Het water zakt, de Chinezen komen

De rivier de Mekong kronkelt van China, via Laos en Cambodja naar Thailand en Vietnam. Een reis stroomopwaarts laat zien dat China gul is voor zijn broertjes langs de rivier. Ten koste van rivierbewoners.

De Mekong is in Dong Thap niet langer één machtige rivier. Hier in de Vietnamese delta is zij veranderd in een spinnenweb van aftakkingen, met elkaar verbonden door kanalen die soms nog stammen uit de Franse tijd. Bewoners steken met boten en krakkemikkige houten bruggetjes de smalle stroompjes over die het vlakke landschap van heldergroene rijstvelden doorkruisen, voordat ze honderd kilometer verder uitstromen in de Zuid-Chinese zee.

Het is de laatste etappe van de Mekong, die bijna vijfduizend kilometer stroomopwaarts ontspringt in het Himalayagebergte om aan te zwellen tot de grootste rivier van Zuidoost-Azië. Ze begint in China, volgt even de grens met Birma, kronkelt langs de grens van Thailand en Laos, doorkruist Cambodja, voordat ze uitwaaiert in de Vietnamese delta. Langs de waterkant streken de volken neer die steden als Vientiane en Phnom Penh zouden stichten. De Mekong inspireerde kunstenaars. Marguerite Duras die in haar roman L’Amant schreef: „Mijn moeder zegt me af en toe dat ik nooit van mijn leven meer zulke mooie stromen zal zien als deze, zo groot, zo woest, de Mekong met haar armen die afzakken tot de oceaan” Filmregisseur Francis Ford Coppola die in Apocalypse Now de Mekong tot decor maakte van een helletocht naar het hart der duisternis.

En sinds mensenheugenis is de rivier de levenslijn van de miljoenen boeren en vissers, die langs haar oevers wonen.

Maar het afgelopen jaar was anders. In Dong Thap woont viskweekster Pham Thanh Thuy (47) met haar man en dochter in een huis van bamboe. Zie ik die gaten in het dak? Zij en haar man hebben niet genoeg geld om ze te repareren. Nu vallen stralen zonlicht naar binnen, maar als het regent, brengt ze met stukken plastic hun tv’tje in veiligheid.

Haar man Nguyen Van Chien (53) loopt naar de viskweekvijver achter hun huis. Normaal gesproken overstroomt het naburige kanaal in het najaar, zodat de vijver vol water raakt. Vorig jaar gebeurde dat niet, waardoor het water te laag stond en veel vissen doodgingen.

Chien heeft afgelopen jaar voor het eerst te weinig verdiend om zijn lening van 80 miljoen dong (2.700 euro) voor visvoer en andere investeringen terug te betalen. „Om rond te komen proberen we geld te lenen van andere families en verkopen we af en toe een kip.”

Waar je ook reist, de mensen aan de oever van de Mekong hebben het moeilijk. Miljoenen rivierbewoners in Laos, Cambodja, Thailand en Vietnam klaagden dat het water dit jaar het laagste stond in vijftig jaar. En Chien kent de boosdoener. Dat is China. Op het nieuws heeft hij gehoord dat het grote buurland duizenden kilometers stroomopwaarts drie dammen in de Mekong heeft opgeworpen om elektriciteit op te wekken.

Het is slechts één voorbeeld van hoe de invloed van China in de Mekonglanden toeneemt. De Chinese regering deelt er ontwikkelingshulp uit, legt wegen en havens aan. Chinese bedrijven investeren er in plantages, mijnen, fabrieken en waterkrachtcentrales. De regeringen van de Mekonglanden omarmen de Chinese hulp en investeringen. Zij kunnen niet zonder China, weten ze.

