Politiek is overal op Biënnale Venetië

Politiek en kunst gaan hand in hand op de 54ste Biënnale in Venetië. In de verschillende paviljoens heeft protest meer dan ooit te voren de overhand gekregen.

Als een olievlek hebben ze zich de afgelopen dagen verspreid door het straatbeeld van Venetië, de knalrode linnen tasjes met daarop de tekst ‘Free Ai Weiwei’. Ze worden uitgedeeld aan iedereen die de Biënnale van Venetië bezoekt. De Chinese kunstenaar, die sinds enkele maanden door de Chinese autoriteiten gevangen wordt gehouden, is de grote afwezige op de Biënnale – al wordt zijn werk wel in een van de nevenexposities getoond. Maar dankzij die rode tasjes, een initiatief van het Kunsthaus in Bregenz, zingt zijn naam toch overal rond – als een stil protestlied van de internationale kunstgemeenschap.

Er wordt veel actiegevoerd op deze 54ste aflevering van de Biënnale. Zo is het Egyptische paviljoen volledig ingericht als eerbetoon aan de mediakunstenaar Ahmed Basiony (1978-2011), die op 28 januari werd doodgeschoten tijdens de opstand op het Tahrir-plein in Caïro. Even daarvoor had Basiony via Facebook opgeroepen om de straat op te gaan om te protesteren tegen Mubaraks regime. De videobeelden die op de wanden van het paviljoen geprojecteerd worden, tonen de laatste momenten voor zijn dood. Tot nu toe werd de inzending voor de Biënnale altijd bepaald door het Egyptische ministerie voor Cultuur. Dat nu een onafhankelijk curator verantwoordelijk is, mag dus gerust een historisch unicum genoemd worden. Het Egyptische paviljoen viert niet de natie, maar de kritische geest van de kunst.

Dat geldt in zekere zin ook voor het Poolse paviljoen, waarvoor voor het eerst geen Poolse kunstenaar werd uitgenodigd, maar de Israëlisch-Nederlandse Yael Bartana. De afgelopen jaren werkte Bartana regelmatig in Polen en ze schrok van het antisemitisme dat ze er tegenkwam. In het Poolse paviljoen laat ze nu een drietal aangrijpende films zien over een door haar bedachte politieke beweging, de Jewish Renaissance Movement in Poland. Bartana pleit voor de terugkeer van 3,3 miljoen gevluchte joden naar Polen, en wil zo de gedecimeerde joodse bevolking weer herstellen. Dat doet ze op overtuigende wijze, met beelden die de propagandafilms van Leni Riefenstahl in herinnering brengen. Vooralsnog is haar beweging vooral een symbolische, maar het zou goed kunnen dat Bartana met haar krachtige beeldtaal in de toekomst ook echt iets gedaan kan krijgen.

Politiek en kunst gaan op deze Biënnale – meer dan ooit tevoren – hand in hand. Het is te zien in het sobere Griekse paviljoen, dat door kunstenaar Diohandi onder water is gezet om zo de nijpende economische situatie te verbeelden. Het is merkbaar aan de afwezigheid van het Libanese paviljoen, dat volgens een persbericht ‘organisatorische problemen’ zou hebben. Het is onderhuids voelbaar in het Zwitserse paviljoen, dat door Thomas Hirschhorn in een uitzinnig krakershol met de naam ‘Crystal of Resistance’ is omgedoopt. En het is zichtbaar in het Belgische paviljoen, waar voor het eerst in de geschiedenis een Vlaamse curator (Luc Tuymans) en een Waalse kunstenaar (Angel Vergara) samenwerkten. „Een krachtig signaal tegenover de huidige Belgische politieke situatie”, aldus Tuymans. „In een land dat nog steeds geen regering heeft, is dit een symbolisch statement.”

En wat te denken van het Roma Paviljoen dat vlak buiten het Biënnaleterrein een plek heeft gevonden? Het is georganiseerd door de Utrechtse instelling BAK en biedt een platform aan kunstenaars die geen thuisland hebben. Het is misschien wel het krachtigste signaal dat de landenpaviljoens in de Giardini hun langste tijd gehad hebben. Het idee van de Biënnale als een soort wereldtentoonstelling of songfestival-achtige competitie, waar landen hun beste kunstenaars naar afvaardigen, komt zo op losse schroeven te staan.