Ruzie over alimentatie steeds vaker voor rechter

Ouders vechten de ruzie over de hoogte van kinderalimentatie steeds vaker voor de rechter uit. In 2000 voerden ouders er 4.500 rechtszaken met elkaar over, in 2009 zo’n 8.000, buiten de echtscheidingszaken om.

Ook betalen vaders (99 procent van de alimentatiebetalers is man) steeds vaker de kinderalimentatie niet of te laat. In twee jaar is het aantal verzoeken van moeders om niet-betaalde kinderalimentatie alsnog te innen met 33 procent gestegen. Vorig jaar ging het om 10.300 verzoeken. Het Landelijk Bureau Inning Ouderbijdragen int bij wanbetaling.

Dit alles is reden om de berekening van de hoogte van de kinderalimentatie te vereenvoudigen, schrijft jurist Merel Jonker, die binnenkort promoveert aan de Universiteit Utrecht. Zij onderzocht de Noorse en Zweedse stelsels om te bekijken hoe de berekening kan worden versimpeld. In Noorwegen is de berekening van kinderalimentatie een aantal jaren geleden vereenvoudigd en dat leidde tot een forse daling van het aantal rechtszaken en tot minder wanbetaling. Jaarlijks raken in Nederland ongeveer 50.000 kinderen betrokken bij een scheiding.

Het Nederlandse systeem is ingewikkeld, vertelt Jonker. „De vader mag van zijn inkomen tal van kosten aftrekken, bijvoorbeeld voor zijn nieuwe huis, de auto en levensonderhoud. Wat overblijft, kan worden verdeeld over de kinderen. Maar over al die aftrekposten valt te twisten.” Soms vallen ze volgens de rechter lager uit dan de man zou willen, soms hoger. Duidelijk is de berekening in elk geval niet. „Het invullen van een belastingformulier is makkelijker”, zegt Jonker.

Jonker bepleit in haar proefschrift normbedragen voor de aftrekposten en gemiddelde bedragen voor woon- en leefkosten. „Die kan iedereen dan zo bekijken op internet. Het zal misschien tot gevolg hebben dat sommige mannen meer overhouden dan andere, maar de berekening zal in elk geval helder zijn en dus tot minder conflicten leiden.” In Noorwegen hanteert de rechter een vast bedrag dat elk kind nodig zou hebben voor zijn onderhoud. Dat zou in Nederland ook kunnen, maar het is niet per se nodig, vindt Jonker.

Leo de Bakker, directeur van het Landelijk Bureau Inning Ouderbijdragen, vindt vereenvoudiging een goed idee. „Door alle nieuwe wetten en regelingen zijn de aftrekposten in de loop van veertig jaar heel ingewikkeld geworden. Het lijkt op maatwerk, per persoon, maar het systeem is ondoorgrondelijk. Daar wordt zowel man als vrouw gefrustreerd van.”