Schrappen pgb's ongelukkig begin van een nuttige operatie

S oms lijkt het alsof Mark Rutte alles kan verkopen. Woensdag probeerde hij het schrappen van 90 procent van alle ‘persoonsgebonden zorgbudgetten’ aan de man te brengen als een ‘kwaliteitsimpuls voor de langdurige zorg’. Dit ging wat ver – zeker voor een liberaal, die met zijn kabinet teruggrijpt op centrale sturing, in de hoop de kosten te drukken.

Moed valt het kabinet niet te ontzeggen. De zorgkosten blijven sterk toenemen. De premier overdrijft amper als hij zegt dat straks het onderwijs en – ja, daar was-ie weer – de veiligheid niet meer kunnen worden betaald als de gezondheidszorg een nog groter aandeel opeist van de collectieve uitgaven. De gepresenteerde ingrepen willen alleen maar de groei afremmen van de zorgkosten.

Staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid, CDA) is verpleeghuisarts. Zij weet als geen ander hoeveel persoonlijke rampen schuilgaan achter al die afkortingen en begrotingsposten. In haar brief aan de Kamer geeft zij ook blijk ervan dat ze die veelvormige werkelijkheid overziet. Toch is de gekozen invalshoek vooral een financiële en niet één die de kern van het vraagstuk aanpakt.

De echte bron van de uit de pan rijzende zorgkosten is, afgezien van de vergrijzing, erin gelegen dat te veel mensen zorg krijgen die zij niet nodig hebben en niet de zorg krijgen waaraan zij wel behoefte hebben. Dat zal zo blijven, zolang marktmechanisch denken de discussie domineert.

Het gegeven dat de aangekondigde, drastische besnoeiing op pgb’s wordt uitgevoerd door langdurig zieke of gehandicapte mensen weer afhankelijk te maken van kantoren die vooral budgetten besturen, illustreert dat het conflict tussen beschavingsrechten en kostenbeheersing niet wordt opgelost door de markt. Dat zal ook de nu gekozen benadering niet doen.

De staatssecretaris had die marktverslingerde topambtenaren op haar ministerie met een rugzakje het bos in moeten sturen. Zij had haar eigen ervaring en intuïtie nog wat meer moeten vertrouwen. Uit een recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat de helft van de mensen die een pgb aanvragen dat doen omdat zij de regie willen voeren over hun – vaak gecompliceerde – leven. Bijna de helft hoopt door middel van een eigen zorgbudget zorg te kunnen organiseren die anders niet voorhanden is.

Om aannemelijk te maken dat die mensen straks niks hoeven mis te lopen als hun pgb is opgehouden, zegt de staatssecretaris dat de zorg sinds de invoering van de pgb (1995) sterk is veranderd. Zij wijst – terecht – op de groei van Buurtzorg Nederland, de keten van nu 350 lokale thuiszorgeenheden zonder winstoogmerk die zonder raad van bestuur zorg op maat proberen te leveren.

Ze verwijst niet naar de oude realiteit, naar al die medeburgers die door hun zorgverzekeraar naar een zorgmoloch zijn verwezen die ziekenverzorgenden met een cursus spuitjes-geven langsstuurt en morgen weer iemand anders, ook vijf minuten. Dát stuwt de vraag naar pgb’s op. De mondige pgb-patiënt en zijn omgeving dwingen vernieuwingen af. Dat is geen sinecure. Niemand is geboren als kleinschalig zorgondernemer.

De beginnende patiënt of mantelzorger krijgt van doen met overrompelende begrippen, formulieren en kantoren. Dat hoort bij het gevecht om autonomie, het laatste dat mensen in machteloze fysieke omstandigheden vaak kunnen voeren! Mark en Marlies, neem dat niemand af. Liberaal, christen-democraat of vrijheidsstrijder, het past jullie niet om burgers terug naar het loket te sturen, afhankelijk te maken van de kantoorbeslissing wie je hoe laat in bed komt leggen.

Toch is het goed dat het kabinet de kostenexplosie te lijf gaat. Alleen is de analyse maar half gemaakt. De kern van het probleem is niet dat Nederlandse burgers de vrijheid misbruiken en te veel declareren. Als dat zo is, zijn de regels te vaag en is de controle te slap. De papierwinkel is zo overdonderend dat een gat in de markt ontstond voor zorgkantoortjes, soms met oneerlijke zakenlieden aan het roer. Pak ze aan.

Uit onderzoek, dat binnenkort verschijnt, blijkt dat de thuiszorg die het goedkoopste per uur is, het duurste uitpakt per patiënt. Lage uurprijs, lage scholing, vaak komen, weinig oplossen. Het conundrum van Veldhuijzen wordt alleen opgelost als zij kans ziet om het zo te organiseren dat iedereen die ziek is en voorlopig blijft, vaak met meer dan één kwaal, een zorgraadgever krijgt. Die denkt voor jou. Die weet wat er te koop is.

Kostenreductie zal een illusie blijven, zolang de oplossing alleen wordt gezocht in centraal gestuurde loketten, ook als die van de gemeente zijn, of bij de zorgverzekeraar in plaats van het Zorgkantoor. Geef iedere zorgzoeker buiten het ziekenhuis een wijkverpleegkundige die de situatie en de mensen leert kennen en helpt om een plan te maken dat kan worden aangepast aan de ervaringen.

Vaak wordt een indicatie afgegeven die te ruim of te algemeen is. Het is geen wonder dat patiënten, die door de overheid voortdurend als klanten worden aangesproken, hun indicatie ‘opvullen’. Het is begrijpelijk dat meestal langdurig overbelaste mantelzorgers ook eens een vervanger contracteren.

De miljoenenverspilling wordt pas opgelost als de illusie van marktefficiency in de langdurige zorg wordt losgelaten en als alles wordt gericht op wat patiënten en hun omgeving nodig hebben om iets van een normaal leven over te houden. Dan zie je veel redelijkheid en offerbereidheid.

marc chavannes

E-mail de auteur (opklaringen@nrc.nl) of schrijf online op www.nrc.nl/opklaringen