Lekkere dieren

Psychologie In Azië zijn er honden om op te eten en honden om te aaien. Hal Herzog over onze verwarde relatie met dieren.

Dirk Vlasblom

A woman buys vegetables at a market in Beijing on March 10, 2010. China said that consumer prices rose in February for the fourth straight month while new lending slowed sharply from a month earlier, as the government stepped up efforts to tame inflation. AFP PHOTO/LI XIN AFP

Zijn ogen glinsteren als hij luistert naar dit polderdrama. Het nieuws is nog vers. Zeven natuur- en landbouworganisaties, waaronder de Vogelbescherming, zijn het net eens geworden: er zijn te veel wilde ganzen in Nederland. Van de 200.000 vogels die nu het vaderlandse graas- en hooiland kaalvreten, moet de helft verdwijnen. Scenario één is afschieten, maar de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging bedankt. Een woordvoerder laat weten: “Als wij het veld ingaan om volgens een bepaald quotum ganzen af te schieten worden we gebruikt om een maatschappelijk probleem op te lossen. Daar zijn wij niet voor; wij jagen voor de sport.”

Hal Herzog grijnst breed: “Geweldig! Als dit eerder was gebeurd, had ik het gebruikt voor mijn boek. Interessant is dat de Vogelbescherming instemt met zo’n radicale afschot. Maar nog veel interessanter is het jagersverhaal. Jagers gebruiken altijd als morele rechtvaardiging van de jacht dat zij het dier doden om het op te eten. Jagen dient, kortom, een doel, is functioneel. Ik heb dat nooit echt geloofd, want je kunt in de winkel vlees kopen voor veel minder geld. Het gaat jagers om de opwinding, om dieren doden als recreatie. De Nederlandse jagers zijn tenminste eerlijk: zij jagen voor de lol, zeggen ze, niet als nuttige dienst aan de gemeenschap. Chapeau!”

Het boek waar Herzog het over heeft, draagt de titel Some we love, some we hate, some we eat: Why it’s so hard to think straight about animals (2010). De Nederlandse vertaling is net uit. De schrijver is hoogleraar psychologie aan de universiteit van North Carolina en woont met zijn vrouw in het bergachtige westen van die staat. Hij houdt zich al dertig jaar bezig met de relatie tussen mens en dier. Als jonge onderzoeker bestudeerde hij alligators (“Ik heb me altijd bewogen buiten de hoofdstroom”). Hij jaagt niet, maar is een liefhebber van vlees en was jarenlang een verwoed forelvisser. Hij heeft in zijn leven allerlei huisdieren gehouden, van slangen tot honden, maar nu heeft hij alleen nog een kat.

Het ganzenvraagstuk is een sprekend voorbeeld van Herzogs thema: de morele verwarring van de mens als het gaat om zijn verstandhouding met dieren. Aansnijden is te zacht uitgedrukt: hij fileert de vele incoherenties in de menselijke omgang met dieren. En hij is ervan overtuigd dat die verwarring al heel oud is. Herzog: “Antropologen vertellen me dat het doden van een dier in oude jagersculturen vaak gepaard ging met enig ceremonieel. Dat zou kunnen wijzen op een vroege spanning. Uiteindelijk scheidt dat innerlijke conflict ons van de chimpansee. Die heeft geen morele bedenkingen bij het uiteenscheuren van een andere aap, ook al schreeuwt die het uit. Mensen ontwikkelden op zeker moment wat psychologen een theory of mind noemen. En die kun je ook projecteren op een dier. Als je zijn gedachten kunt lezen, kun je hem beter doden. Maar als je het prooidier kunt begrijpen, krijg je er een band mee en dan voel je je misschien wel schuldig als je het doodt. Voor mij is dit het wezen van de erfzonde, dat je beseft dat het wezen dat je doodt en opeet een beetje op jou lijkt.”

Herzog erkent dat er in de relatie mens-dier grote culturele verschillen bestaan. Zo hebben Chinezen en Koreanen weinig moeite met het eten van hond, voor westerlingen ’s mensen beste vriend. “Wij hebben sommige dieren ingedeeld in de categorie ‘wij’ en andere bij ‘zij’ en dat onderscheid is vooral cultureel. Wat we nu beleven is het vervagen van die categorieën, en dat zadelt ons op met een probleem. Koreanen eten nog steeds hond, maar de laatste twintig jaar worden honden steeds vaker huisdieren. Zo ontstaat ook daar verwarring. Ze hebben een manier bedacht om daarmee om te gaan. Op sommige markten in Zuid-Korea verkopen ze aan één kant van de straat huishonden en aan de andere kant honden om te eten. Die worden in verschillende soorten kooien gehouden met verschillende kleuren. En ze zien er anders uit, want ze worden anders gefokt.”

