Mussen en patrijzen

Ineens viel het op dat je nog wel giechelvrij kunt zeggen dat iemand ‘op vogelexcursie’ is. Maar ‘aan het vogelen’ – nee, dat hoort echt niet. Daar is het werkwoord vogelen, op Wikipedia onschuldig gedefinieerd als “het bekijken, het determineren (op naam brengen), tellen en inventariseren van vogels en het doen van onderzoek naar bijvoorbeeld gedrag en ecologie”, te onnet voor. Wiki meldt het onder het kopje ‘Trivia’: “Dit artikel gaat over het bestuderen van vogels in de vrije natuur. Voor de, vooral in België gangbare, informele betekenis van vogelen, zie: ‘geslachtsgemeenschap’”. Lees nog eens terug en zie: meteen roept zelfs het neutrale ‘bestuderen in de vrije natuur’ twijfels op over de precieze aard van het vogelen, als activiteit.

Waarom ‘vogelexcursie’ en ‘vogelaar’ nog wel kunnen, maar ‘vogelen’ niet – het is al net zo onduidelijk als waar de associatie tussen vogels en seks ooit vandaan is gekomen. Duidelijk is wel dat die al eeuwenoud is. In 1287 werd ‘vogelen’ al in de betekenis ‘bespringen’ aangetroffen, in West-Vlaanderen, meldt het Vroegmiddelnederlands Woordenboek. En wie op een schilderij uit de Gouden Eeuw een vogel afgebeeld ziet, zou ook genoeg moeten weten, schrijft E. de Jongh in het verhelderende artikel Erotica in vogelperspectief. Het is in zijn geheel op internet te lezen en maakt daar zijn ondertitel (De dubbelzinnigheid van een reeks zeventiende-eeuwse genrevoorstellingen) geheel waar. Over ‘De vogelverkoper’ van Gabriël Metsu schrijft De Jongh bijvoorbeeld: “Wellicht hebben Metsu’s tijdgenoten dit schilderij, dat uit 1662 dateert, als zodanig bekeken, dat wil zeggen er niet meer in gezien dan de verkoop van gevogelte door een oude man aan een jonge vrouw. Het is echter meer waarschijnlijk dat zij deze scène tegelijkertijd in obscene zin hebben opgevat.”

Verderop legt hij nog specifieker uit, steeds met prachtige (voor het moderne oog kuise) schilderijen en gravures erbij: “Het woord ‘vogel’ diende als synoniem van penis; het woord ‘vogelaer’ werd gebruikt voor koppelaar of hoerebaas maar ook werd hiermee degeen aangeduid die zelf het liefdesspel bedreef. [...] ‘Kip’ werd gebruikt als naam voor meisjes van losse zeden. ‘Kippen (of duiven) op zolder houden’ was een bekende uitdrukking voor bordeelhouden. [...] Als bij uitstek wellustig stonden mussen en patrijzen bekend.” En het gaat maar door: “De kooi is een beeld van het vrouwelijk geslachtsdeel, de vogel van de maagdelijkheid. Het laten ontsnappen van de vogel kwam neer op het verlies van de maagdelijkheid. Ofwel de kooi symboliseert het vrouwelijk, en de vogel het mannelijk geslachtsdeel.” (Waarbij ook weer bovenkomt hoe een enge mevrouw ooit in de tram naar de open gulp van een klasgenootje wees en zei: “Straks vliegt je vogeltje weg.”)

De associatie tussen vogels en seks lijkt niet typisch Nederlands, maar in andere talen ligt het allemaal wel net anders. In het Engels is een bird een aantrekkelijke vrouw en wordt het mannelijk geslachtsdeel ‘haan’ genoemd (met cee-o-cee-ka). Of er in het Engels ook gevogeld wordt, moet nu even open blijven. Een internetzoektocht daarnaar (via birding slang) strandde namelijk in een prachtige lijst vogelaarsjargon van een bebaarde Britse sciencefiction- en fantasyfan.

Obsessieve vogelaars, schrijft Neil Faulkner, heten twitchers. Dat zijn de mensen (meestal mannen) die graag het halve land door reizen om een vogel te zien die nog niet op hun life list staat. Wie best van vogels kijken houdt maar nog meer van lekker weer, wordt een dude genoemd. En een birder, schrijft Faulkner, is iedereen die qua kennis en vogelenthousiasme tussen een twitcher en een dude in zit. Birders vinden soms zeldzame vogels waar twitchers dan weer massaal op afkomen en birders zouden meestal ook wel bereid zijn om dudes te helpen met het identificeren van LBJs – Little Brown Jobs. Zo worden de moeilijk te identificeren kleine bruine vogeltjes genoemd, waar er verschrikkelijk veel van zijn. Zo beschreven lijkt er nauwelijks iets sekslozers te bestaan dan vogelen. Al zou Freud ongetwijfeld van sublimatie hebben gesproken: seksuele drift omgezet in de onvermoeibare zoektocht naar steeds nieuwe vogeltjes.

Volgens Amerikaanse vrijetijdswetenschappers kun je trouwens beter een dude zijn dan een twitcher, blijkt uit nog even verder zoeken. In juni 1984 gaven deze onderzoekers bezoekers aan een wildpark een vragenlijstje mee, met onder andere negen plaatjes van verschillende vogels erop. Naarmate de bezoeker er meer bij naam kende, bleef hij langer in het park – maar die echte vogelkenners waren wel minder tevreden over het uitje, in vergelijking met mensen die minder vogels wisten te benoemen. Dat kwam doordat het vogelen voor de fanatieke vogelaars een ‘consumptieve activiteit’ was geworden, menen de onderzoekers (Leisure Sciences, 1987): een vogel die eenmaal aan de life list is toegevoegd, is voor een volgende excursie niet meer beschikbaar. Het leven wordt dus steeds moeilijker voor mensen die hun seksuele drift al te fanatiek omzetten in seksloos vogelen.

En dan dringt plotseling door: misschien hoeft er niet eens een heel bijzondere relatie te zijn geweest tussen seks en vogels. Ook in allerlei andere betekenissen wordt metaforisch over mensen en vogels gepraat: rare vogels, slimme vogels, vrije vogels… Misschien zijn vogels gewoon een gemakkelijk te definiëren groep dieren waar eenvoudig een breed bereik van menselijke gedragingen op te projecteren valt. Inclusief seks. En soms ook exclusief seks – zie bijvoorbeeld Donald Duck. Tekenaar Carl Barks, die Duckstad ooit bedacht, vertelde in 1994 in Der Spiegel (onder de kop ‘Donald Duck was mijn verlosser’): “Mijn eenden hadden geen seks. Alleen eieren.” En die kwamen van de Duckstedelijke kruidenier.