Zes vragen over de verkiezingen in Portugal vandaag

Jose Socrates, caretaker Prime Minister and Secretary General of the Socialist Party (PS), casts his ballot at a polling station in Lisbon on June 5, 2011. Portugal voted on June 5 in an early election to decide who implements a 78 billion euro bailout deal, with the opposition favourites to win after six years of Socialist rule and near financial collapse. AFP PHOTO/ FRANCISCO LEONG Premier José Sócrates brengt zijn stem uit in een stemlokaal in Lissabon. Foto AFP / Francisco Leong

Welke partijen gaan in Portugal de hervormingen uitvoeren die door het IMF en de Europese Unie zijn opgelegd? Vandaag kiezen de Portugezen een nieuw parlement.

Onze correspondent Merijn de Waal beantwoordt zes vragen.

Wat staat er vandaag op het spel?

De Portugese kiezer wordt verzocht zijn offer voor de euro te brengen. Een mandaat voor de nieuwe Portugese regering om pijnlijke hervormingen door te voeren is cruciaal voor stabiliteit van de Europese muntunie.

Het is lang geleden dat bij een stembusgang in Portugal zoveel op het spel stond als bij de verkiezingen vandaag voor een nieuw parlement. Dit voorjaar raakte Portugal als gevolg van de eurocrisis aan de financiële afgrond, viel de regering en moest het als derde land in de eurozone noodleningen aanvragen.

Het is nu aan de nieuwe regering het pakket maatregelen uit te voeren dat het IMF en de EU in ruil voor de noodleningen hebben opgelegd. Welke partijen dit ‘mogen’ gaan doen – en, vooral, of ze zullen slagen – zal bepalend zijn voor de toekomst van Portugal zelf. En voor de stabiliteit van de muntunie als geheel.

Hoe staat de socialistische premier José Sócrates ervoor?

Minder dan twee jaar geleden hield Portugal ook parlementsverkiezingen. Sócrates, die regeert sinds 2005, werd daarbij herkozen, maar verloor wel zijn absolute meerderheid. Toen zijn land vorig jaar werd meegesleurd in de Europese schuldencrisis, brak dit hem op. Zijn wankele minderheidsregering strompelde van de ene naar de andere politieke crisis. Op de internationale markten groeide de onrust over zijn zwalkende crisisaanpak.

Sócrates’ regering sneuvelde uiteindelijk in maart, toen de voltallige oppositie het zoveelste bezuinigingspakket verwierp. Twee weken later had hij na maanden van verzet geen andere keuze meer dan noodhulp aan te vragen. Begin mei bereikte Lissabon met de trojka van het Internationaal Monetair Fonds, de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank een akkoord over de voorwaarden voor hulp. In een memorandum van 34 kantjes is vastgelegd welke begrotingsmaatregelen en hervormingen Portugal moet doorvoeren om tot 2013 in totaal 78 miljard euro overgemaakt krijgen. Als Portugal niet strikt volgens schema hervormt, kunnen IMF en EU de geldkraan dichtdraaien.

Hoe zijn die maatregelen door de Portugezen ontvangen?

Het maatschappelijk verzet tegen de maatregelen zal groeien. Portugal is een relatief links land, waarin de grondwet die werd opgesteld na de Anjerrevolutie nog deels leest als een klassiek communistisch manifest. Een groot deel van het memorandum, opgesteld in een luttele drie weken, gaat hier haaks tegenin. Het land zal bovendien verder in recessie wegzakken, wat de lagere en middelste inkomensklassen het hardst raakt. Elke nieuwe regering krijgt het dus zeer lastig.

Wat zal de stembusgang vandaag opleveren?

Of de stembusgang een stevige coalitie oplevert, is hoogst onzeker. Volgens de laatste peilingen zal de belangrijkste oppositiepartij, de centrumrechtse PSD, nipt de grootste worden. De vraag wordt of ze genoeg stemmen haalt om samen met de kleine rechtse CDS een coalitie te vormen. Zelfs als ze hier in slaagt, menen veel waarnemers dat een centrumcoalitie gevormd zou moeten worden, inclusief de socialisten. Alle drie de partijen hebben ook hun handtekening onder het pact met het trojka gezet.

Waarom is er weinig kans op een brede coalitie?

Dat heeft te maken met botsende karakters en politiek kortetermijndenken. Luís Nazaré, econoom en een belangrijke adviseur van Sócrates zei: ‘We moeten sowieso aan die afspraken voldoen. De opgave is het vertrouwen van de bevolking te behouden, een gevoel op te roepen dat een gemeenschappelijke inspanning nodig is om deze crisis te boven te komen. Maar daarvoor moet men elkaar vertrouwen en het verleden en oude rivaliteiten vergeten.’

Vooral Sócrates is een polariserende figuur. Veel burgers noemen hem een leugenaar en zijn boos over de crisis. De rechtse partijen sloten de afgelopen maanden uit met de socialisten samen te werken zolang Sócrates partijleider is. Hij zal echter alleen opstappen wanneer zijn nederlaag vandaag flink is. Volgens vertrouwelingen moet het minstens 5 procentpunt verschil met de PSD zijn.

Sócrates die opstapt. Zal het zo’n vaart lopen?

De vraag is of het gat zo groot wordt. Sócrates voerde een foutloze en gedisciplineerde campagne, terwijl Passos en zijn PSD enkele misstappen begingen. Het belangrijkste punt van de socialisten luidde dat de verzorgingsstaat bij rechts niet in veilige handen is. Een boodschap die aansloeg: ondanks de impopulariteit van de premier trekken de socialisten ruim 30 procent van de stemmen.

Zelfs als Sócrates uiteindelijk toch opstapt, krijgt rechts het lastig de socialisten mee te vragen. Na vandaag zal snel geregeerd moeten gaan worden om aan alle eisen te voldoen, terwijl de PS na een vertrek van Sócrates eerst een leiderschapsstrijd moet uitvechten. Bovendien zullen vooral linkse PS’ers een periode in de oppositie prefereren, om niet medeplichtig te lijken aan de hervormingen.

Aan de andere kant zou meeregeren - of gedogen - de PS in staat stellen interessante bestuursposten te behouden of winnen. PS-kopstukken opperen al dat een brede coalitie in het landsbelang is. Kende Portugal na de voorlaatste IMF-interventie begin jaren ’80 niet ook al een regering van PS en PSD? - Merijn de Waal, NRC-correspondent