Wat krijg je als je papegaai plus kunstpenis invoert?

Ogi Ogas en Sai Gaddam: A Billion Wicked Thoughts. Dutton, 394 blz. €27,-.

Het aardige bij het lezen van een boek over seks – geen pornografisch boek dus, maar een boek zoals dit dat een onderzoek pretendeert te zijn – is dat je als lezer als het ware een éénmans-controlegroep vormt. Want seks, of meer in het bijzonder de lustbeleving die hier aan de orde is, is bij uitstek een persoonlijke aangelegenheid en ieder individu is op dit gebied competent.

Maar wat dat betreft ging het bij deze lezer al gauw mis in deze omvangrijke studie, die de auteurs willen vergelijken met de onderzoeken van Alfred Kinsey uit de jaren vijftig. Dat lijkt me al een misverstand. Kinsey onderzocht in zijn geruchtmakende boeken menselijk seksueel gedrag. Ogas en Gaddam daarentegen hebben het over lust en verlangens. En dan nog op grond van één – omvangrijke – bron: miljoenen zoekopdrachten die zijn ingevoerd op porno-websites, betaalde en onbetaalde.

Er is zeker iets te zeggen voor de stelling dat verlangens, of gedachten het werkelijke domein van de seksualiteit vormen. Maar het probleem in dit boek is dat de bevindingen of open deuren zijn – vrouwen en mannen hebben verschillende fantasieën, wie had dat gedacht – of subjectieve interpretaties van de auteurs.

Persoonlijk verloor ik mijn vertrouwen bij de bewering dat – aangezien in veel pornofilmpjes op internet vrouwen zich door mannen laten nemen – mannen dus graag naar penissen van andere mannen kijken. Dat lijkt deze lezer-controlegroep zo’n misverstand, dat de lust tot argumenteren me ontvalt.

Uit de kaft van het boek blijkt dat Ogas gespecialiseerd is in ‘computational neuroscience’, terwijl Gaddam is gespecialiseerd in ‘biologically inspired models of machine learning’. Dat is ook duidelijk te merken – elke psychologische dimensie ontbreekt in de analyse van de onderzoeksresultaten.

In plaats daarvan wordt de inrichting van het menselijk brein met software vergeleken – wat me meer een metafoor dan een verklaring lijkt. Bepaald merkwaardig is ook dat de auteurs nergens ingaan op de beperkingen van internet als vehikel van seksuele verlangens of opwinding. Zij achten hun bron kennelijk boven elke twijfel verheven.

Voor elke denkbare combinatie van zoektermen – laten we zeggen papegaai + kunstpenis – is op het internet pornografische content te vinden, zeggen ze opgetogen. Dat zal wel, maar internet heeft ook beperkingen. Zo is er bijvoorbeeld het gegeven dat je er alleen vindt wat je zoekt. En dan moet je het nog in geschreven woord vertalen, om het te zoeken. Überhaupt zijn semiotische problemen iets wat de auteurs van dit boek volledig boven de pet lijkt te gaan.

In weerwil van het zeer omvangrijke notenapparaat aan het eind valt, voor deze lezer althans, A Billion Wicked Thoughts al spoedig door de mand als pseudowetenschap vol platitudes. Een voorbeeld: mannen zijn met een borst of bil al gauw tevreden, maar een vrouw kan lichamelijk opgewonden zijn en psychologisch niet – alsof mannen geen gemengde gevoelens kunnen hebben. Al met al is dit een treurig boek. Het is één ding om toe te juichen dat met de komst van internet de seksuele vrijheid is toegenomen. Maar het is iets anders om, zoals Ogas en Saddam, de erotiek op internet ook als het echte slagveld van de menselijke seksualiteit te beschouwen. Dat seks er echt zo miezerig voor staat, weigert deze controlegroep te geloven.