Hoe Mladic gepakt werd

Om Ratko Mladic te vinden, had de Servische president Tadic hulp nodig. Niet alleen van het Joegoslaviëtribunaal, maar ook van de Nederlandse inlichtingendienst MIVD. ‘Goedemorgen, ja, ik ben Ratko Mladic.’

Serge Brammertz, hoofdaanklager van het Joegoslaviëtribunaal, verkeert op historische grond wanneer hij in de vroege ochtend van donderdag 26 mei hoort dat Ratko Mladic is gearresteerd. Brammertz is op Brioni, een idyllisch eiland voor de kust van Kroatië. Hier sloot Slovenië in 1991 een verdrag met de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië. Het akkoord van Brioni was een allerlaatste, vergeefse poging om het uiteenvallen van Joegoslavië te voorkomen.

In het zomerhuis van maarschalk Tito bespreekt de Belg Brammertz met collega’s uit voormalig Joegoslavië hoe de honderden ‘kleinere’ misdadigers van de Balkanoorlogen in de regio kunnen worden berecht. Dan gaat zijn telefoon. Een naaste medewerker van de Servische president Boris Tadic. Hij vertelt dat de belangrijkste voorvluchtige van het VN-hof is gearresteerd.

Om half zes ’s ochtends hebben teams van de binnenlandse veiligheidsdienst BIA en de Servische politie vier huizen in Lazarevo doorzocht, een dorpje op nog geen honderd kilometer afstand van de hoofdstad Belgrado. In een vaalgeel huis met een roestig hek ervoor is Ratko Mladic, voormalig bevelhebber van het Bosnisch-Servische leger en verdachte van volkerenmoord, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, van zijn bed gelicht.

Brammertz is blij, maar ook verbaasd. Na 16 jaar zoeken is Mladic niet gevonden in een afgelegen Montenegrijns klooster of in een bunker in de Bosnische heuvels. De oud-generaal verbleef ‘gewoon’ bij zijn neef Branko, tv-reparateur zonder werk, in een plattelandsgemeenschap waar iedereen elkaar kent.

Brammertz is niet de enige die overvallen wordt door het nieuws. De Servische hoofdaanklager Vladimir Vukcevic, ook op Brioni, keert halsoverkop huiswaarts. President Boris Tadic maakt de arrestatie van Mladic aan het begin van de middag bekend met de woorden dat Servië het verleden definitief achter zich heeft gelaten. Ook hij blijkt verwonderd: hij kondigt een onderzoek aan naar de verblijfplaats van Mladic.

De afgelopen jaren is er internationale druk gezet op Servië om Mladic te arresteren. Maar aanklager Brammertz is steeds pessimistischer geworden over de kans op succes. In zijn laatste rapport aan de VN-veiligheidsraad, dat gisteren is gepubliceerd, gebruikt Brammertz harde taal. „De huidige Servische strategie om voortvluchtige verdachten aan te houden is een totale mislukking”, schrijft hij. „Als niet substantieel wordt meegewerkt, zullen de voortvluchtigen niet worden gearresteerd.”

Op 11 en 12 mei heeft Brammertz zijn conceptrapport in Belgrado besproken. Veertien dagen later is Mladic opgepakt. Gelukkig toeval? Hebben de Serviërs nu wél hun best gedaan om hem op te sporen? Of hebben de Servische geheime diensten altijd geweten waar de generaal zat?

Middernacht

Op zondag 28 april 2008 loopt de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen tegen middernacht door de gangen van een hotel in Luxemburg-stad. Hij is op weg naar de kamer van de Sloveense minister van Buitenlandse zaken Dimitrij Rupel. Verhagen heeft maar één ambtenaar meegenomen: directeur-generaal politieke zaken Pieter de Gooijer.

De volgende dag zullen de Europese ministers van Buitenlandse Zaken stemmen over een samenwerkingsverdrag met Servië dat de deur openzet naar toetreding tot de Europese Unie. Nederland wil dat hoe dan ook voorkomen. Als de ‘Stabilisatie en Associatieovereenkomst’ (SAO) eenmaal is getekend – zo is de overtuiging van Verhagen – zal de Servische regering zich niet meer inspannen om de voorvluchtige verdachten van het Joegoslaviëtribunaal, Karadzic en Mladic, te arresteren.

