Zij: 'Mijn geld moet op voor ik doodga'

Nelly de Hoog (51), manager Stichting PVP (vertrouwenspersonen in de zorg) en commissaris bij een woningcorporatie:

„Ik ga makkelijk met geld om, terwijl Jaap juist erg voor zekerheid gaat. Ik lig er niet wakker van als rekeningen een beetje later betaald worden. Het is een bewuste keuze geweest om al ons geld op één hoop te gooien, omdat we een relatie kregen toen ik nog op de middelbare school zat. En ook daarna verdiende ik, als leerling-verpleegkundige, nog lang heel weinig.

„Vorig jaar begon ik aan een nieuwe baan. Dat betekende meer vrije tijd en minder stress, maar ook een fors lager salaris. Hoewel ik dacht dat het me niet interesseerde, moest ik tot mijn verbazing echt even slikken over die 500 euro minder. We hebben gekeken naar het effect ervan op onze levensstijl, maar dat viel mee. We zijn alleen iets minder gaan sparen.

„Dankzij ons financieel levensplan weet ik dat ik op mijn 55ste en Jaap op zijn 60ste kan stoppen met werken. Jaap noemt dat een ‘theoretisch scenario’. Hij snapt er niks van dat ik dan echt wil stoppen. Hij denkt dat werken dan nog heel belangrijk moet zijn. Ik snap juist niet dat hij niet eerder wil stoppen.

„Ik wil dat mijn geld op is als ik doodga. We hebben bewust geen kinderen en om te voorkomen dat ons geld na ons overlijden verdeeld wordt onder onze broers en zussen, hebben we 25 jaar geleden al een testament opgesteld. We hebben één erfgenaam benoemd. Mocht zij er tegen die tijd niet meer zijn, dan gaat ons geld naar een aantal goede doelen. Maar het mooiste zou ik het vinden als we alles hebben opgemaakt.”