij hetzelfde mogen doen bij jullie.’’ Al Baker bevestigde daarna desgevraagd wel dat hij ook directeur is van de internationale luchthaven van het emiraat en op die wijze alle vervoersstromen kan coördineren.

Bisignani wilde vandaag wijselijk geen partij kiezen in het conflict. Hij onderstreepte wel dat Azië en het Midden-Oosten de grote groeiers in de luchtvaart zijn. „Azië is de enige regio waar de vraag naar stoelen groter is dan de maatschappijen te bieden hebben”, zei hij. IATA verwacht de komende drie jaar 360 miljoen extra passagiers in Azië, van wie 210 miljoen uit China.

Akbar Al Baker hoorde woorden van Bisignani vergenoegd aan en eiste een „betere vertegenwoordiging’’ van maatschappijen uit Azië in IATA. De brancheorganisatie, met zijn hoofdkantoor in Genève, wordt sinds jaar en dag gedomineerd door bestuurders uit Europa en Amerika.