Maar hoe zien de bewoners dat? Zien zij de opkomst van China ook als een kans, of voelen ze zich bedreigd? Komt hun levensonderhoud dat afhankelijk is van de Mekong, in gevaar? Tijdens een reis stroomopwaarts probeerde ik daarachter te komen. Met de bus, in de auto, op de boot. Vooral om, geholpen door lokale journalisten, de verhalen op te tekenen van bewoners langs de oevers. De vijver van het vis kwekende echtpaar in de Mekongdelta was het beginpunt. Dong Thap is drie uur rijden vanaf metropool Ho Chi Minh Stad. Geen files, opstopping van brommers, geen lawaai. Jonge vrouwen houden elegant hun aodai vast aan het stuur van hun fiets, zodat de slip van de traditionele jurk niet tussen de spaken komt.

Het grootste deel van de 18 miljoen bewoners van de delta is afhankelijk van de Mekong. In het regenseizoen overstromen de uitlopers van de rivier. Ze laten vruchtbaar slib achter op de groene rijstvelden. Bewoners scheppen de vis zo uit de rivier. Het maakt de Mekongdelta tot het meest vruchtbare gebied van het land; goed voor de helft van de Vietnamese voedselproductie.

Tot afgelopen jaar. Rivierbewoners kwamen in de problemen. Botenbouwer Nguyen Van Hoa verkocht slechts de helft van zijn blauw geverfde vissersbootjes, want in de kanalen zat amper vis. Rijstboer Tran Van Tri vertelt dat zijn oogst tegenviel, doordat hij moeite had met de irrigatie. En visnetmaakster Nguyen Van Khoa heeft de helft van haar twintig werknemers moeten ontslaan. Terwijl ze een nieuw net in elkaar knoopt, klaagt ze over de Chinese dammen: „De regering weet van het probleem en probeert het op te lossen, maar China doet gewoon zijn eigen zin.”

Van de landen langs de Mekong, heeft Vietnam de meeste moeite met de opkomst van haar historische vijand. China heeft het land duizend jaar bezet gehouden, tot 967. Daardoor is de Vietnamese cultuur tegen wil en dank doordrenkt van de Chinese. Ook na die tijd bevocht het land meerdere Chinese invasies. De laatste nog geen dertig jaar geleden, China viel het land binnen als straf voor het omverwerpen van zijn Cambodjaanse bondgenoot, de moorddadige Rode Khmer. De anti-Chinese sentimenten spelen gemakkelijk op.

Intussen schrijven internationale deskundigen van de Mekong River Commission de droogte van afgelopen jaar toe aan een gebrek aan regenval, mogelijk door klimaatverandering. Vooral de delta is extreem gevoelig voor klimaatverandering, zeggen ze. De klimaatverandering zal naar verwachting zorgen voor een grilliger waterpatroon: meer droogte én meer overstromingen. Het is in lijn met wat Chinese functionarissen verkondigen: dat de rivier bij hen óók extreem laag stond en dat zij er niet over peinzen om het water van hun zuiderburen te blokkeren.

Desastreus

China is slechts een deel van het probleem, zegt wetenschapper Nguyen Huu Thien. We drinken in Ho Chi Minh Stad een Vietnamese kop koffie met gecondenseerde melk. Thien komt uit de Mekongdelta en vertelt met passie over de unieke vissen, de economische rijkdom en het geologische ontstaan, 12.000 jaar geleden. Hij pakt zijn laptop en laat zien dat China nog twee grote dammen aan het bouwen is en plannen heeft voor drie extra dammen. Het land is geen lid van de Mekong River Commission, waarin Thailand, Cambodja, Laos en Vietnam samenwerken. De landen stroomafwaarts klagen dat China te weinig informatie geeft over het waterpeil in haar land. „China speelt zijn eigen spel, en is te groot om mee te praten”, zegt Thien.

Het grootste gevaar voor de Mekongdelta zijn de twaalf dammen die stroomafwaarts worden gepland, zegt hij. Chinese, westerse, Thaise, Maleisische en Vietnamese bedrijven hebben plannen voor twaalf dammen in de Mekong, benedenstrooms in Cambodja, Thailand en Laos. Vietnam en Thailand zullen de meeste stroom kopen. Voor de eerste dam in de planning, de Xayabouri dam in Laos, zijn de constructiewerkzaamheden al begonnen. Doordat de Vietnamese regering inmiddels bedenkingen heeft, zijn de plannen nu uitgesteld. Maar dat de dam wordt afgeblazen, is onzeker.

