Uitholling van regime Gaddafi dreigt

In de Libische burgeroorlog verschuiven de linies amper. Maar het moreel van Gaddafi’s troepen lijdt onder de aanvallen van de NAVO. Het aantal deserties groeit.

Drieëneenhalve maand na het begin van volksprotesten tegen zijn bewind weigert de Libische leider Moammar Gaddafi nog steeds te wijken. De Nationale Overgangsraad in de rebellenhoofdstad Benghazi praat dezer dagen wel in termen van het „afmaken” van Gaddafi en de troepen die hem trouw zijn. Maar de werkelijkheid is dat er aan de militaire fronten een impasse heerst.

De dagelijkse bombardementen door NAVO-gevechtsvliegtuigen die in maart begonnen hebben wel verhinderd dat Gaddafi in die maand de overhand weer kreeg. Maar met bombardementen alleen uit de lucht blijkt de oorlog militair niet makkelijk te beslissen. De rebellen op hun beurt blijven te slecht georganiseerd, gewapend en getraind om op de grond de doorslag te geven.

Ruwweg zitten de rebellen in het oosten van het land, met een enkel stadje in handen van regeringstroepen, en beheerst Gaddafi het westen, met uitzondering van de zwaar bestookte stad Misrata en een paar kleinere plaatsen. De linies verschuiven nauwelijks.

Maar de laatste tijd is wel een zekere uitholling gaande van het moreel aan regimezijde. Dat was ook helemaal aan het begin van het conflict het geval, toen de Britse Mirror al Gaddafi’s val meldde onder de kop: „Dolle hond Gaddafi vlucht terwijl zijn regime verkruimelt”. Een hele reeks ministers, ambassadeurs en langere functionarissen liep toen naar de rebellen over of ging in het buitenland met pensioen. Maar Gaddafi’s commandanten wisten het militaire tij te keren en de deserties verminderden aanzienlijk.

De dagelijkse NAVO-bombardementen, die nu zijn geconcentreerd op regeringsdoelen in de hoofdstad Tripoli, beginnen kennelijk een psychologische tol te eisen. Dat is op te maken uit het weer oplopen van de deserties. Deze week presenteerden bijvoorbeeld vijf overgelopen generaals en drie andere hoge officieren zich op een persconferentie in Rome met de boodschap van de desertie van nog ruim honderd militairen.

Ook kwam de bevestiging van het overlopen van de minister van Oliezaken, Shokri Ghanem. Eveneens in Rome zei hij twee weken na zijn verdwijning uit Tripoli dat hij „de zaak van de jonge Libiërs omarmt om voor een democratische staat te vechten”. Reden was dat „men in de huidige situatie niet meer kan werken”. De top bestaat alleen nog uit de uitgebreide familie-Gaddafi en haar onmiddellijke getrouwen, die de laatste tijd ook weinig meer direct van zich laten horen.

Correspondenten van buitenlandse media in Tripoli rapporteerden ook tekenen van moedeloosheid enerzijds, en nieuw verzet tegen het regime anderzijds. „Het is met ons gedaan”, zei een man, volgens bronnen een informant voor het regime, tegen persbureau Reuters. „De brief is verzonden. Hij komt uit de lucht. We weten alleen de datum niet.”

Tegelijk werd er deze week voor het eerst in lange tijd een betoging tegen Gaddafi’s regime gemeld in een volkswijk van de hoofdstad. Enkele honderden mensen waren maandag de straat op gegaan ter gelegenheid van de begrafenis van een activist, zeiden inwoners van Souq al-Juma tegen correspondenten ter plaatse.

Het is moeilijk te zien hoe Gaddafi dit keer het tij nog kan keren. Ook al heerst er op het slagveld een impasse, met het grootste deel van de wereld tegenover zich, waaronder alle belangrijke mogendheden, is het inderdaad zo goed als uitgesloten dat hij nog lang aan de macht blijft. Zijn regime dreigt te imploderen. Wat dat betreft had NAVO-secretaris-generaal Rasmussen gelijk dat „het niet de vraag is of Gaddafi gaat, maar wanneer [...] Het kan nog wat tijd vergen maar het zou ook morgen kunnen gebeuren.”