Alleen België steunt het Nederlandse standpunt. De rest van de EU vindt het grotere politieke belang – de integratie van een democratisch Servië in de EU – belangrijker dan berechting van twee oorlogsmisdadigers. Drie weken later houdt Servië verkiezingen. Met een EU-verdrag op zak, denken de lidstaten, maakt de pro-Westerse president Boris Tadic meer kans op een nieuwe termijn.

Het besluit over Servië vereist unanimiteit. In de voorgaande maanden is de druk op Nederland daarom opgevoerd. Tijdens beraadslagingen met de EU-ministers kreeg Verhagen te horen dat Nederland niet moest doen alsof het enige land was dat zich druk maakte over de honderdduizend slachtoffers van de Bosnische oorlog. In de wandelgangen lieten diplomaten doorschemeren dat de onbuigzame houding van Verhagen de Nederlandse politiek grote schade toebracht. Tijdens een Europese top liet een minister zich geïrriteerd ontvallen dat Nederland bezig was met het verwerken van het Srebrenica-trauma, en beter ‘psychiatrische hulp’ kon gaan zoeken.

Verhagen en zijn ambtenaren hebben zich het hoofd gebroken over een uitweg. Nu hebben ze een compromis bedacht: het verdrag met Servië wordt getekend, maar de samenwerking wordt pas effectief als Servië „volledig samenwerkt” met het Joegoslaviëtribunaal. De Servische president Tadic krijgt een handreiking, is het idee. Tegelijk kan er druk worden gehouden op de Serviërs om werk te maken van de speurtocht naar Karadzic en Mladic.

Het is ver na middernacht als het compromis wordt bezegeld op de hotelkamer van de Sloveense minster Rupel. De volgende dag drinken de Finse eurocommissaris voor uitbreiding Olli Rehn, president Tadic en minister Verhagen voor het oog van de camera’s champagne. Het Tweede Kamerlid Han ten Broeke (VVD) zal de CDA-minister ter verantwoording roepen. Nederland, lijkt het, heeft moeten inbinden. Maar bij het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag heerst opluchting. Als Servië niet volledig meewerkt heeft het geen uitzicht op EU-lidmaatschap. Wat volledige medewerking is, beoordeelt hoofdaanklager Serge Brammertz.

Lange haren

Op 22 juli 2008 wordt Radovan Karadzic opgepakt. De voormalige president van de Republika Srpska woont in een moderne buitenwijk van Belgrado, waar hij zich voordoet als alternatief genezer. Lange haren en een lange grijze baard blijken zijn enige bescherming te zijn geweest.

De aanhouding komt zes dagen nadat president Tadic het hoofd van de binnenlandse geheime dienst, Rade Bulatovic, heeft vervangen. Toeval? Serge Brammertz, hoofdaanklager van het Joegoslaviëtribunaal, denkt van niet. De Servische geheime diensten waren een steunpilaar van het regime-Milosevic en hadden een actieve rol in de oorlogen in Kroatië, Bosnië en Kosovo.

Omdat de diensten niet integer zijn, legt Tadic de zoektocht naar Mladic in handen van een klein opsporingsteam. Het ‘action team’ valt rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van de president en rapporteert exclusief aan hem. Het bestaat uit zorgvuldig geselecteerde leden van de inlichtingendiensten BIA en VBA, de politie, de nationale veiligheidsadviseur Miodrag Rakic, en staat onder leiding van de speciale aanklager voor oorlogsmisdaden, Vladimir Vukcevic. Omdat de hervormingen van de diensten niet zijn afgerond, kan het team slechts beschikken over een beperkt aantal opsporingsambtenaren.

De eerste aanklacht tegen Ratko Mladic dateert van 1995. Maar pas in 2006 begonnen de autoriteiten naar hem te zoeken, zo zei aanklager Vukcevic tegen deze krant. De échte opsporing, zei hij vorig jaar, begon pas halverwege 2008, na het aantreden van de huidige regering. „Achteraf zie ik dat ook ik voor die tijd werd gemanipuleerd. We voelden dat, maar konden het niet bewijzen. Het hoofd van de inlichtingendienst BIA, Rade Bulatovic, hield veel achter.”

