Reizen met goed fatsoen

Hoe kun je als toerist de lokale bevolking van jouw aanwezigheid laten profiteren? Zes tips voor reizen met een gesust geweten.

Toeristen zijn vaak beducht voor oplichting. Dus onderhandelden sommigen in India tot op de laatste roepie over een ritje met een riksjarijder. Als ze dan eenmaal met hun backpacks in het fietskarretje zitten en de chauffeur veegt met een vieze theedoek het zweet van zijn voorhoofd en trapt de benen uit zijn lijf, dan voelen ze zich opeens intens schuldig.

Hoe kun je als rijke westerse toerist zonder al te veel wroeging door een arm land reizen? Sommige Nederlandse reisbureaus bieden duurzame reizen aan. Ze werken samen met organisaties in het land van bestemming, die oog hebben voor arbeidsomstandigheden, natuur en milieu.

De toerist kan natuurlijk ook de verre reis voor zichzelf goedpraten door zijn ecologische voetprint uit te wissen. Via Greenseat.nl kan hij bijvoorbeeld voor 47 euro de bijna 4 ton CO2 compenseren die hij uitstoot bij een retourvlucht van Schiphol naar Johannesburg. Zo sussen ander zijn vakantiegeweten. Maar wat kan de toerist zelf doen om de lokale bevolking van zijn aanwezigheid te laten profiteren?

1 Maak gebruik van lokale voorzieningenAan een all inclusive vakantie in een resort verdient de lokale bevolking in het slechtste geval niets, en in het beste geval bijna niets. Datzelfde geldt voor een verblijf in een vestiging van grote internationale hotelketens, vertelt Kees van Teeffelen. Hij is uitgever van de reisboekenreeks Te gast in... , met daarin veel aandacht voor duurzaam reizen. „Slaap liever in kleinere familiehotels, of maak als dat kan gebruik van homestays: dan slaap je gewoon bij een gezin in huis.”

2 Laat mensen voor je werken

Beknibbel niet op kleine uitgaven. „Veel toeristen denken: ‘nee joh, wij lopen wel lekker een stuk’”, zegt Kees van Teeffelen. „Terwijl de werkloosheid groot is. Tuktukchauffeurs en riksjarijders kunnen álle inkomsten goed gebruiken, dus stap vooral in.”

Nederlanders hebben volgens Van Teeffelen vaak niet in de gaten hoe makkelijk het is om anderen te helpen. „Accepteer het gewoon als iemand je aanbiedt om je koffer of rugzak te dragen, en betaal er voor.”

3 Geef fooiMinstens zo belangrijk is het om fooi te geven. Vaak moeten hele gezinnen leven van wat degene met een baan in de toeristensector verdient, terwijl de lonen laag zijn en het werk seizoensgebonden. Een extra fooi aan een kamermeisje of liftjongen kan geen kwaad. Wie meent dat een fooi geven het systeem van lage lonen in stand houdt, heeft op zichzelf gelijk. Maar geen of weinig fooi geven, treft de verkeerde personen. Zie het als directe vorm van armoedebestrijding.

4 Doneer aan een schoolHoe zit het met geven zónder dat daar iets tegenover staat? Cadeautjes geven, werkt averechts, zegt Marja Molenaar van Fair Mundo Travel. Zij organiseert duurzame reizen naar zuidelijk Afrika, en vertelt hoe gezinnen hun kinderen thuishouden van school als ze eenmaal doorhebben dat ze aan toeristen een flinke bron van inkomsten hebben. „Als je toch iets wilt geven, is het beter om een school op te zoeken en daar bijvoorbeeld pennen aan te geven. De docenten kunnen die dan verdelen.” Wie het helemaal goed wil doen, koopt zijn weggeefwaar niet alvast in Nederland, maar doet inkopen op de lokale markt.

5 Geef alleen aan bedelaars als de mensen dat zelf ook doen

Aan bedelaars geld geven is vooral goed voor de eigen gemoedsrust; op lange termijn helpt het iemand niet. Vooral kinderen in ontwikkelingslanden hebben bedelgedrag aangeleerd, en zijn op (blanke) buitenstaanders en toeristen ingesteld. Hen iets geven, houdt dat probleem in stand.

In veel landen echter heeft het geven van aalmoezen een religieuze betekenis, zegt Kees van Teeffelen: „Zo heeft een van de vijf zuilen van de islam betrekking op het geven van aalmoezen. En ook boeddhisten hebben een goed gevoel als ze bedelende monniken kunnen helpen.” In bijvoorbeeld India is het normaal om bedelaars te helpen; als je ziet dat ook de lokale bevolking de bedelaars kleingeld of iets te eten toestopt, kun je dat zelf ook doen.

Wie in een land is waar bedelen niet gebruikelijk is, en toch te veel medelijden heeft met de bedelaars, doet er goed aan voor zichzelf een grens te trekken. De toerist kan van te voren bepalen hoeveel geld hij per dag of per week wil geven aan fooien en aalmoezen. Het is onmogelijk om iedereen blij te maken, maar zo’n budget zorgt er wel voor dat hij een houvast heeft.

6 Koop souvenirsHet is de moeite waard om op de souvenirmarkt te achterhalen waar de souvenirs gemaakt worden. „Tussenhandelaren verdienen nog altijd het meeste aan souvenirs”, vertelt Van Teeffelen. Als de toerist dus kans ziet om de handwerklieden uit het land zelf te bezoeken, is dat het best voor de lokale bevolking: de winst komt direct bij de bron terecht. En voor wie niet in China is; let bij souvenirs waar je oog op is gevallen vooral even op het ‘made in China’-stickertje, dat verkopers lang niet altijd weghalen.

Afdingen hoort er trouwens in veel landen bij. Niet altijd in winkelcentra, maar zeker wel op lokale markten en bij (souvenir)kraampjes langs de weg. Maar wat is een goede prijs? Kees van Teeffelen tipt: neem van tevoren een prijs in je hoofd die je bereid bent te betalen voor je souvenir. „Vraag geen belachelijke prijzen, dan krijgen ze nooit iets verkocht. Uitkleden is niet nodig. Maar het onderhandelingsspel hoort er wel bij, dus voel je daar ook niet schuldig over.” Wat helpt is om te weten dat verkopers ook een bodemprijs in gedachten hebben; lager dan die prijs zullen ze hun spullen meestal niet verkopen – tenzij ze het geld echt hard nodig hebben.