Het vliegend hert kan niet meer overreden worden

Een plattelandsweg in Zuid-Limburg is maanden dicht om een kever te beschermen. Negen wegen volgen nog.

Een vlaaienschotel vol lijken overhandigde natuurliefhebber Jos Vantilt vier jaar geleden aan de raadsleden van de Limburgse gemeente Onderbanken. De door verkeer geplette vliegend herten had de voorzitter van de plaatselijke afdeling van natuur- en milieuorganisatie IVN er één voor één opgeplakt. Zijn boodschap bij het ongewone geschenk: „Deze dieren horen op grond van de Europese habitatrichtlijn te worden beschermd.”

Nu, vier jaar later, kent gemeente Onderbanken een speciaal project voor het vliegend hert, de kever die zijn naam te danken heeft aan zijn geweivormige kaken. Europa, de provincie Limburg en de gemeenten Onderbanken en Landgraaf stellen zo’n 220.000 euro beschikbaar voor beschermingsmaatregelen. Daarbij zijn de kosten voor verkeersmaatregelen niet inbegrepen.

Eén van die verkeersmaatregelen is deze: de Etzenraderweg tussen Jabeek en Etzenrade is sinds woensdag voor het derde achtereenvolgende jaar afgesloten tijdens het paarseizoen van de kever, van juni tot september. Een wegafsluiting voor heel het jaar, zoals het plaatselijke IVN wilde, stuitte op bezwaren. Dus is gekozen voor tijdelijkheid.

Buurtbewoner Hub Dormans kan daar nog enigszins mee leven. Maar diep in zijn hart vindt hij de afsluiting onzin. „Ik woon hier nu 53 jaar. Toen er nog 1.600 tot 1.800 auto’s per dag langsreden, overleefde het vliegend hert ook. Nu komen er door aanleg van nieuwe wegen nog hooguit een paar honderd auto’s langs. Daar moet het beestje dan ook tegenkunnen. Ik moet nu kilometers omrijden op weg naar mijn werk.”

Alleen boeren mogen nog met hun tractoren de weg op. De bus van Jabeek naar Bingelrade heeft een nieuwe route gekregen. Ook ander verkeer wordt tegengehouden door twee in de rijrichting gelegde wegafscheidingen. „Kijk”, zegt Vantilt, wijzend op zwarte sporen op de betonnen obstakels. „Ze liggen sinds woensdag in de weg en nu al hebben mensen geprobeerd er overheen te rijden.”

Naast de weg staat een woud aan palen en een imposant betonnen blok. „Lessen van de vorige keren”, legt Vantilt uit. Toen gingen mensen proberen om over de akkers heen te rijden. Dat vinden boeren niet leuk.”

De vergunningen liggen klaar om negen minder druk bereden veldwegen rondom de Etzenraderweg het hele jaar door af te sluiten. De gepensioneerde Vantilt maakt dagelijks een ronde over de wegen. Op de fiets (twee uur) of te voet (drie tot vier uur) zoekt hij naar stoffelijke resten vliegend herten. Hij stopt ze in plastic kistjes, en thuis rubriceert hij ze: mannetjes en vrouwtjes, opgegeten door dassen, vogels of andere dieren (die eten alleen de lijfjes leeg), verkeersslachtoffer of op natuurlijke wijze overleden. De gegevens stuurt hij door naar Museum Naturalis in Leiden, waar de landelijke cijfers worden bijgehouden.

Het project werkt, stelt Vantilt. „Vóór alle maatregelen raapte ik in een jaar 175 door verkeer geplette herten op. Nu zijn het er nog maar 75.”