Merkel springt op groene golf

Kernenergie laat niemand in Duitsland onverschillig. Dat is vooral het succes van de Groenen. Door terug te komen op haar eerdere besluit om kernenergie te steunen, probeert bondskanselier Merkel de Groenen nu hun thema te ontnemen.

De stemming zat er al vroeg in bij de Groenen in Bremen, tijdens de gemeenteraadsverkiezingen twee weken geleden. Lijsttrekker Karoline Linnert (52) zei zonder te aarzelen dat haar partij „een hele forse winst” zou gaan boeken. Dat was uren voordat de stemlokalen in deze Noord-Duitse havenstad dicht gingen. De nuchtere Linnert kreeg gelijk. De Groenen werden weliswaar niet de grootste partij in Bremen, maar ze boekten wel de grootste stemmenwinst – zoals steeds bij de vijf regionale verkiezingen in dit belangrijke verkiezingsjaar in Duitsland. De Bondsrepubliek ‘vergroent’ – er lijkt geen einde aan te komen.

De opmars van de Groenen begint het duidelijkst vorm te krijgen in de vanouds conservatieve deelstaat Baden-Württemberg, bijna zestig jaar geregeerd door degelijke christen-democraten die geloofden in de bouw van auto’s en kerncentrales. Na verkiezingen voor het deelstaatparlement, eind maart, is twee weken geleden een minister-president van de Groenen aangetreden.

Winfried Kretschmann (63) is de grote stembuswinnaar. Hij is een rustig en bodenständig mens. Een man die hier thuishoort. Die zijn kiezers langzaam en in lokaal dialect toespreekt en de politiek voor hen begrijpelijk heeft gemaakt door zijn consequente boodschap: als wij winnen, zal hier iets veranderen.

Nu is hij premier; in het federaal geregeerde en hiërarchisch ingestelde Duitsland een machtige functie. Kretschmann van de Groenen kan heersen als een vorst, in een deelstaat die samen met Beieren de economische motor van de republiek is. Een motor die dadelijk misschien op biobrandstof loopt. Of op stroom.

De auto-industrie, in Duitsland zo ongeveer heilig verklaard, was de eerste die een waarschuwing van Kretschmann kreeg. Porsche en Mercedes, beide in Stuttgart gevestigd – de hoofdstad van Baden-Württemberg – moeten duurzamer produceren. En sneller elektrische auto’s op de markt brengen. „Als de auto-industrie het niet voor elkaar krijgt groener te worden, heeft ze geen toekomst.”

Kretschmann zei bij zijn aantreden dat zijn deelstaat „aan de vooravond van een nieuwe Gründerzeit” staat, met een verwijzing naar de jaren tussen 1871 en 1900; een tijd van grote economische en sociale veranderingen in Duitsland. Baden-Württemberg zal, als het aan zijn groene premier ligt, de komende jaren „ecologisch en sociaal” sterk veranderen. „Het begrip duurzaamheid wordt Leitmotiv.”

Voor de Bondsrepubliek, waar politieke verandering doorgaans een langdurig en moeizaam proces is, maakt de omwenteling in het zuidwesten deel uit van de groene revolutie – ook al noemt niemand die zo. De Groenen zijn als politieke partij geliefder dan ooit tevoren. Ecologische producten zijn sterk in opmars. Duitse automobilisten wordt biobrandstof opgedrongen. Haast dwangmatig verrijzen overal windmolenparken. Bedrijven die zonnepanelen produceren, kunnen op steun en fiscale voordelen rekenen. En, misschien het belangrijkste van alles, Duitsland schaft in versneld tempo de kernenergie af.

Stilletjes wordt hier en daar al gespeculeerd over de kroon op de groene revolutie: een groene bondskanselier. Een naam is ook al genoemd – Joschka Fischer, staatsman in ruste, zakelijk lobbyist, commentator en informeel nog steeds de belangrijkste politicus van de Groenen. Filmster is hij ook. Fischers leven is vastgelegd in de net verschenen film Joschka und Herr Fischer, van de Duitse regisseur Pepe Danquart; een 140 minuten durende lofzang op de grootste ijdeltuit van Duitsland.

