Een knutselaar die sober en gelukkig leefde

Sem Ruben de Rooij was een bioloog die behalve docent ook reisleider was. Op elk moment kon hij vertellen over een natuurwetenschappelijk onderwerp: over de evolutieleer of het noorderlicht. Dat deed hij ook tijdens zijn reizen, vertelt Jan-Auwke Diepenhorst, directeur van de Academie Pedagogiek van Saxion, waar De Rooij sinds 2007 hogeschooldocent natuur en techniek was. „Hij had het hoogste woord, grote verhalen.”

Zo pakte hij tijdens zijn reizen in Afrika olifantenpoep op en deed alsof hij ervan proefde. Diepenhorst: „Hij stak de ene vinger erin en likte een andere af. Dat deed hij zo razendsnel dat niemand het in de gaten had. Hij zei dan dat het vrouwtjespoep moest zijn. De reizigers geloofden het nog ook.”

Of op reis door Thailand. Een hele middag besteedde hij om van afvalmateriaal een bootje te bouwen voor kinderen. „Ze konden niet wachten om te zien of het zou varen”, vertelt een van de toeristen. „En dat deed het natuurlijk.”

Kurk, ijzerdraadjes, karton, kroonkurken. Van materialen die de meeste mensen als rommel weggooien, knutselde Sem van alles, vertelt Diepenhorst. Zo maakte hij samen met zijn studenten solar cookers, apparaten waarop je met behulp van zonne-energie kon koken.

Sem, zeggen zijn ouders, was grenzeloos nieuwsgierig. Hij was sterk geïnteresseerd in andere culturen. En dan vooral in de manier waarop volkeren zich aanpassen aan de natuur. Dat probeerde hij zelf ook. Hij leefde sober. Hij verbouwde zijn eigen groenten, het meubilair in zijn huis kwam van de kringloop, hij had geen auto. Zijn moeder Lieke: „Sem had weinig nodig om gelukkig te zijn. Dat vond hij rijkdom.” Zelf gaf hij zijn leven een tien.

Nadat hij zijn vwo-diploma had gehaald, vertrok hij in zijn eentje voor zeven maanden naar Australië. Hij wilde laten zien dat hij alleen kon overleven, vertelt zijn moeder. Al moest hij er tot zijn eigen afschuw in de Blue Mountains een leguaan voor doden, villen en opeten.

Het meest nog werd Sem de Rooij geboeid door indianen. Het boek Begraaf mijn hart bij de bocht van de rivier van Dee Brown, waarin het harde lot van de Noord-Amerikaanse indianen wordt beschreven, maakte diepe indruk op hem. Hij las het toen hij 13, 14 jaar was. Zijn moeder citeert: „Weshe-cat Welo K’Weshe Laweh-pah.” Dat betekent zoveel als: kracht krijgt men door te doen wat goed is. Zijn moeder: „Sem schreef het als scholier onderaan zijn proefwerken, als vader op de geboortekaartjes van zijn kinderen.” Hij had er twee, een derde was op komst. En het was de laatste zin van zijn overlijdensbericht.

De Rooij begeleidde een fietsreis door het zuiden van Marokko en bezocht het Djemaa el Fna-plein in het Marokkaanse Marrakesh. Als hij samen met twee reisgenoten een kopje koffie drinkt bij café Argana, gaat er een bom af. Sem Ruben de Rooij stierf op donderdag 28 april. Hij werd 33 jaar.

Annette Toonen