Tot december 2005 woont Mladic comfortabel in een appartement in de Belgradose flatwijk Novi Beograd, op een steenworp van het regeringsgebouw. Daarna vervaagt het beeld. Na zijn arrestatie meldt de Servische regering dat Mladic op zeker drie verschillende locaties rondom Belgrado heeft gezeten.

Na zijn arrestatie zegt Mladic tegen de autoriteiten dat hij zich tot de zomer van 2008 betrekkelijk vrij voelt in zijn bewegingen. Tegen plaatsvervangend aanklager Bruno Vekaric zegt hij dat hij twee keer de kans had hem te doden, ‘met negen kogels’. Als Vekaric in juni 2008 op de trappen van het speciaal gerechtshof de pers te woord staat, rijdt een zwarte begrafenisauto voorbij. Op de achterbank zit generaal Mladic.

De tweede helft van 2008 lijken de Servische autoriteiten werk te maken van de zoektocht naar Mladic. Het witte familiehuis in de Belgradose buitenwijk Banovo Brdo wordt meermalen binnenstebuiten gekeerd, net als de computerhandel van Mladic’ zoon Darko. De familie klaagt, maar de zoekacties zijn niet vergeefs. In februari 2010 worden tijdens een huiszoeking bij Bosiljka Mladic, de vrouw van de oud-generaal, zijn dagboeken ontdekt, achttien in totaal. Ze tellen zo’n 3.500 pagina’s handgeschreven aantekeningen en bestrijken de periode van 1991 tot en met 1996, toen Mladic streed tegen Kroatië en in Bosnië. Het is de vijfde keer dat het huis wordt doorzocht. De dagboeken bevinden zich achter de muur.

Aktentas

In februari 2011 vliegt Serge Brammertz naar Belgrado. In zijn aktentas zitten aantekeningen voor het rapport dat hij in juni zal aanbieden aan de VN-Veiligheidsraad. Hij kraakt harde noten over het Servische opsporingsonderzoek naar Mladic en Hadzic. Brammertz wil de conclusies aan de Serviërs voorhouden, en de regering-Tadic waarschuwen. Misschien komt er zo eindelijk een doorbraak, denkt de aanklager.

Anders dan zijn voorganger Carla Del Ponte is Brammertz een man van de praktijk. In zijn lange carrière bij het Belgische openbaar ministerie heeft hij altijd veel belangstelling voor opsporing gehad. Brammertz heeft ook ervaring met inlichtingenwerk: jarenlang verzorgde hij de contacten tussen justitie en de Belgische geheime dienst.

Het Joegoslaviëtribunaal is altijd erg afhankelijk geweest van informatie van inlichtingendiensten van westerse landen. Aanklager Del Ponte aarzelde om deze informatie met de Servische autoriteiten te delen. Brammertz heeft daar minder moeite mee. In de afgelopen maanden zijn medewerkers van het tribunaal zich steeds actiever gaan bemoeien met het Servische onderzoek.

In de zomer van 2008, na de aanhouding van Karadzic, denkt Brammertz dat de arrestatie van Mladic niet lang op zich laat wachten. Maar de tweeënhalf jaar daarna komt het speciale onderzoeksteam van president Tadic geen stap verder. De Serviërs concentreren zich op één netwerk, dat zowel in Servië als over de grens, in het Servische deel van Bosnië, opereert. Volgens het onderzoeksteam is de kans groot dat Mladic in Bosnië zit. Het is een redenering die door veel Europese diplomaten met wie Brammertz spreekt, wordt herhaald. De Belgische aanklager maakt zich daar zorgen over. Als Mladic niet in Servië zit, redeneren sommige Europese landen, dan kan moeilijk van Belgrado worden verwacht dat ze hem oppakken.

Maar volgens het Joegoslaviëtribunaal bevindt Mladic zich helemaal niet in Bosnië. Van westerse inlichtingendiensten, waaronder de Nederlandse militaire inlichtingendienst MIVD, kreeg Brammertz te horen dat Mladic sinds 2005 niet buiten Servië geweest. De oud-generaal blijft niet lang op één plaats. Volgens de diensten wordt Mladic echter steeds lastiger voor de mensen die hem beschermen. Hij heeft medicijnen nodig en vervalt vaak in tirades tegen zijn omgeving.