Hij is nog lang geen kanselier en het is maar de vraag of Fischer dat ooit zal worden. Voorlopig zit Angela Merkel stevig in het zadel. Maar de toenemende zelfverzekerdheid van de Groenen gaat gelijk op met hun populariteitsgroei. Ineens lijkt alles mogelijk. „Wij zijn niemands knecht. Wij kunnen de baas leveren. Kijk maar naar Baden-Württemberg”, zei laatst Jürgen Trittin, fractieleider van de Groenen in de Bondsdag; een man die zelf de ambitie heeft om hogerop te komen.

De Groenen komen voort uit de bontgeschakeerde West-Duitse alternatieve beweging aan het eind van de jaren zeventig. Milieufreaks, vredes- en vrouwengroepen en vooral veel tegenstanders van kernenergie bundelden hun politieke aspiraties in een nieuwe landelijke partij: Die Grünen, de Groenen.

Ze zagen er alternatief uit, hadden nieuwe ideeën en leken in niets op de drie gevestigde politieke stromingen die in de naoorlogse Bondsrepubliek tot dan toe de dienst hadden uitgemaakt: christen-democraten (CDU/ CSU), sociaal-democraten (SPD) en liberalen (FDP). Toen in 1985 de 37-jarige Joschka Fischer als minister van Milieu en Energie voor de Groenen in de deelstaat Hessen moest worden beëdigd, verscheen hij nonchalant op gympies. Het zouden de beroemdste schoenen van Duitsland worden.

Anno 2011 horen de Groenen zelf tot de gevestigde politiek. Ze hebben aangetoond dat ze bereid en in staat zijn om te regeren, zowel op regionaal als landelijk niveau. Hun thematiek is in de loop der jaren grofweg dezelfde gebleven, met één boven alles uittorenend thema als constante: de felle oppositie tegen kernenergie.

Zonder dit hevig verfoeide en tegelijk innig gekoesterde thema zouden de Groenen niet zo groot en succesvol zijn geworden. En, omgekeerd, zonder de Groenen zou het met de kernenergie in Duitsland heel anders zijn gelopen. Kernenergie is hier al jaren omstreden. Evenals elders werd er in de jaren zestig en zeventig veel van verwacht en ook veel in geïnvesteerd. Maar het optimisme sloeg om door ongelukken, oplopende kosten, groeiende twijfel en toenemend verzet.

De Groenen waren daarin maatgevend. Uniek voor Duitsland is dat ze hun tegenstand nooit hebben opgegeven. Ze hebben de kernenergie in de loop der jaren weten te politiseren. En wel op zo’n manier dat er haast geen Duitser meer is die er onverschillig onder blijft. Anders dan in andere Europese landen is kernenergie in Duitsland een electoraal onderwerp van de eerste orde.

Er is wel eens gezegd dat kernenergie bij de tegenstanders Duits-romantische sentimenten oproept, zoals de hang naar een onbedorven natuur en een zich afwenden van de vooruitgang. Het liberale dagblad Die Welt schreef deze week spottend: „De kinderen van Heidegger en Bionade krijgen het voor het zeggen”. Martin Heidegger (1889-1976) was een Duitse filosoof die zich afkeerde van techniek. Bionade is de Coca-Cola van de groene beweging; een razend populaire softdrink van Duitse bodem, handig in de markt gezet en voorzien van een milieustempel. Voor Die Welt, geen tegenstander van kernenergie, zijn de Groenen Heideggers kinderen.

De demonstraties van de Duitse anti-kernenergiebeweging, begonnen in de vroege jaren tachtig, zijn altijd doorgegaan en steeds massaler geworden. Wie nu bij protestmanifestaties gaat kijken, ziet allang geen vijftigers en zestigers meer voor wie de tijd is blijven stilstaan, maar twintigers en dertigers; studenten en jonge ouders met kinderwagens.

Zoals een moeder van twee kinderen op een massademonstratie met meer dan 100.000 deelnemers in Berlijn tegen deze krant zei: „Als kind ben ik met mijn ouders meegegaan naar Gorleben om daar tegen de opslag van radioactief afval te demonstreren. Nog steeds zijn er kerncentrales in Duitsland. We hebben nu de kans om ze af te schaffen. Als we niet doorgaan met demonstreren, is alle moeite voor niets geweest.” Deze jonge moeder staat model voor de nieuwe kiezer van de Groenen: mondig, goed geïnformeerd, een beetje links; ambtenaar met een naar eigen zeggen „heel redelijk inkomen”. In Nederland zou ze op D66 of GroenLinks kunnen stemmen.

