achter het stuur

‘Ik wil nooit in een zwarte auto rijden’

Acht vragen aan Elly Plooij-Van Gorsel (1947), secretaris van de Raad van Toezicht van de Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW).

Wat was uw eerste auto?

„Een tien jaar oude donkerrode DAF Daffodil. Mijn verloofde en ik kochten ‘haar’ in mei 1969 voor 600 gulden. Wij zijn er ook in getrouwd, versierd met jasmijn uit de tuin, en mee op huwelijksreis gegaan.”

Wat rijdt u nu?

„Een Saab 9.5. Een comfortabele, superveilige auto. Toen ik heb nieuw kocht in 2003 heb ik alle opties aangekruist, van stoelverwarming via GPS-navigatie tot een schuifdak. De teller staat nu op 305.000 km.”

In welke auto wilt u absoluut niet gezien worden?

„In een grote, zwarte SUV. Sowieso wil ik nooit een zwarte auto rijden.”

De beste chauffeurs: mannen of vrouwen?

„Ik geloof niet zo in betere chauffeurs. Jonge mannen willen uit bravoure wel eens een beetje te veel risico nemen. Dat zie je meisjes niet gauw doen.”

Mijn laatste bekeuring was voor…

„… te hard rijden.”

Wat is uw grootste ergernis achter het stuur?

„Mensen die te langzaam rijden op de linkerbaan. En treuzelaars die langzaam optrekken bij het verkeerslicht.”

Wat is uw favoriete bezigheid in de auto?

„Naar de radio luisteren. Meestal Radio 5 Nostalgia of BNR. Die laatste vooral ook vanwege de verkeersinformatie en de Flitsers.”

Als ik minister van Verkeer was dan zou ik…

„1. De spitsstroken altijd openstellen. Ik vind dat zó’n onzin, een streep witte verf waar je niet overheen mag! Het zou ook buiten de spits tot minder filevorming leiden, files veroorzaken veel meer uitstoot van schadelijke stoffen.

2. Waar mogelijk zou ik het vrachtverkeer van het personenverkeer scheiden. Dat zou het aantal ongelukken zeker verminderen en daarmee het aantal files.”

Guus Peeters