Volgens Herzog is de mens het enige dier dat huisdieren houdt. “Koeien, rendieren of kamelen houden is een vorm van symbiose en die komt ook voor in de dierenwereld. Maar mensen zijn de enige diersoort die andere dieren voor de lol in huis haalt, ongeacht hun nut. Dat zien we niet in de natuur. Dieren gaan dergelijke relaties wel aan in kunstmatige situaties, zoals dierenparken en woningen. Op YouTube vind je filmpjes van honden en tijgers die samen spelen.”

De redenen waarom mensen huisdieren houden, zijn volgens Herzog voor een deel van biologische aard. “We voelen ons instinctief aangetrokken door wezens die ons doen denken aan baby’s: grote hoofden, grote ogen en zachte contouren, kortom snoezig. We hebben nu eenmaal een ouderinstinct en sommige wetenschappers noemen het houden van huisdieren dan ook allo-parenting. Aan de andere kant is dit niet universeel. Er zijn culturen die geen huisdieren kennen en die hebben er ook geen woord voor. In weer andere culturen worden juist dieren die wij onaantrekkelijk vinden als huisdieren gehouden, zoals mushi (vliegend hert, een kever) in Japan. Antropologen hebben gelijk: mensen zijn flexibel en cultuur maakt een enorm verschil.”

De academische studie van de relatie mens-dier is nog jong, zegt Herzog. “Medio jaren zestig ontdekte een psycholoog dat wanneer zijn hond in de buurt was, kinderen ineens veel openhartiger werden. Dat was de geboortedatum van wat wij, de beoefenaren, ‘antrozoölogie’ zijn gaan noemen. In de jaren tachtig liet bioloog Erika Friedmann zien dat mensen met huisdieren hartaanvallen vier maal zo vaak overleefden als mensen zonder huisdieren. Toen gingen ook anderen onderzoek doen naar het effect van dieren op mensen, vooral fysiologisch: bloeddruk en dergelijke. Nu zijn er al verschillende tijdschriften. Ik heb vooral belangstelling voor de menselijke kant van de relatie, maar beide kanten worden bestudeerd.”

De laatste tien jaar wordt de kloof tussen mens en dier, die vroeger werd beschouwd als heel breed, smaller. Steeds meer eigenschappen en vermogens die we ooit beschouwden als exclusief menselijk worden ook ontdekt bij dieren. Volgens Herzog past de nieuwe discipline in deze trend. “De vraag hoe breed die kloof nog is, was één van de thema’s die ik besloot niet aan te snijden in mijn boek. Uit louter lafheid. Dat vond ik een te grote kwestie.” Toch neemt hij stelling. Aan het begin van zijn boek schrijft hij dat ‘ons veel grotere vermogen tot taalgebruik, tot cultuur en tot ethisch oordelen mensen in een andere morele categorie plaatst dan andere diersoorten’. Hij geeft toe dat hij hierover van mening verschilt met radicale activisten voor dierenbevrijding. “Maar ik zet me niet af tegen die mensen. Ik ben in hen geïnteresseerd, ik wil weten hoe zij denken. Ik heb er veel persoonlijk ontmoet en ik heb een enorm respect voor hen. Maar ik ben een andere mening toegedaan als het gaat over de morele status van dieren. Want ik eet dieren.”

Kort samengevat komt Herzogs betoog hierop neer. De westerling met zijn bijzondere consumptiepatroon en complexe moraal is geëvolueerd tot een variant van Homo sapiens die nog steeds de genetische erfenis meedraagt van zijn jagende en omnivore voorouders, maar psychologisch niet langer uit de voeten kan met het lijden van de natuurlijke wezens die hij houdt, fokt en consumeert.

Herzog: “We zitten klem, ja. En dat komt doordat de meeste mensen – niet allemaal – vlees zo lekker vinden. Het is heel moeilijk om vlees op te geven. Toch zijn de argumenten tegen vlees eten – gezondheid, milieukosten, dierenleed, biodiversiteit – ijzersterk. Tegen dierenactivisten zeg ik: jullie hebben op al die punten gelijk, maar vertel me nu eens waarom zoveel mensen hun vegetarische levenswijze na een tijdje opgeven? Verdiep je eens in de psychologie en niet alleen in de ethiek. Ik vind het falen van de beweging voor dierenrechten om een bres te slaan in de westerse vleesconsumptie verbluffend, zeker gegeven de kracht van hun argumenten. Als mensen rijker worden, willen ze meer vlees. De bevolking van China wordt rijker en de vleesconsumptie is er de laatste decennia met 60 procent gestegen.”

Hal Herzog: ’ We aaien ze, we haten ze, we eten ze. Waarom logisch nadenken over dieren zo lastig is’. Uitgeverij Ten Have, 326 blz., € 24,90.