Keldertjes Bordeaux

Harold Hamersma spreekt met een wijnboer over Bordeaux.

In Bordeaux doet het grapje de ronde dat wie wijn wil maken eerst een kelder bouwt, daarna het château, ver- volgens de opslagruimte, om tot slot ook maar een ‘négociant’ te kopen.

Dat laatste leidt in de streek tot grimmig gegniffel, omdat het haarfijn het probleem illustreert waarmee ‘het grootste gebied van kwaliteitswijnen ter wereld’ kampt. Wie wijn maakt in Bordeaux, heeft geen enkele garantie dat deze daadwerkelijk wordt verkocht. In weerwil van alle berichten rondom topprijzen die vooral de Chinezen neertellen voor 1er grand cru classés als Lafite-Rothschild, Latour en Haut-Brion (voor de 2008 oogst van eerstgenoemde wordt fluitend 1.500 euro betaald, per fles wel te verstaan) lopen elders de kelders over.

Ik praat erover met Jean-Christophe Mau, sinds 1998 eigenaar van Château Preuillac in Médoc en sedert 2004 van Château Brown in Pessac-Léognan (Graves). Nu hoeft hij zich over de verkoop van deze wijnen overigens niet al te veel zorgen te maken. Zijn vader is oprichter van Yvon Mau, een van de belangrijkste Bordeaux négociants, een bedrijf dat sinds een aantal jaren onderdeel is van Freixenet. Bovendien deelt hij het eigendom van beide domeinen met Cees Dirkzwager. Een Nederlander die hier de Dirkzwager-groep bestiert, een bedrijf dat wijn en andere dranken produceert en levert aan zowel horeca als wijnspeciaalzaken in de Benelux. In Nederland is het onder andere eigenaar van de slijterijketen Mitra.

Kortom, die eigen twee keldertjes komen wel leeg. Temeer omdat de kwaliteit van de opbrengst van beide domeinen sinds de overname enorm is verbeterd.

Nu is dat ook niet waar Jean-Christophe Mau zich al te druk om maakt. Als lid van de Association Bordeaux Oxygene, een twintigtal jonge eigenaren van in meer of mindere mate gereputeerde châteaus, spant hij zich in om oplossingen te bedenken voor de problemen waar de hele streek mee kampt.

Terwijl we door zijn wijngaarden lopen, schetst hij er een aantal. Zo kost een tonneau (900 liter) AC Bordeaux in 2011 nog steeds hetzelfde als in 1995: 750 euro. Wijn van deze laagste kwalificatie in de pikorde is moeilijk, zo niet onmogelijk, te verkopen. Zelfs niet voor de nog geen 2 euro de fles waarvoor deze in de Franse supermarkten liggen. Vooral omdat de kwaliteit vaak om te snikken is. Grimmig, grommend, donker, bonkig, ouderwets materiaal met kruiend tandvlees tot gevolg.

Zelfregulering was een optie geweest, maar daar wenst men niet aan mee te doen. Weliswaar is het aantal bedrijven in de afgelopen twintig jaar afgenomen van 20.000 tot 8.700, het aantal hectares met wijngaarden is daarentegen juist gestegen van 100.000 naar 117.500. Met als resultaat een surplus van één miljoen hectoliter wijn, van een hopeloos niveau.

Het Comité Interprofessionel des Vins de Bordeaux (CIVB ) en het Institut National des Appellations d’Origine (INAO) moeten strenger optreden tegen wijnen van te lage kwaliteit, zegt Mau. „Producenten die verzaken, moet simpelweg verboden worden om de naam Bordeaux op hun etiket te zetten.”

Inmiddels passeren wij een fiks stuk bos langs de wijngaarden op Château Brown. Mau maakt een hoofdbeweging: „Daar ga ik een fiks deel van rooien om er acht hectare wijngaarden aan te planten.” Hij moet er zelf om gniffelen.

Deze extra hectares zullen geen onverkoopbare wijn opleveren. Mau heeft mij net een blik in zijn Blackberry gegund. Er is zojuist bericht gekomen dat de rode Château Brown 2007 geschonken gaat worden tijdens het diner dat racestal McLaren geeft tijdens de Grand Prix van Monaco. Singapore Airlines wenst 80.000 flessen van Preuillac 2008 voor hun business class. En het Amerikaanse Wine Spectator gaf de witte Brown 2008 bijna evenveel punten (93/100) als die van Haut-Brion (94/100). Alleen kost eerstgenoemde ‘slechts’ 32,50 euro en de ander het tienvoudige.

Aan u de keuze, maar ik heb van een van de twee al wat gekocht.

Château Brown rood en wit kost tussen 30 en 35 euro. Verkoopadressen via Intercaves, 033-247 88 10