Zaken doen met je vijand

Ofer, de grootste rederij van Israël, blijkt zaken te doen met Iran, ondanks sancties.

De affaire is pijnlijk voor premier Netanyahu, die graag hamert op het Iraanse gevaar.

Het had een schimmig, maar vrij alledaags corruptieverhaal kunnen zijn: een Israëlisch bedrijf ontduikt sanctieregels en doet via een dochterbedrijf zaken in een land dat onder een boycot valt. Maar het bedrijf waarvan Israël deze week in de ban is, is niet zomaar een bedrijf. Het is een van de grootste rederijen ter wereld: de Ofer Groep. En, belangrijker, het land waarmee de broers Sammy en Yuli Ofer indirect zaken zou hebben gedaan, is de nationale obsessie van Israël: Iran. Dus haalt de zaak iedere dag de voorpagina’s, en heeft ze ook premier Benjamin Netanyahu in de problemen gebracht.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bracht vorige week een lijst naar buiten met de namen van zeven bedrijven die illegaal zaken deden met Iran. Deze bedrijven zullen volgens de Verenigde Staten gestraft worden. Ofer is een van hen. De multinational zou via een dochteronderneming een tanker aan de Iraanse rederij IRISL hebben verkocht. Pikant, want volgens Israëlische en Amerikaanse inlichtingenrapporten is IRISL een belangrijke partij in het Iraanse nucleaire programma, waaraan Israël, desnoods met militair ingrijpen, een einde wil maken.

Israëlische kranten berichtten deze week dat zeker dertien schepen die indirect in handen zijn van Ofer de laatste jaren zijn aangemeerd in Iraanse havens. Ze zouden onder meer olie hebben vervoerd. De Ofer Groep zegt dat er niets tegen de regels is gedaan. In een eerste reactie stond zelfs dat het bedrijf werkte met de zegen van de Israëlische overheid.

Israëlische praatprogramma’s slaan al een week een geschokte toon aan. Want wat is verontrustender? Dat de grootste rederij van Israël schimmige zaken doet met de gevaarlijkste publieke vijand? Of dat politieke leiders er jarenlang op hebben gehamerd dat Iran zo gevaarlijk is? Juist voor premier Netanyahu, die zijn land onvermoeibaar wijst op de gevaren van het atoomprogramma van Iran, is de kwestie pijnlijk. Zijn belangrijkste veiligheidsadviseur, Yaakov Amidror, vervulde tot voor kort verschillende bestuursfuncties bij Ofer. Hij zegt niet te hebben geweten van de illegale handel. Maar alles wijst erop dat de politieke top de zaak uit de publiciteit wil houden. Een hoorzitting over Ofer in het Israëlische parlement werd na een kwartier ruw onderbroken toen de voorzitter een briefje kreeg. Ze wilde niet zeggen wie de afzender was, maar de zitting werd meteen beëindigd.

De zaak komt op een onhandig moment voor Netanyahu, omdat de steun voor zijn harde Iranstandpunt afbrokkelt. Zijn verhaal is consequent hetzelfde: Iran bouwt een atoomwapen, Iran wil Israël vernietigen, de wereld moet Iran dus stoppen, en anders doen wij het wel. Kritiek kwam deze week van scheidend hoofd van de Mossad, de Israëlische geheime dienst, Meir Dagan. Volgens Dagan is het niet realistisch Irans atoomprogramma via oorlog te vernietigen. „Oorlog tegen Iran zou een oorlog in de hele regio betekenen.”