Ontgoogle jezelf

Die ene foto op een website waar je dronken tegen een muur hangt, kan aardig in de weg zitten bij een sollicitatie. Werkgevers kijken echt niet meer alleen naar het reguliere cv. Wie slim is, zorgt voor een keurig Google-cv.

Publicaties op internet zijn als graffiti: je krijgt ze er niet zomaar weer vanaf. Als het internet zich tegen je keert, heb je dus een probleem. Dan vormen de zoekresultaten in Google niet langer een prima cv, maar een zwartboek dat zich nog tot in lengte van dagen wreekt. Bedrijven doen bij sollicitaties immers al lang niet meer alleen via de reguliere cv’s een indruk op van de kandidaten. Wie zijn zoekresultaten in Google niet op orde heeft, is gewaarschuwd: je wordt bekeken.

„Ik kan schrijven ‘Bart Hinke is een lul’ en dan krijg jij het er nooit meer af.” Aan het woord is de voormalig bestuurder van een ‘piepklein beursgenoteerd fondsje’. Tien jaar geleden is hij naar eigen zeggen zwart gemaakt door een rancuneuze aandeelhouder. Slachtoffer geworden van een „duidelijke, moedwillige beschadigingsactie”. Dus nee, natuurlijk wil hij niet met zijn naam in de krant. Wie in de digitale vergetelheid wil raken, die zit er niet op te wachten om met een publicatie in NRC Handelsblad alles weer op te rakelen. Bedrijfsnamen, jaartallen, alle details die als zoektermen kunnen dienen, wil hij vermijden. Dat geldt voor vrijwel iedereen die benaderd is voor dit artikel. „Ik heb geen zin om oude vijanden weer op ideeën te brengen, ook al ben ik van alle blaam gezuiverd”, zegt de oud-bestuurder.

Hij zou gesjoemeld hebben, „waarmee doet er niet toe”. Het begon met ‘een van hoger hand ingestoken’ publicatie in een landelijk dagblad. De verspreiding van het artikel over het internet deed de rest. Het was kort na de internethausse rond de eeuwwisseling en ook de tijd dat Google in Nederland tot wasdom kwam. „Vroeger werd er in de krant van vandaag de volgende dag vis verpakt. Nu kan een publicatie je de rest van je leven achtervolgen”, ondervond hij.

Zijn geval is extreem, erkent hij, maar het maakte hem wel bewust van de gevaren van het digitale tijdperk. „Kwaadwillenden kunnen je zo op het schavot hijsen. Daar doe je niets aan. Veel mensen denken toch: ‘Waar rook is, is vuur. Daar gaan we maar even niet mee in zee.’ En voor je het weet, ben je dead as a duck. Zakelijk gezien dan.”

Voorbeelden zijn er te over van spijtoptanten die ooit te loslippig waren. Meestal gebeurde dat onder invloed, vaak in de woelige studentenwereld. Neem bijvoorbeeld het ‘Majesteit’-meisje, de rechtenstudente die brallend naast een plas braaksel op weblog GeenStijl belandde. Of de praeses van een rugbyvereniging, die aan een Nijmeegse studentenblad vertelde hoe ze ‘ieder potentieeltje’ op de vereniging al had gehad. Maar hoe erg is dat nu eigenlijk? „Bijna iedere werkgever googelt tegenwoordig”, zegt selectie-adviseur Marijn de Geus van Van Slagmaat & De Geus. Meestal speelt dat in een later stadium van de sollicitatie pas een rol. „De selectieprocedure gaat nog steeds veelal via brief en cv. De Google-zoektocht begint pas voorafgaand aan een gesprek. Voordeel is dat je dan in ieder geval de mogelijkheid hebt om tekst en uitleg te geven. Soms is iets wat op internet over jou gevonden wordt gewoon gebaseerd op een misverstand. Blijkt het om een naamgenoot te gaan, bijvoorbeeld.”

De sollicitatiecode van de Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement & Organisatieontwikkeling (NVP) schrijft dat ook voor. Informatie die via websites verkregen is, moet besproken worden met sollicitanten. Overheidsinstanties zeggen zich hier strikt aan te houden, hoewel voor netwerksite LinkedIn een uitzondering geldt. „Dat is zozeer gericht op het aanbieden van je eigen cv dat we de profielen raadplegen zonder dat te vermelden”, zegt een woordvoerder van Werken bij het Rijk.

Onwelgevallige zoekresultaten komen in soorten en maten. Ene ‘Iliass’ geeft op het Google-forum aan te balen van homometer.nl, waar hij als een van de eerste ‘hits’ wordt vermeld. „Het is hopelijk begrijpelijk dat deze resultaten nadelige gevolgen kunnen hebben voor mijn carrière”, beklaagt hij zich. Of neem de pas afgestudeerde consultant (zie kader) die uit het archief van NRC wil. Een artikel waarin ze vertelt over haar studievertraging, blijft maar opborrelen bij haar eerste tien ‘hits’ op Google.

Toch is, volgens Robert Lommers, socialemedia-specialist bij Rabobank, de rol van het ‘Google cv’ beperkt. „Wij zijn daar bij de werving van personeel heel nuchter over. We kijken naar de mens in totaal. We zijn allemaal wel eens op vakantie geweest, dus we schrikken heus niet van een paar rare kiekjes. Sterker: het zou raar zijn als er helemaal niets naar boven komt. We houden toch allemaal van leuke dingen doen?”

Bij Ank Beringen van de klachtencommissie van de NVP zijn geen klachten bekend over afwijzing door een onwelgevallig zoekresultaat. Het is in die zin net als bij discriminatie, zegt ze. „Vaak is het niet aan te tonen waarom iemand niet uitgenodigd wordt. We hebben geen zicht op misstanden bij het gebruik van openbare digitaal beschikbare informatie. Wij adviseren werkgevers alleen: wees transparant. Dan kan iemand zich ook ergens tegen verdedigen.”

Voor wie zich echt in zijn goede naam aangetast voelt, rest altijd de gang naar de rechter. Maar omdat de juridische weg „agressors vaak alleen maar wilder maakt”, raadt Marco Juffermans de diensten van zijn bedrijf Universal XS aan. „Een stille manier” om je Google-resultaten op te schonen, zo noemt hij het. Bovendien is je gelijk halen voor de rechter pas het halve werk. „De negatieve publicaties duiken vaak op zoveel andere plekken op, daar is vaak geen beginnen aan.”

Juffermans hielp ook de oud-bestuurder na zijn val aan een schone lei. Over het vermeende schandaal is bij de eerste twintig zoekresultaten op Google inmiddels niets meer te vinden. Allemaal weggedrukt door ‘zelfgegenereerde’ publicaties. „Techneuten weten precies welke trucjes je op Google moet loslaten”, zegt Juffermans. „Als je weet hoe je moet schrijven en als je investeert in je ‘linkkracht’, dan kom je een heel eind. Google blijft wat dat betreft gewoon een woordenspel.”

De oud-bestuurder is inmiddels ICT-consulent. Kort na zijn vertrek bij het beursgenoteerde fonds vertrok hij voor vijf jaar naar Londen. Dat was niet zozeer een vlucht voor zijn gekreukte imago. „Maar het kwam wel goed uit. Bij Nederlandse bedrijven zijn altijd wel eikels die je even googlen en het dan leuk vinden om de vuiligheid die daar over je staat te delen met anderen.”