Die projecten zullen desastreuze effecten hebben op de Mekongdelta, vreest Thien. De dammen vormen een barrière voor vissen die stroomopwaarts zwemmen om te paaien, waardoor sommige soorten verdwijnen. Boeren kunnen te maken krijgen met droogte of juist overstromingen. Het sediment dat de Mekongdelta zo vruchtbaar maakt, zal op de bodem van grote stuwmeren belanden.

Maar bewoners van de delta horen ’s middags de communistische propaganda door luidsprekers langs de weg, en zien op het nieuws alleen wat de Communistische Partij wil laten zien. Er zijn nauwelijks burgerorganisaties die het voor hen opnemen, zoals in Thailand. Viskweker Chien reageerde verbaasd toen ik vroeg of er geen protest is tegen de dammen. Nee, want „regeringsfunctionarissen hebben nog geen activiteiten opgezet om de mensen te organiseren”, zei hij.

Grenscasino’s

Zou het in Cambodja anders zijn? In het kleinere buurland is de invloed van China groter. Bovendien zijn bewoners er beter ingelicht dan in Vietnam. Want hoewel premier Hun Sen en zijn machtige zakenvrienden de dienst uitmaken en oppositie de kop in drukken, is de pers er vrijer en zit het land vol burgerorganisaties.

Aan de Cambodjaanse kant van de grens zijn de woningen op palen zijn op slag armoediger, de grond is droger. Vietnamezen komen in grenscasino’s hun geld vergokken. Langs de weg verkopen vrouwen met handdoeken om hun hoofd geknoopt geroosterde spinnen op grote schalen. Niet ver van de grens is de Mekong nog één brede rivier, voor hij zich splitst in twee aftakkingen die de hoofdaders vormen van de Mekongdelta.

Bij Prek Tamak, zo’n dertig kilometer voorbij hoofdstad Phnom Penh, wordt de rivier overspannen door een nieuwe, 1,1 kilometer lange brug. Premier Hun Sen heeft hem eind januari geopend, een jaar eerder dan gepland. Gebouwd met een goedkope lening van ruim 40 miljoen dollar uit China, is de Cambodjaans-Chinese vriendschapsbrug de tweede over de Mekong in heel Cambodja. Paard en wagens, dure Lexussen, volgepropte busjes: in een paar minuten steken ze allemaal de rivier over, in plaats van in een half uur per veerboot.

„Niet alleen ik, iedereen in dit district is erg blij met dit cadeau van de Chinezen”, zegt Vik Vern. Hij heeft een eetstalletje onder de pijlers van de brug en herinnert zich hoe de Chinese arbeiders elke dag koffie kwamen drinken en hond eten. „Ook de meeste snelwegen hier worden gebouwd door China”.

China is gul voor zijn ‘kleine broertjes’ langs de Mekong. Dit is de derde Chinese vriendschapsbrug in Cambodja. Het kolossale nieuwe gebouw voor de Raad van Ministers in Phnom Penh is ook een geschenk. In snel tempo is China in donor darling Cambodja opgeklommen tot de grootste gever na Japan.

In de hoofdstad ontmoet ik academicus Cheang Vannarith, directeur van het Cambodjaanse Instituut voor Samenwerking en Vrede. Hij blijkt niet bezorgd over de groeiende invloed van China. Integendeel. China doet tenminste niet moeilijk over mensenrechten, zoals westerse ontwikkelingsorganisaties in het land, maar concentreert zich op zaken die in Cambodja belangrijker zijn. „Het gaat hier om inkomen, om gezondheidszorg. Als je de vrijheid van meningsuiting te veel bevordert, kan dat zorgen voor instabiliteit.”

De verhouding met China is in Cambodja van oudsher veel beter dan in Vietnam. China is een bondgenoot. Een tegenwicht tegen Vietnam en Thailand, die het land geregeld zijn binnengevallen en delen van het ooit machtige Khmerrijk hebben opgeslokt. Met Thailand vecht Cambodja nog steeds een grensoorlog uit.

