Aapmensman bleef vlakbij huis

Vrouwelijke aapmensen waagden zich verder van hun geboortegrond dan hun mannelijke soortgenoten. Dat blijkt uit onderzoek aan het glazuur van 19 tandfossielen van twee soorten mensachtigen – hominiden – die tussen 2,7 en 1,7 miljoen jaar geleden leefden in Zuid-Afrika: Australopithecus africanus en Paranthropus robustus. Wat betreft de beweegruimte van vrouwelijke hominiden lijkt de rolverdeling van onze vroege voorouders meer op die van bonobo’s of chimpansees dan op die van de harem vormende gorilla’s. Bij gorilla’s zijn het de mannetjes die de groep moeten verlaten om een partner te vinden. Bij bonobo’s en chimps trekken juist volwassen vrouwtjes erop uit om zich aan te sluiten bij andere groepen (Nature, 1 juni).

Paleoantropoloog Sandi Copeland (Universiteit van Colorado) en haar collega’s maten in de fossiele tanden uit de dolomietgrotten van Sterkfontein en Swartkrans de verhouding van de isotopen strontium-87 en -88. Copeland: “Die verhouding komt in het glazuur vast te liggen wanneer de tanden mineraliseren. Dat gebeurt tijdens de jeugd. Bij de volwassenen verandert de signatuur niet meer.”

Tanden van kleine hominiden, vrouwtjes volgens de onderzoekers, waren voor meer dan de helft afkomstig van tenminste tien kilometer van de grot. Bij de grote hominiden, mannetjes, droeg negentig procent van de tanden de strontiumsignatuur van dolomietrijke grond en planten dichtbij de grot.

Michiel van Nieuwstadt