8 vragen over Berlijn

Er is nog genoeg Berlijn dat u niet heeft gezien.

Berlijn, daar zijn we toch al eens geweest?

Zeker wel, maar er is genoeg Berlijn dat je nog nooit hebt gezien. Naar de Brandenburgertor ging je sowieso al niet meer. Maar vergeet ook het inmiddels upperclass-Mitte en het aangeharkte Prenzlauerberg. Zak deze keer af naar de wijk Neukölln. Per fiets, het beste vervoersmiddel in Berlijn.

Neukölln?

Neukölln is het nieuwe Friedrichshain, dat op zijn beurt weer het nieuwe Mitte was. Anders gezegd: in Neukölln gebeurt nu datgene waar Berlijn zo populair om is: experimentele optredens in donkere achterafzaaltjes, exposities van kunstenaars in leegstaande winkelpanden, avant-garde-elektronachten in oude silo’s.

Neukölln is stukken lelijker dan Mitte en Friedrichshain en kent grote problemen: werkloosheid, moeizame integratie van allochtonen, leegstand, criminaliteit, drugsoverlast. Maar het noorden van de wijk krabbelt op – tot ongenoegen van de berooide avant-garde die het straks weer verderop moet zoeken.

Nu duiken in ieder geval op veel plekken leuke koffietentjes, clubs en restaurantjes op, vooral langs de Weserstraße. Als je Berlijn in beweging wilt zien, koop je een Tip of Zitty met weekagenda en struin je een dagje en nachtje door Neukölln.

Nog meer onbekend Berlijn?

Jawel. Boek een rondleiding door de voormalige luchthaven Tempelhof, het vliegveld dat gebruikt werd voor de Luftbrücke (via de Berlijnse Luchtbrug werd West-Berlijn tijdens de Koude Oorlog bevoorraad door de Verenigde Staten en Groot-Brittannië). Tempelhof is een archetypisch vliegveld: grote gebouwen met hoge hallen, invallend geel licht en een weids uitzicht over de landingsbanen, die sinds kort vrij toegankelijk zijn. De rondleiding is wat aan de lange kant, maar zonder gids kom je de historische gebouwen niet in.

Kreuzberg, de wijk waar Tempelhof ligt, is ook de moeite waard. De Bergmannstraße zit vol met winkeltjes en restaurantjes. En als je daar dan toch bent, sla dan niet Mustafa’s vegetarische Gemüse Kebab over. Het standje bovenaan U-bahnhalte Mehringdamm serveert werkelijk de lekkerste kebab ooit (ook in vegetarische versie).

En nu een plek waar niemand komt.

Gropiusstadt! De verre zuidelijke buitenwijk, ook wel omschreven als urban planning gone wrong. Je fietst er in een uurtje heen.

De wijk is in de jaren zestig gebouwd naar een ontwerp van de Berlijnse architect en Bauhaus-grondlegger Walter Gropius en moest een plezierige woonplaats bieden aan meer dan vijftigduizend mensen. Maar met 90 procent sociale woningbouw verpauperde de wijk snel. Kinderprostituee Christiane F. vertelt in het boek Wir Kinder vom Bahnhof Zoo meeslepend de sociale problemen.

Gropiusstadt is inmiddels opnieuw in de verf gezet, maar op een rondje fietsen zie je herinneringen aan grimmiger tijden. En vooral hoe je een wijk niet bouwt.

Waar ga je heen als je de stad uit wil?

Een half uurtje rijden van Berlijn, naar het zuidwesten, ligt het ooit glorieuze Beelitz-Heilstatten, een verlaten sanatoriumcomplex midden in het bos. Adolf Hitler lag hier nog in zijn jonge jaren, en later DDR-chef Erich Honecker. Dwalend door de tientallen vervallen gebouwen (pas op voor fragiele vloeren en plafonds) stuit je soms nog op een verroest ziekenhuisbed of operatielamp. Heilstatten is spookachtig mooi en trekt elke dag wel wat wandelaars en urban explorers.

Wie meer van verlaten industriecomplexen houdt, rijdt naar Chemiewerk Rüdersdorf, een oude fosfaatfabriek een half uurtje ten oosten van Berlijn. Alleen de tocht door de oostelijke buitenwijken van Berlijn is al de moeite waard. Het ongebruikte spoorbruggetje naast de versperde hoofdingang aan het einde van de Gutenbergstrasse in Rüdersdorf biedt toegang tot het complex, maar inbreken is hier net wat riskanter en verbodener dan in Heilstatten. Eromheen lopen is ook heel leuk.

Mag het ook iets minder wild?

Nou, vooruit. Ga dan wandelen bij de mooie meren net ten westen van Berlijn. Of bezoek de indrukwekkende botanische tuinen in de wijk Dahlem, in het zuidwesten van de stad. In de tuinen staat een van de grootste kassen van Europa. Vooral de enorme bamboekas en de vleesetende plantencollectie zijn aanraders. Het bijbehorende doodse museum kun je beter overslaan.

Ook leuk: ga op zondagochtend brunchen op de Boxhagenerplatz in Friedrichshain, de wijk die jaren geleden werd omarmd door jong en hip Berlijn, toen Mitte te duur werd. Inmiddels haalt die groep zijn neus weer op voor de opgeleukte wijk, maar voor een luie zondagochtend is het precies goed. Wandel na de uitgebreide brunch over de vlooienmarkt op de Boxhagenerplatz en eindig met een Hefenweizen in het café waar je begon.

En ’s nachts?

Dan ga je dansen in de stijlvolle Roter Salon in de Volksbühne in Mitte. Je drinkt een cocktail op de vlonders van Club der Visionaere in de Spree. Of je bezoekt A-Trane, een jazzclubje in Charlottenburg met een geweldig programma. Het regime is strak. Je mag niet zelf een plek uitzoeken en tijdens de concerten moet je je mond houden. Het maakt de club alleen maar aangenamer. Reserveren via de site is aan te raden.