China deelt geen grens met Cambodja en is het land nooit binnengevallen. Veel Cambodjanen hebben Chinese wortels, koning Sihanouk brengt veel tijd door in Beijing. Dat China ook het moorddadige regime van de Rode Khmer steunde, weten veel bewoners niet. „Cambodjanen zien China eerder positief dan negatief”, zegt Vannarith. Zijn visie is helder: ja, de invloed van China groeit, maar waarom doen we daar moeilijk over? Cambodja wordt er alleen maar beter van, zegt hij.

Maar geldt dat ook op de volgende bestemming, in Sambor? Daar worden plannen gemaakt voor een waterkrachtcentrale met een capaciteit van 2.600 megawatt. Gepland door het Chinese staatsbedrijf China Southern Power Grid. De weg ernaartoe is niet overal geasfalteerd. Er staan bamboe huizen en glimmende tempels. Aan waterkant verbouwen bewoners in de droge tijd maïs, rijst en tabak. Aan de andere kant van de weg staan kaarsrechte rijen rubberbomen. Plantages van rijke Cambodjanen, Chinezen of Vietnamezen.

Bij aankomst in Sambor bieden gelegenheidsgidsen aan om de Irrawaddy dolfijn te bekijken, waar de Mekong hier bekend om staat. In de hele rivier zijn er nog honderd te vinden. Maar tijdens de boottocht van een kwartier naar het eiland Koh Regniew blijven de mansgrote dieren met korte snoet onzichtbaar. Ze zijn er alleen in de vroege ochtend en late middag, zegt de bootsman, die de lage prauw over het groene water manoeuvreert.

Palmsuikersap

Koh Regniew is een 43 kilometer lang eiland dat zich uitstrekt in het midden van de Mekong, die hier én breed én diep is. Bewoners van het eiland gebruiken kleine bootjes om naar het vasteland te varen. Maar nu is het stil op het water, de eilandbewoners lunchen en beginnen kort daarna hun siësta. Als de bouw van de Sambor-dam doorgaat, komen hun houten paalwoningen onder water te liggen, zo’n 20.000 mensen zullen worden verplaatst. Alleen, blijkt al snel: de eilandbewoners weten dat nog niet.

De zwangere Sean Sareth, die in een grote pan pruttelend palmsuikersap roert, herinnert zich dat Chinezen drie jaar geleden „gaten kwamen graven”. Dat moet het onderzoek geweest zijn naar de haalbaarheid van het project. Ze vertelt dat er toen ook een bijeenkomst was om bewoners te informeren. „Maar daar hebben we nooit gehoord dat het hier zal overstromen. Ze zeiden alleen dat we elektriciteit zullen krijgen.”

In een openluchtcafé verderop is haar dorpsgenoot Hem Chantea, een stoere man met leren jas en brommer, wel bezorgd. Een non-gouvernementele organisatie had hem verteld dat het water hier vijf meter zal stijgen. Hij hoorde dat bewoners waarschijnlijk alleen compensatie krijgen voor hun land, omdat hun huis te verplaatsen is. „En mijn kokosnootbomen dan? Het kost me wel zeven jaar om die weer te laten groeien.”

Het is niet het enige Chinese project waarover men op Koh Regniew bezorgd is, blijkt uit de discussie in het café. Drie jaar geleden, kort nadat bewoners geen goud meer mochten winnen op de berg Phnom Chi, kreeg een Chinees bedrijf een concessie voor een goudmijn. Ook mogen ze bos kappen voor rubberplantages. „Ik weet niet waarom de autoriteiten zo gemakkelijk zijn voor Chinese bedrijven”, zegt Chantea.

Zou het komen door de ruimhartige Chinese ontwikkelingshulp? Ik vraag het aan Youa Pheary van ontwikkelingsorganisatie Community Economic Development. Hij denkt van wel, vertelt hij in zijn stoffige kantoortje vlakbij Sambor. „Net zoals wanneer je twee families hebt, die een goede band hebben. Als een familielid iets wil, zal de rest eerder zeggen: prima, ga je gang.”