Het Joegoslaviëtribunaal wil dat de Serviërs het onderzoek naar Mladic verbreden. Brammertz eist dat het opsporingsteam de familie van Mladic opnieuw bekijkt, en de contacten met het leger uitpluist. Omdat er geruchten zijn dat Mladic een hersenbloeding heeft gehad, moeten militaire hospitalen en artsen worden nagetrokken. Tegen aanklager Vukcevic zegt Brammertz dat de Serviërs een aantal scenario’s moeten uitsluiten. De hoofdaanklager van het Joegoslaviëtribunaal stelt ook deadlines. Als er geen vooruitgang wordt geboekt, gaat er een vernietigend rapport naar de VN.

Voor Brammertz begint de tijd te dringen. In 2014 zal het Joegslaviëtribunaal in Den Haag zijn deuren sluiten. Maar de kans om Mladic te pakken te, is waarschijnlijk al eerder verkeken. Het najaar kan de EU al beslissen of Servië officieel ‘kandidaat-lid’ wordt van de EU. Als Servië die stap mag zetten, is Brammertz zijn belangrijkste pressiemiddel kwijt.

Maar de Serviërs staan ook onder druk. Boris Tadic staat voor nieuwe verkiezingen, en in de opiniepeilingen gaat de zittende president niet aan kop. Het uitzicht op EU-lidmaatschap kan zijn campagne redden, maar voor zo’n kandidaat-status is weer een unaniem besluit van de lidstaten nodig. Begin mei bezocht de vaste Kamercommissie Buitenlandse Zaken Belgrado. De Nederlandse parlementariërs hebben het telkens herhaald: Nederland laat zijn beslissing afhangen van de rapportage van Brammertz. De belangen van gastheer Nederland en het Joegoslaviëtribunaal lopen parallel.

Het huiszoekingsbevel wordt op 24 mei gegeven. Het gaat om een operatie met een „laag risico”, zo staat in de instructies. Op 26 mei beginnen twintig mannen van de Servische politie en de binnenlandse veiligheidsdienst BIA vier woningen in Lazarevo te doorzoeken.

Klam en vochtig

De kamer waar Mladic wordt gevonden is klam en vochtig. Op tafel staan lege flessen. Mladic is nog niet aangekleed. Ondanks het bezit van twee wapens, biedt hij geen weerstand. De generaal noemt zijn naam. „Goedemorgen, ja, ik ben Ratko Mladic.”

De Servische aanklagers hebben een eenvoudige verklaring voor het succes. De arrestatie van Mladic is volgens de autoriteiten in Belgrado het resultaat van een lange jacht, waarin de bewegingsvrijheid van Mladic steeds verder werd ingeperkt. „We probeerden potentiële donoren, mensen die rekeningen voor hem zouden kunnen betalen, de pas af te snijden”, vertelt Bruno Vekaric van het speciaal gerechtshof voor oorlogsmisdaden in Belgrado. „Uiteindelijk had hij geen andere optie dan terugvallen op familie.”

Maar de Servische lezing staat haaks op de bevindingen van het Joegoslaviëtribunaal. Volgens het tribunaal zaten de Serviërs op dood spoor, en moesten ze hun onderzoek verbreden. Maar veertien dagen vóór de aanhouding was er van die aanbevelingen nog niets terecht gekomen.

In het openbaar is het Joegoslaviëtribunaal complimenteus. In een persverklaring „erkent” Brammertz het „succes van de Servische autoriteiten”. Maar de gelukwensen aan Belgrado zijn vooral een politieke geste. „We hebben geen idee wat er de laatste maand is gebeurd”, zegt Brammertz tegen de pers.

Bronnen binnen de Nederlandse inlichtingenwereld zetten vraagtekens bij de Servische inzet. Mladic zou pas zijn opgepakt nadat Belgrado informatie kreeg die niet langer kon worden genegeerd – informatie van diensten als de MIVD.

Op de dag dat Mladic arriveert op Rotterdam Airport stuurt Verhagen een sms’je naar Brammertz. De aanklager reageert meteen. Nederland en Verhagen persoonlijk, sms’t hij, hebben voor dit succes een bijzonder belangrijke rol gespeeld.

Met medewerking van Marloes de Koning