Poëzie versmelt met pijn bij Herta Müller

Nobelprijswinnaar Herta Müller (1953) weet humor en angst te vermengen in haar collagegedichten. Plakletters lichten op als boze ogen.

Neem een stapel kranten, een schaar en een pot lijm. Plak de knipsels op een vel papier en, zie daar, je collage is klaar.

Een kleuter kan het en ook de collages van Herta Müller (1953) lijken kinderspel. Het zijn wel vreemde knipsels. In plaats van plaatjes plakte Müller woorden bij en naast elkaar. Zo ontstonden haar gedichten. Vrolijke gedichten, op het eerste gezicht. Alleen al de titel van het boek maakt blij: De rokkenjager en diens bijdehante tante. De Duitse titel, Die blassen Herren mit den Mokkatassen (2005), klinkt al even monter. Hardop scandeer je de woorden, verheugd over het binnenrijm. Veel van de gedichten doen aan simpele aftelrijmpjes denken en de woorden waarmee Müller jongleert, zijn de eenvoud zelve. Met peppel, perzik, kast en gras komt zij al een heel eind.

Maar pas op. Je kunt Müllers woorden niet vertrouwen, want zij vertrouwt de wereld niet. De winnares van de Nobelprijs voor de Literatuur (2009) moet met twee trauma’s leven. Het eerste is haar kindertijd in een beklemmend dorp. Het tweede is de periode daarna, in een communistische dictatuur. Alles wat zij schrijft, slaat terug op die duistere periodes in haar geboorteland Roemenië. Haar vlucht naar Duitsland, in 1987, veranderde daar niets aan. Wat zij in het dorp leerde vrezen, versterkte zich in de dictatuur. Angst en vernedering, armoede en onderdrukking maakte ze evengoed mee tussen de boeren van Nitzkydorf als in de fabrieken van de grote stad.

Was in het dorp de verzwegen herinnering aan de oorlog de grote boosdoener, in de fabrieken regeerde de lange arm van Nicolae Ceausescu’s veiligheidsdienst, de Securitate. Omdat Herta Müller in het ondergrondse verzet tegen diens schrikbewind zat, werd ze met de dood bedreigd.

Bekijk de collages opnieuw. Ineens lichten letters als boze ogen op. Lees de gedichten opnieuw en de woorden schreeuwen het uit. Vader, maisveld, kapper, koning, hond: ze dragen verschrikkingen met zich mee.

De vader, in Müllers biografie: een voormalig Waffen-SS’er en een dronkelap. Het maisveld: de eenzaamheid van het herderinnetje Herta op het platteland. De kapper: die schoor foute vaders kaal. De hond: die vliegt bij de grens op voortvluchtigen af, en hoort bij douaniers. En de koning? Dat is Ceausescu zelf.

‘En niets wordt in het alfabet van de angst/zo hondenkoppig plomp en/tegelijk zo hagedissig-fijnbesneden/als het heden’ dicht Müller in de mooie vertaling van Ria van Hengel. Die fijnbesneden kant leidt tot prachtige neologismen. Ruilmanen en zomerranden reiken vetkantoren, sidderzeges en kraakbeenmokken de hand: lyriek versmelt met horror, poëzie met pijn. Net als in sprookjes, maar die lopen goed af. Zo naïef kan Herta Müller niet meer zijn.

‘De rokkenjager en diens bijdehante tante’ van Herta Müller is woensdag verschenen bij uitgeverij De Geus. Verkoopprijs: € 22.90.