Veel Cambodjanen die verder weg wonen, zijn voorstander van de dam, zegt hij. Zij denken dat ze goedkope elektriciteit zullen krijgen, en weten niet dat de stroom zal worden geëxporteerd naar Thailand en Vietnam. Bovendien kennen ze de nadelen niet. Zo schat hij dat de helft van de rivierbewoners in Cambodja geen groenten meer zal kunnen verbouwen langs de oever. Bovendien: de Irrawaddy dolfijn zal uit de Mekong verdwijnen.

In de hoofdstad van Laos, Vientiane, is de Mekong smaller geworden. Hotels met ‘rivierzicht’ kijken uit op een brede zandbank met een strook water ernaast. Er groeit gras, stelletjes wandelen in de schemering. Een Koreaans bedrijf heeft de strook drooggelegd en maakt er een boulevard van. Toeristen bewonderen de zonsondergang met een Lao biertje. Aan de overkant ligt Thailand: lichter, dichter bebouwd, rijker.

Ook in Vientiane hadden bewoners last van laag water. Oom Samane (60) werkt bij het haventje naast de brug naar Thailand. Hij spreekt van „de ergste watercrisis ooit”. Hij hoorde vroeger bij de mannen die met kisten en kratten op de schouders heen en weer lopen om de boten met koopwaar uit Thailand te lossen; nu int hij alleen nog het geld van de bootsmannen.

Doorweekte sarong

Een half uur verderop met de brommer over de hobbelige rivierweg, staan vissers in een doorweekte sarong tot hun kuiten in het water. Ze scheppen vissen uit de rivier met een grote lepel van bamboe en visnet en klagen dat ze weinig vangen. De 50-jarige visser Siphai leerde over de dammen in China via de Thaise televisie, want de communistische regering censureert het nieuws in eigen land. Bij hoog water zeggen bewoners dat „China de sluizen heeft opengezet”.

Laos heeft geen geschiedenis van Chinese overheersing. Maar lokale journalisten vertellen dat het kleine Laos met zijn 6 miljoen inwoners zich overweldigd voelt door zijn noorderbuur. Chinese bedrijven winnen er goud, leggen rubberplantages aan en hebben een casino gebouwd aan de grens met Thailand. Ze blazen stroomversnellingen op, zodat vrachtschepen over de Mekong kunnen varen. Het meest zit hun dwars dat er zoveel Chinezen komen wonen.

Uitwerpselen

In de buurt Ban Oupmoung in Vientiane wordt duidelijk wat ze bedoelen. Het nieuwe winkelcentrum is een Chinese enclave. De bazen van winkels met lampen, gordijnen en speelgoed antwoorden niet op vragen in het Laotiaans maar wijzen naar hun personeel. Ze spreken alleen Chinees. Naast het winkelcentrum staat een keet waar nieuwe families neerstrijken.

Het wijkhoofd heeft „de handen vol aan de overlast die ze veroorzaken”. Ze wil anoniem blijven, want Laotiaanse autoriteiten dulden geen kritiek. De Chinezen gooien hun afval op straat. ’s Avonds tijdens het kaarten maken ze lawaai. En ze hebben geen septic tanks, dus drijven hun uitwerpselen in het kanaal. Dat leidt tot stankoverlast. „Mensen in de buurt vragen me om te gaan praten. Maar dan doen ze alsof ze me niet verstaan en gaan ze gewoon door.”

Het wijkhoofd ziet ze trouwen met vrouwen uit Laos, meer kinderen krijgen dan in China mag en soms zelf Laotiaans staatsburger worden. „De regering geeft Chinezen te gemakkelijk toestemming hier te wonen. Waarom eigenlijk?”

