De wonderwekker faalt

Schrijven over schaken is gevaarlijk als je ook een actieve speler bent. De Duitse grootmeester Jan Gustafsson schreef op zijn weblog dat hij zich op het kampioenschap van Duitsland, dat deze week in Bonn werd gespeeld, had voorbereid met een modern technisch snufje: een wekker in de vorm van een polshorloge die ’s nachts de bewegingen van zijn lichaam registreerde en zorgde dat hij nooit werd gewekt in een periode van diepe slaap, maar alleen in de periodes daartussen. Een wonderwapen noemde Gustafsson het. Zo’n vertoon van zelfvertrouwen kan ongeluk brengen.

Gustafsson had de wekker al getest en het ding functioneerde zoals de fabrikant had beloofd. Hij werd steeds op prettige manier wakker uit een lichte slaap en voelde zich dan zo fris als een hoentje. Fris als een gymschoen, schreef hij, maar het was positief bedoeld.

Je kunt je het hoongelach van zijn collega's voorstellen toen hij in een van zijn partijen uit dat Duits kampioenschap tegen een zwakkere tegenstander al vrijwel verloren stond toen de partij nog maar net begonnen was, na vijftien zetten. Alsof hij slaapdronken van zijn bed naar de speelzaal was gestrompeld. „Deed je wonderwekker het niet?”

Er is ook een meer concrete manier waarop schrijven over schaken ongeluk kan brengen. Gustafsson heeft kort geleden twee veelgeprezen dvd's gemaakt over de openingen die beginnen met 1. e4 e5, de open spelen.

Zijn tegenstander in de zesde ronde, de jonge meester Niclas Huschenbeth, pakte hem aan met het Evansgambiet. Huschenbeth wist wat Gustafsson daarover op zijn dvd had gezegd, maar hij kende ook een iets latere publicatie waarin een zet werd besproken die Gustafsson niet had genoemd op zijn dvd en die hij dus misschien ook niet kende.

Het gambiet van de scheepskapitein Evans is een romantische opening uit de negentiende eeuw. Als het met behulp van dvd’s en schaakcomputers tot in de finesses wordt bestudeerd, is het natuurlijk wat minder romantisch. Toch springt het hart van veel schaakliefhebbers nog steeds op als iemand met het riskante Evansgambiet van een sterke schaker weet te winnen. Gustafsson werd in 27 zetten mat gezet.

Is het Evansgambiet echt zo gevaarlijk als het af en toe nog eens uit de oude doos wordt gehaald? Je herinnert je partijen als Kasparov-Anand, Riga 1995, of Shirov-Timman, Biel 1995, die op indrukwekkende manier door de witspelers werden gewonnen. Maar een statistische test met alleen partijen tussen sterke spelers die beiden een rating hadden van minstens 2.500, stemt minder optimistisch. Tussen 1970 en nu scoorde wit 44 procent in het aangenomen Evansgambiet; miserabel eigenlijk. Het koningsgambiet, dat in mijn rubriek van vorige week optrad, is ook romantisch, maar veel beter, want dezelfde test toegepast op het aangenomen koningsgambiet geeft een ordentelijke score voor wit van 54 procent.

Niclas Huschenbeth - Jan Gustafsson, Duits kampioenschap, Bonn 2011.

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lc4 Lc5 4. b4 Het Evansgambiet. Dankzij Gustafssons eigen dvd was Huschenbeth goed voorbereid. 4...Lxb4 5. c3 Le7 6. d4 Pa5 7. Le2 Een zet die de aandacht trok toen Kasparov er in Riga in 1995 een korte en krachtige partij mee won van Anand. De oude hoofdvariant is 7. Pxe5 Pxc4 8. Pxc4 d5 9. exd5 Dxd5 10. Pe3. 7...exd4 8. Dxd4 d5 Anand deed 8...Pf6 en kwam snel slecht te staan. 9. Dxg7 Lf6 10. Dg3 dxe4 11. Pd4 Gustafsson behandelt op zijn dvd 11. Pg5. 11...Pe7 Een zet die nog niet eerder was gespeeld, maar wel werd genoemd in een artikel van Yelena Dembo in Chessbase Magazine. 12. Pb5 Pd5 Een fout. Dembo gaf in haar artikel 12...Pac6 13. Pxc7+ Dxc7 14. Dxc7 Le5 aan, wat tot een ongeveer gelijk eindspel leidt. Een andere mogelijkheid voor wit na 12…Pac6 is 13. Pd2, met de bedoeling 13...Le5 14. Pxe4 Lxg3 15. Pf6+ en mat. Grappig, maar als zwart in deze variant 14...Tg8 doet, staat hij zeker niet slechter. 13. c4 Een mooie zet. Zwart kan de toren niet nemen, want na 13...Lxa1 is 14. cxd5 dodelijk. 13...a6 14. cxd5 axb5 15. Pc3

De witspeler had dit alles heel snel gespeeld. Een veeg teken voor Gustafsson, die nu in diep gepeins verzonk en vervolgens met een zeer slechte zet aankwam. 15...Dd6 Beter was 15...De7 of misschien 15...c6 (nog aangegeven door Dembo), maar ook dan zou wit groot voordeel hebben. 16. Lf4 Nu staat wit duidelijk gewonnen. Had zwart overzien dat 16...Lxc3+ 17. Dxc3 Dxf4 niet gaat wegens 18. Dxh8+? 18...Db4 17. Le5 De7 18. Lxf6 Dxf6 19. 0-0 Drie zeer belangrijke pionnen van zwart staan in. Zijn stelling stort ineen. 19...Ld7 20. Pxe4 Dd4 21. Df4 Kd8 22. Tac1 Pc4 23. Lxc4 bxc4 24. Txc4 Dxc4 25. Df6+ Ke8 26. Te1 Tf8 27. Pd6 mat.