Serviërs negeerden tips over Mladic

In de jacht op de van oorlogsmisdaden verdachte Ratko Mladic hebben de Servische autoriteiten jarenlang vertrouwelijke informatie van het Joegoslaviëtribunaal en westerse inlichtingendiensten genegeerd. Dat blijkt uit gesprekken met betrokkenen. Het Servische opsporingsteam ging ervan uit dat Mladic in Bosnië zat. Het Joegoslaviëtribunaal beschikte echter over informatie dat de oud-bevelhebber van de Bosnische Serviërs sinds 2005 niet meer buiten Servië was geweest.

Het uitblijven van resultaat frustreerde de hoofdaanklager van het Joegoslaviëtribunaal, Serge Brammertz. Al in december vorig jaar had hij de Servische autoriteiten geadviseerd het onderzoek te verbreden. Brammertz wilde dat de Serviërs het onderzoek zouden uitbreiden naar Mladics familie, naar contacten met het Joegoslavische leger, en naar mogelijke behandeling door militaire artsen. Deze aanwijzingen werden door de Serviërs niet of nauwelijks opgevolgd.

In februari van dit jaar waarschuwde Brammertz de Serviërs dat hij in zijn halfjaarlijkse rapportage aan de VN-Veiligheidsraad een hard oordeel zou vellen. In het rapport omschrijft de hoofdaanklager de Servische inspanning als een „totale mislukking”. Bij zijn laatste bezoek aan Belgrado, op 11 en 12 mei, was de situatie rond het opsporingsonderzoek nog steeds niet verbeterd.

Het onderzoek naar Mladic werd gehinderd doordat de Servische inlichtingendiensten niet betrouwbaar waren. De zoektocht werd daarom geleid door een speciaal onderzoeksteam onder de directe verantwoordelijkheid van de Servische president Boris Tadic.

De aanhouding van Mladic, op 26 mei, kwam als een volslagen verrassing. Zowel Brammertz als de Servische hoofdaanklager Vukcevic bevond zich op het Kroatische eiland Brioni. Vukcevic reisde daarop halsoverkop terug naar Belgrado.

Hoe Mladic gepakt is: pagina 14-15