Het antwoord laat zich raden. De Laotiaanse regering heeft veel aan China te danken. Het armlastige land kon in 2009 de Zuidoost-Azië Spelen organiseren, omdat de noorderbuur te hulp schoot met een goedkope lening voor een nieuw stadion. In ruil daarvoor mocht een Chinees bedrijf een nieuwe wijk bouwen. Maar ondanks de censuur en de onderdrukking, uitten veel bewoners hun onvrede. De regering heeft de oorspronkelijke plannen voor een buitenwijk in That Luang stopgezet.

Elders gaat de Chinese opmars door. De komende maanden begint China de bouw van een spoorlijn voor hogesnelheidstreinen, rechtstreeks van Vientiane naar de grens met China. Over het doortrekken van het spoor naar Bangkok, onderhandelt China nog. Het is onderdeel van grootschalige investeringen in infrastructuur die de ‘Grotere Mekong Subregio’ moet ontsluiten.

De nieuwe infrastructuur moet de handel binnen het Mekonggebied sneller laten groeien. Vorig jaar sloot China al een vrijhandelsverdrag af met Asean, de unie van landen in Zuidoost-Azië. In 2010 steeg de handel van China met Vietnam, Laos en Cambodja met meer dan 40 procent.

Beleidsmakers in China en de Mekong-landen zeggen dat de hele regio zal meeliften op de Chinese groei en dat iedereen er beter van wordt. Maar kritische ontwikkelingsorganisaties vrezen dat straks vooral Chinese goederenwagons over de nieuwe spoorlijn denderen om goedkope producten te dumpen. En dat ze terug zullen rijden, gevuld met rubber, hout, mineralen en andere grondstoffen.

De bewoners die ik tijdens mijn reis langs de Mekong had ontmoet, hebben nog geen profijt van de Chinese expansie. Maar dat wil niet zeggen dat dat in de toekomst niet verandert. Het wijkhoofd uit Vientiane gaf voorzichtig toe dat de Chinezen in haar buurt ook banen creëren, met hun nieuwe bedrijven.

Maar de ontwikkeling zal zeker slachtoffers eisen. Misschien viskweker Nguyen. Wie weet of hij straks nog wel vis heeft door de ‘Chinese dammen’? Of Hem Chantea in Cambodja. Staan zijn kokosnootbomen straks te verpieteren in het water?

Zij horen over de opkomst van China, ze voelen de eerste gevolgen, maar er is niets dat ze ertegen kunnen doen. Ze krijgen amper informatie en niemand luistert naar hen, ook niet hun eigen regering. Het is als een natuurverschijnsel waaraan ze zich moeten onderwerpen. Zoals de Mekong: soms staat hij laag, soms hoog, ze kunnen er niets aan veranderen.

Die hulpeloosheid, die mengeling van hoop en angst over de Chinese expansie: ik vond het beste voorbeeld thuis bij Phone, serveerster en moeder van twee kinderen in een dorp niet ver van Vientiane. Toen zij en haar buurtgenoten een maand geleden de eerste Chinese arbeiders zagen verschijnen, wisten ze niet wat die kwamen doen. Ze spraken Chinees.

Phone bouwde een stenen huis, dat haar bamboe huis op palen moet vervangen. Haar ouders wonen ernaast in een mooier pand met koelkast, televisie en foto’s van drie generaties in de pronkkast. Maar die huizen moeten wijken. Inmiddels weet de familie dat hier straks met 250 kilometer per uur de trein naar China raast. Het bedrijf heeft hen een luchtfoto van google gegeven, met een dikke streep erop.

Normaal gesproken zou Phone het prachtig vinden: eindelijk een trein in Laos! Maar op het nieuws heeft ze gezien dat de constructie binnen drie maanden moet beginnen. Waar moet haar familie heen? Komen ze te ver van hun werk te wonen? Worden ze gecompenseerd?

De familie heeft nog niets gehoord. Chinese arbeiders kwamen gisteren maten opnemen. Toestemming vroegen ze niet. Ze liepen de huizen binnen om strepen te zetten en vlaggetjes te planten. In de tuin staat de code NCG53 op de tegels gekalkt. Phone en haar familie hebben geen idee wat dat betekent.