Het zijn de Groenen en hun steeds groeiende aanhang geweest die Duitsland tot de veelbesproken Atomausstieg hebben gedwongen, de sluiting van alle Duitse kerncentrales. Dat was een beslissing van de roodgroene coalitie van bondskanselier Gerhard Schröder in 2000. Wettelijk werd het later door de Bondsdag vastgelegd: de zeventien Duitse kerncentrales zouden tot 2022 successievelijk dicht gaan.

Maar vorig jaar besloot het christelijk-liberale kabinet van bondskanselier Angela Merkel, wederom met instemming van de Bondsdag, dat de looptijd van de kerncentrales tot 2036 zou worden verlengd. Tot woede van de Groenen, veel sociaal-democraten en de anti-kernenergiebeweging. De demonstraties werden steeds massaler. Duitsland kan nog niet zonder z’n atoomstroom, zei Merkel met zoveel woorden. En, verzoenend: „Kernenergie is overbruggingstechnologie die we gebruiken tot we over voldoende duurzame energiebronnen beschikken.” Voelbaar was haar vrees voor de publieke opinie: was het een goed besluit? Zou dit politiek en maatschappelijk goed aflopen?

Het ging fout – maar niet in Duitsland. De atoomramp in Japan zette de Duitse regering tot razendsnel handelen aan. Merkel barstte plotseling van de daadkracht. Wat er in Japan was gebeurd, noemde ze een cesuur. „Niets is meer als voorheen”. Zeven oude Duitse kerncentrales werden voor inspectie van het net gehaald. Er werd een ‘ethische commissie’ in het leven geroepen om Duitsland moreel en praktisch voor te bereiden op een hernieuwde Atomausstieg.

Afgelopen maandagmorgen viel in het Kanzleramt, Merkels kantoor in hartje Berlijn, in alle vroegte de beslissing: de zeventien Duitse kerncentrales zullen rond 2022 gesloten zijn. De stroom die ze opwekken moet tegen die tijd uit duurzame energiebronnen komen. Geen land ter wereld heeft zo ingrijpend gereageerd op de nucleaire catastrofe in Fukushima. Duitsland heeft bewust gekozen voor een Sonderweg, zijn eigen, bijzondere gang. De route is historisch uitgestippeld door de Groenen, vervolgens geblokkeerd door Merkels kabinet en nu door de bondskanselier ten tweeden male is ingeslagen.

Merkel heeft de Groenen hiermee een loer gedraaid. Ze zag eindelijk haar kans schoon om de concurrent met zijn belangrijkste thema de pas af te snijden. Daarom hebben de Groenen, anders dan de sociaal-democratische SPD, de afgelopen dagen het ene na het andere argument tégen Merkels Atomausstieg aangedragen. Het zou te lang duren, de regering zou nog een achterdeur naar kernenergie openhouden, de alternatieven zouden niet milieuvriendelijk genoeg zijn, etcetera. De argumentatie ging aan één ding geheel voorbij: dat Duitsland stopt met kernenergie.

De Süddeutsche Zeitung en weekblad Der Spiegel sloegen deze week vermoedelijk de spijker op de kop toen ze schreven dat de Groenen door Merkels snelle actie hun lievelingsthema en stemmentrekker door de jaren heen plotsklaps zijn kwijtgeraakt. Als de kerncentrales sluiten, waarvoor zijn de Groenen dan nog nodig? En waartegen moet dan gedemonstreerd worden? Een existentiële crisis lijkt in het verschiet te liggen.

Merkel maakt de grote droom van de Groenen uiteindelijk waar. Ze eist haar deel op van de groene revolutie in Duitsland. En laat de Groenen pionieren in Baden-Württemberg, met de sociaal-democraten in de voor hen onwennige rol van juniorpartner. Daar, in het zuidwesten van de Bondsrepubliek, zal de komende paar jaar duidelijk worden of de Groenen meer zijn dan een tegenpartij met een beperkt repertoire van anti-kernenergie en ecologie. Ze hebben tot september 2013 de tijd om zich waar te maken. Dan zijn de verkiezingen voor de landelijke Bondsdag en is veel mogelijk. Ook een coalitie van de Groenen en Merkels christen-democraten.